Niet-dossierstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-20142013D45425

2013D45425 LIJST VAN VRAGEN

Nr

Vraag

1

De minister van Buitenlandse Zaken verwees tijdens de persconferentie op 1 november onder meer naar het op gang brengen van «een verzoeningsproces tussen Noord en Zuid[-Mali]» en naar «een Mali dat over 10 jaar op zijn eigen benen moet staan». Wil het kabinet de missie langs deze succesfactoren definiëren? Is in dat geval geen sprake van «overpromise» en «underdeliver»? Zou het niet beter zijn de Nederlandse missie, die in hoofdzaak een verkennings- en inlichtingentaak heeft, langs die criteria te beoordelen en wel na twee jaar? Zouden niet juist concrete en verifieerbare criteria, zoals bijvoorbeeld het neerzetten van een zelfstandige inlichtingen- en verkenningscapaciteit die bijdragen aan het welslagen van de gehele MINUSMA-missie, de uitgangspunten van succes van de Nederlandse bijdrage moeten zijn?

2

Gaan de Nederlandse commandotroepen onder een blauwe baret opereren? Klopt het dat alle Nederlandse militairen in Mali een blauwe baret of helm gaan dragen, ook de commando's? Zo ja, in hoeverre bemoeilijkt dat de uitvoering van verkenningen en speciale operaties?

3

Gaan Nederlandse commando’s langeafstandsverkenningen uitvoeren? Zo ja, erkent u dat deze langeafstandsverkenningen een hoge tactische mobiliteit vereisen? Heeft MINUSMA helikopters beschikbaar die verkenningsteams snel en over grote afstanden kunnen verplaatsen? Zo ja, wie levert deze helikopters? Zijn daarover aanvullende afspraken gemaakt?

4

Hoe beoordeelt u het scenario dat bestrijding van de islamistische rebellen lijdt tot sterkere anti-westerse sentimenten en daarmee een grotere dreiging voor het Westen wordt gecreëerd, zowel in operatiegebied als in Nederland? Bent u ook van mening dat als de internationale gemeenschap zich breed maakt, de kans op meer (buitenlandse) jihadistische strijders toeneemt en daarmee ook het oordeel dat het dreigingsniveau als matig wordt beoordeeld, zou moeten worden herzien?

5

Hoe beoordeelt u het scenario dat bestrijding van islamistische rebellen in Mali zal leiden tot verplaatsing van de organisatie en activiteiten naar omliggende landen en MINUSMA slechts «met de kraan open gedweild» heeft?

6

In hoeverre acht u de omschrijving van de Nederlandse bijdrage als «stabilisatiemacht» een juiste?

7

Is al bekend of de in Afrika georganiseerde trainingsmissie Flintlock in 2014 weer gaat plaatsvinden? Zo ja, hoe zal deze trainingsmissie zich verhouden tot de missie MINUSMA in Mali? Is Nederland voornemens deel te nemen aan de eerstvolgende Flintlock-trainingsmissie?

8

Is men voornemens lokaal burgerpersoneel in te huren? Hoe is de aansprakelijkheid hieromtrent geregeld, in het bijzonder in het licht van de uitspraken van de Hoge Raad naar aanleiding van de gebeurtenissen in Srebrenica?

9

Kunt u in kaart brengen welke (islamistische) milities in Mali actief zijn? Wat zijn hun afzonderlijke doelstellingen en hoe verhouden zij zich tot elkaar?

10

Kunt u toelichten in welke staat het Malinese regeringsleger verkeert?

11

Levert het feit dat nog slechts 6.000 van de verhoogde 12.000 troepen lijken te zijn toegezegd problemen op voor het gebied waar de Nederlanders opereren? Of is de troepenvulling rondom Gao reeds verzekerd?

12

In Mali worden verschillende lokale talen gesproken. Hoe houdt MINUSMA rekening met de mogelijk ingewikkelde communicatie met de lokale bevolking?

13

Op welke manier houdt men rekening met taalbarrières binnen MINUSMA, onder meer naar aanleiding van de ervaringen in Tsjaad? In hoeverre wordt, indien dit een probleem kan vormen, voorzien in eventuele vertaling, bijvoorbeeld door de inzet van tolken?

14

Hoeveel van de uit te zenden militairen spreken Frans, dan wel lokale talen? