2013D45642 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

De vaste commissie voor Veiligheid en Justitie heeft een aantal vragen ter beantwoording voorgelegd aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie over zijn de brief inzake het besluit van 15 oktober 2013 houdende wijziging van het Besluit van 23 oktober 2012, houdende aanwijzing van de voorwerpen, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet 1912, en tot vaststelling van nadere regels over de hoogte en de verschuldigdheid van de vergoeding, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet 1912 (Kamerstuk 29 838, nr. 68).

De voorzitter van de commissie, Jadnanansing

De adjunct-griffier van de commissie, Van Doorn

Inhoudsopgave

blz.

   

I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

2

   

1. Vragen en opmerkingen van de VVD-fractie

2

2. Vragen en opmerkingen van de PvdA-fractie

2

3. Vragen en opmerkingen van de CDA-fractie

3

   

II. Reactie van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

5

I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

1. Vragen en opmerkingen van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het Besluit van 15 oktober 2013 houdende wijziging van het Besluit van 23 oktober 2012, houdende aanwijzing van de voorwerpen, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet 1912, en tot vaststelling van nadere regels over de hoogte en de verschuldigdheid van de vergoeding, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet 1912 (hierna: het Besluit). Zij zijn zich ervan bewust dat met het Besluit uitvoering wordt gegeven aan reeds gemaakte afspraken tussen de regering en Tweede Kamer. Deze leden onderschrijven de onderliggende gedachte dat auteurs recht hebben op een billijke vergoeding voor schade die ontstaat wanneer thuiskopieën worden toegestaan. Zij hebben nog enkele opmerkingen en vragen.

De aan het woord zijnde leden vinden het een positieve ontwikkeling als het bedrag dat wordt geheven als thuiskopieheffing zichtbaar wordt gemaakt in de aanschafprijs, bijvoorbeeld door het te tonen op de factuur. Op grond van artikel 16c Auteurswet 1912 (hierna: de Auteurswet) kunnen bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld met betrekking tot de voorwerpen ten aanzien waarvan de vergoeding verschuldigd is, alsmede nadere regels en voorwaarden met betrekking tot de hoogte, verschuldigdheid en vorm van de vergoeding. Wat voor mogelijkheden ziet de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (hierna: de Staatssecretaris) om voornoemde positieve ontwikkeling te koppelen aan de verschuldigdheid of de vorm van de vergoeding? Dit zou ook het door het veld geconstateerde probleem ondervangen dat zowel web- als fysieke winkels geen melding maken van de thuiskopieheffing in het aankoopproces. Winkels zijn echter wettelijk verplicht om de prijs van een artikel inclusief alle niet te vermijden kosten te melden.

Deze leden vragen voorts om een korte toelichting op de handhaving van het toepassen van de thuiskopieheffing. Zijn er het afgelopen jaar gevallen geconstateerd waarin niet werd voldaan aan de in het besluit van 23 oktober 2012 gestelde regels en voorwaarden? Zo ja, is hier tegen opgetreden en op welke wijze? Ziet de Staatssecretaris aanleiding voor een vereenvoudiging van de regels met betrekking tot de handhaving?

2. Vragen en opmerkingen van de PvdA-fractie

De leden van de PvdA-fractie hebben kennisgenomen van het Besluit om het stelsel van thuiskopieheffingen met twee jaar te verlengen. Zij merken op dat het thuiskopiestelsel te allen tijde een tijdelijke regeling moet blijven. Het kan niet zo zijn dat met een heffingssysteem de toekomst in wordt gegaan en niet meer gekeken wordt naar de (digitale) ontwikkelingen van de entertainmentsector. De economische betekenis van de entertainmentsector is evident. Deze leden vinden dat daarom meer naar modellen zoals Spotify overgegaan moet worden. Zij vragen wat de Staatssecretaris gaat doen om deze sterke sector met grote economische betekenis tot verdere ontwikkeling te brengen. Zij vragen of economische en technologische ontwikkelingen ook reden kunnen zijn om het Besluit tussentijds aan te passen. In Europa wordt ook nagedacht over het heffingssysteem. Wat is de stand van zaken omtrent het denkproces in Brussel? Kan de Staatssecretaris een update geven van de besprekingen en onderhandelingen op Europees niveau en mogelijke consequenties voor Nederland?

De aan het woord zijnde leden vragen of er bij de spelers in de markt voldoende duidelijkheid bestaat over de regels met betrekking tot de thuiskopieheffing. In hoeverre worden er onterechte heffingen geïnd en welke maatregelen neemt de Staatssecretaris om te voorkomen dat consumenten onterecht extra betalen voor hun product?

De leden van d PvdA-fractie willen nogmaals benadrukken dat de discussie over het (voort)bestaan van de Auteurswet door moet blijven gaan omdat het aanpassen en moderniseren van wetgeving noodzaak is. Het is onwenselijk om permanent achter de feiten aan te blijven lopen. Deze leden vinden dat het ontwikkelen van een visie over de toekomst van het auteursrecht prioriteit nummer één is, in plaats van knelpunten en onvolkomenheden in de Auteurswet te blijven repareren door middel van weer een wetswijziging, De visie zal dan wel een juridische en een economische insteek moeten hebben, omdat het hier gaat om een economisch belangrijke sector. Niet voor niets is de creatieve industrie als één van de topsectoren aangewezen. Gaat de staatsecretaris met de minister van Economische Zaken in overleg treden om een toekomstbestendig auteursrecht tot stand te brengen? Daarbij kan het grensoverschrijdende aspect van internet niet ontbreken, gelet op de centrale rol van internet in de (ontwikkeling van de) markt. Kan de staatsecretaris ten slotte aangeven welke strategie hij gaat volgen en wat zijn volgende stappen zijn om tot een modern auteursrecht te komen?

3. Vragen en opmerkingen van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen het voorliggende Besluit. Zij hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen.

Allereerst vragen deze leden of de Staatssecretaris kan aangeven wat de verlenging van de thuiskopieheffing betekent voor de administratieve lasten voor het bedrijfsleven, in casu producenten, groothandel en winkeliers. Als dit niet mogelijk is, is de Staatssecretaris dan bereid het Adviescollege toetsing administratieve lasten te vragen om over deze verlenging een advies uit te brengen?

Voornoemde leden merken op dat de Staatssecretaris eerder heeft aangegeven dat hij de thuiskopieheffing wil afschaffen (Kamerstuk 29 838, nr. 29). Waarom is de Staatssecretaris nog niet met een alternatief gekomen? Wat gaat hij op korte termijn doen om het mogelijk te maken dat de thuiskopieheffing uiteindelijk alsnog wordt afgeschaft?

De aan het woord zijnde leden vragen voorts of de Staatssecretaris de mening deelt dat, zolang er een thuiskopieheffing bestaat, alle betrokkenen gebaat zijn bij transparantie en dat een zichtbare heffing deze transparantie bewerkstelligt. Zo ja, waarom is er dan niet voor gekozen een transparante en daarmee zichtbare thuiskopieheffing in te voeren? Wat zou daarvoor nodig zijn, gelet op het feit dat alle betrokkenen voor een dergelijke zichtbare heffing zijn? De leden van de CDA-fractie vragen in het verlengde hiervan een reactie op het bericht van de Consumentenbond dat veel verkopende partijen (onder andere van smartphones) de consument misleiden door de thuiskopieheffing niet direct te vermelden. De consument stuit bij het afrekenen dan op een onaangename verassing. Is de Staatssecretaris van mening dat een zichtbare heffing meer duidelijkheid geeft voor zowel consument als bedrijfsleven en is hij bereid met een plan van aanpak te komen om een zichtbare heffing te bewerkstelligen totdat de thuiskopieheffing wordt afgeschaft?

