Niet-dossierstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-20142014D13325

2014D13325 LIJST VAN VRAGEN

De vaste commissie voor Veiligheid en Justitie heeft over het rapport: «Bestrijden witwassen: stand van zaken 2013» van de Algemene Rekenkamer (Kamerstuk 31 477, nr. 6) de navolgende vragen ter beantwoording aan de Algemene Rekenkamer voorgelegd.

De voorzitter van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie, Jadnanansing

Adjunct-griffier van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie, Koerselman

Nr.

Vraag

1

Welke aanbevelingen heeft de Algemene Rekenkamer (ARK) voor een betere inhoudelijke en procesmatige aansturing van organisaties in de witwasbestrijding?

2

Hoe moeten de lovende opmerkingen over de effectiviteit van het Nederlandse beleid in een recente Europese studie (waarover in Het Financieele Dagblad van 8 maart 2014 een commentaar stond onder de titel «Strijdige analyses van witwasbeleid») gezien worden ten opzichte van de uitkomsten in het rapport van de ARK? Hoe verklaart de ARK het verschil met het boek «The Economic and Legal Effectiveness of Anti Money Laundering Policy», waarin Nederland de tweede plaats bezet als het gaat om de effectiviteit van het antiwitwasbeleid? Waarom kan in het onderzoek onder leiding van professor Unger van Utrecht University School of Economics (USE) de effectiviteit wel gemeten worden, terwijl de ARK dit niet kan?

3

Waarom heeft de ARK preventieve activiteiten, bijvoorbeeld in de toezichtsfeer, buiten beschouwing gelaten? Waarom heeft de ARK niet alle ontwikkelingen meegenomen, zoals zij zelf ook aangeeft in het nawoord van het rapport? Kan de ARK daar alsnog een overzicht van geven? Waarom geeft de ARK geen volledig beeld?

4

In hoeverre worden de conclusies en aanbevelingen van de ARK anders, als de preventieve activiteiten en alle ontwikkelingen wel zouden zijn meegenomen en er dus een compleet beeld was gegeven?

5

Is er overleg geweest tussen de Minister van Veiligheid en Justitie en de ARK over de uitwerking van de aanbevelingen van het vorige rapport?

6

Zou een aanpak meer gericht op de bestrijding van criminele organisaties op zichzelf een beter resultaat op leveren? Zo nee, waarom niet?

7

Heeft de ARK aanbevelingen voor het in voldoende mate afdekken van de risico’s van kwetsbaarheid voor witwaspraktijken en ten aanzien van de vermeende terughoudendheid van Nederland met het confronteren van witwassers?

8

Op welke wijze kan de beschikbare informatie over witwaspraktijken volgens de ARK beter gebundeld worden?

9

Op basis van welke beschikbare gegevens kunnen Ministers van Veiligheid en Justitie en Financiën inzicht verwerven in de voornaamste witwasrisico's voor Nederland en in de resultaten van de witwasbestrijding?

10

Welke activiteiten hebben de betrokken partijen in gang gezet waardoor een beter inzicht wordt verkregen in de witwasrisico's en de effectiviteit van witwasbestrijding, de Tweede Kamer structureel wordt geïnformeerd over de witwasrisico's en de resultaten van de witwasbestrijding en het inzicht wordt verbeterd in het rendement van meldingen van ongebruikelijke transacties? Zijn deze activiteiten voldoende om het door de ARK gewenste resultaat te bereiken?

11

Welke door de Ministers van Veiligheid en Justitie en Financiën genoemde ontwikkelingen zijn een goede aanvulling voor een volledig beeld? Zijn deze aanvullingen door de Ministers van Veiligheid en Justitie en Financiën benoemd?

12

Heeft het Bureau Financieel Toezicht (BFT) voldoende aan 13 fte om het toezicht op de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) goed te kunnen uitoefenen?

13

Is het huidige aantal financieel specialisten bij de politie (359 fte) dat het witwassen moet aanpakken voldoende om de resultaten van de witwasbestrijding te verbeteren? Zo nee, waar moeten er nog specialisten bij?

14

Hebben de geïnvesteerde miljoenen in de politie, de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst – Economische controledienst (FIOD-ECD) en het Openbaar Ministerie (OM) geleid tot een evenredige financiële opbrengst in de zin van pluk-ze-inkomsten en boetes opgelegd door de fiscus? Hoe ziet ARK bij «afpakken» een koppeling voor zich tussen de opbrengsten en de kosten? Heeft de ARK ervaringen in andere landen bekeken?

15

Hebben partijen regelmatig contact in het kader van het uitwisselen van informatie? Wordt het Financieel Expertise Centrum (FEC) voldoende benut door de verschillende partijen? Zo nee, waar kan nog meer informatie worden uitgewisseld?

16

Welke vertrouwelijke toezichtinformatie kunnen de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de Nederlandsche Bank (DNB) delen met de FEC-partners en het BFT?

17

Hoe vaak maken de FIOD-ECD, de Financial Intelligence Unit-Nederland (FIU) en de politie gebruik van de informatie van het Vastgoed Intelligence Centre (VIC)?

18

Zijn ook de huidige en de toekomstige bezuinigingen bij het OM in ogenschouw genomen? Zijn deze bezuinigingen merkbaar bij de witwasbestrijding?

19

Kan de ARK de ontwikkeling in de capaciteit van de FIU in de onderzochte periode schetsen?

20

Welke kosten zijn gemoeid met het project Niet-Melders?