Deze leden vragen om een reactie op het punt dat sommige consumenten twee keer betalen voor auteursrechten, bijvoorbeeld wanneer zij gebruik maken van legale (betaalde) downloads en een smartphone waarmee twee keer een heffing is betaald.

De leden van de CDA-fractie vragen wat de stand van zaken is met betrekking tot de Europese ontwikkelingen inzake voorbereidingen voor een heffing op clouddiensten. Deelt de Staatssecretaris de mening dat dit mogelijk kan leiden tot een drievoudige heffing, namelijk betalen voor legale diensten, heffing op het apparaat en op de cloud? Wat is de positie van Nederland op het punt van deze heffing?

Voornoemde leden vragen voorts of de Staatssecretaris bekend is met het bezwaar van NLkabel tegen de thuiskopieheffing op settop boxen. Daarbij wordt aangedragen dat van heffingsplichtig gebruik geen sprake is, omdat rechthebbenden van gebruik van settop boxen met harde schijf geen enkele schade ondervinden. Deelt de Staatssecretaris de opvatting van NLkabel dat het onmogelijk is om op hun gesloten en beveiligde settop boxen een illegale kopie te maken of te plaatsen dan wel deze te delen via internet, omdat alle opnames op een settop box per definitie uit legale bron zijn en door de consument niet van de settop box kunnen worden afgehaald? Deelt hij voorts de mening dat dit een cruciaal verschil is tussen settop boxen en de andere in het Besluit genoemde apparaten en dat dit betekent dat een heffing van 5 euro op een smartphone wellicht gerechtvaardigd is, maar voor een settop box zeker niet. Daarbij wijzen zij ook op het feit dat met rechthebbenden vergoedingen zijn overeengekomen voor het gebruik van settop boxen met harde schijven voor onder meer «time shifting», Video on Demand en de mogelijkheid om lineaire uitzendingen te kunnen pauzeren. Klopt het dat de Stichting Overleg Orgaan Thuiskopie op juridische gronden van mening is dat settop boxen in het Besluit thuishoren?

De leden van de CDA-fractie vragen of het onderhavige Besluit past in het veranderde medialandschap waarin infrastructuren, diensten en randapparaten door digitalisering naar elkaar zijn toegegroeid. Zij wijzen erop dat consumenten daarbij van hun content- en programmapakketaanbieders verwachten dat zij alle programma’s op elk moment, op elke plek en op elk apparaat kunnen bekijken. Dit is mogelijk geworden omdat aanbieders van programmapakketten (zoals kabelmaatschappijen) de laatste jaren veel hebben geïnvesteerd om dit technisch voor de consumenten mogelijk te maken. Anders gezegd, in hoeverre is er sprake van een archaïsch onderscheid tussen vastlegging (thuiskopie) en openbaarmaking (auteursrecht) en in hoeverre is dit onderscheid nog relevant in een tijd dat consumenten media altijd en overal willen bekijken en beluisteren?

De aan het woord zijnde leden vragen of de Staatssecretaris de mening deelt dat de auteursrechtelijke exploitatievormen (vastlegging en openbaarmaking) door collectieve beheersorganisaties in feite nog steeds techniek-afhankelijk worden beoordeeld in de uitleg die men geeft aan de Auteurswet. Deelt hij voorts de mening dat het verschil tussen een settop box en een cloudoplossing (netwerk Personal Video Recorder) in de commerciële praktijk bijvoorbeeld nihil is, maar in de juridische praktijk erg groot wordt gehouden/gemaakt?

Deze leden vragen of de Staatssecretaris de mening deelt dat Nederland toe moet naar een situatie waarin de gebruiker centraal staat en waarin functioneel in plaats van technisch wordt gekeken naar de toepassingen van content. Deelt hij ten slotte ook de mening dat makers dan nog steeds hun verdiende deel krijgen, maar dat commerciële aanbieders wel veel minder rechtsonzekerheid en andere obstakels ondervinden die de uitrol van nieuwe diensten bemoeilijken?

II. Reactie van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

Naar boven