21

Kan de risicoanalyse die de Ministers van Veiligheid en Justitie en Financiën moeten laten uitvoeren, uitgevoerd worden binnen het bestaande budget en met de bestaande fte's? Zo nee, hoeveel geld en personeel zijn benodigd om een deugdelijke risicoanalyse te kunnen maken?

22

Waar is de inschatting van het Korps landelijke politiediensten (KLPD) van 16,2 miljard euro aan witwaspraktijken per jaar op gebaseerd? Hoeveel geld van de 16,2 miljard die naar schatting is witgewassen in 2010, moet mogelijk geplukt kunnen worden?

23

Is er overleg geweest tussen de Ministers van Veiligheid en Justitie en Financiën en de ARK over de «essentie van de risicoanalyse» zoals de ARK dat voor ogen had? Zo ja, is er voldoende informatie over de essentie van de risicoanalyse gewisseld om een deugdelijke risicoanalyse te maken? Zo nee, waarom niet?

24

Is het mogelijk om voldoende data te verkrijgen om te beoordelen wat de resultaten van de witwasbestrijding in Nederland zijn?

25

Zijn de gegevens die de ARK gebruikt om de resultaten van de witwasbestrijding in kaart te brengen voldoende om een realistisch beeld van die resultaten neer te zetten? Zo nee, welke gegevens ontbreken en waar moeten die gegevens vandaan komen?

26

Kunnen de 209.239 ongebruikelijke transacties die in 2012 aan de FIU gemeld zijn door meldingsplichtige instellingen worden uitgesplitst naar type instelling? Hoeveel transacties zijn er in totaal geregistreerd door meldingsplichtige instellingen? Kunnen die eveneens worden uitgesplitst naar type instelling? Hoeveel meldingen aan de FIU zijn er in 2012 gedaan door trustkantoren?

27

Hoe beoordeelt de ARK het feit dat er in 2012 slechts 38 meldingen zijn gedaan van ongebruikelijke transacties door trustkantoren in relatie tot het totale aantal gemelde ongebruikelijke transacties en het totale aantal geregistreerde transacties van trustkantoren (zie antwoorden op Kamervragen, vergaderjaar 2013–2014, aanhangsel Handelingen, nr. 304)? Hoe beoordeelt de ARK het systeem van indirect toezicht? Welke mogelijkheden ziet de ARK om het toezicht te verbeteren dan wel aan te scherpen?

28

Kan de ARK aangeven wat het totale bedrag is van de 23.834 door de FIU verdacht verklaarde transacties in 2012? Wat is het totale bedrag van de 2.047 witwasfeiten aangebracht bij het OM? Wat is het totale bedrag van de 296 veroordelingen in 2012?

29

Kan de ARK de discrepanties verklaren tussen de cijfers van 2012 van 209.239 door (meldingsplichtige) instellingen aangeleverde ongebruikelijke transacties, 23.834 door de FIU verdacht verklaarde transacties, 2.047 witwasfeiten aangebracht bij het OM en 296 veroordelingen?

30

Kunnen alle aangeleverde witwasfeiten voldoende snel verwerkt worden?

31

Is bekend waardoor de terugloop van het aantal bij het OM aangeleverde witwasfeiten door de politie en de FIOD-ECD is veroorzaakt?

32

Wanneer en op welke wijze zijn de meldcriteria van de FIU aangepast?

33

Hoe moet een beleidsmonitor inzake witwassen er volgens de ARK eruitzien?

34

Heeft het terugkoppelen van meldingen en het beschikbaar stellen van informatie effect op de witwasbestrijding, of gebeurt dit slechts om de melder of aanbieder van de informatie ervan op de hoogte te brengen dat zijn informatie is gebruikt?

35

Hoe beoordeelt de ARK het gegeven dat het door het nieuwe ICT-systeem niet meer duidelijk is of informatie over verdachte transacties door de politie wordt gebruikt in een proces-verbaal?

36

Klopt de conclusie van de nationale politie dat inzicht in de voornaamste witwasrisico's verkregen wordt uit concrete onderzoeksdossiers en dat daardoor niet met zekerheid kan worden vastgesteld of alle gebruikte witwasmethoden en -technieken in beeld zijn? Zo nee, waar maakt de nationale politie een denkfout?

37

Klopt het dat de interpretatie van de beschikbare cijfers door de ARK geen recht doet aan de complexiteit van witwassen en de bestrijding daarvan, zoals de Ministers van Veiligheid en Justitie en Financiën suggereren? Zo nee, op welk punt klopt dit niet?

38

Heeft de ARK in haar rapport bij de beoordeling van de witwasbestrijding slechts gekeken naar de kwantiteit? Zo ja, waarom?

39

Raakt de opmerking van de Raad voor de rechtspraak dat de zaaksvoorraad van de rechtspraak niet klopt, aan de uitkomst in dit rapport? Zo ja, op welke manier? Zo nee, waarom niet?

40

Welke wettelijke waarborgen zijn er op dit moment om situaties te voorkomen als die in het door de ARK genoemde voorbeeld van een loanbackconstructie, waarin een advocaat misbruik van zijn verschoningsrecht maakt door zelf op te treden als bestuurder van een nv die betrokken is bij witwassen, om hier vervolgens niet over te hoeven getuigen tegenover een rechter? Welke aanvullende mogelijkheden ziet de ARK om dergelijk misbruik van het verschoningsrecht te voorkomen?

41

Hoeveel cliëntenonderzoeken zijn er in de onderzochte periode gedaan door meldingsplichtige instellingen op basis van de Wwft? Wat houdt een dergelijk onderzoek in en hoe krijgt dit vorm?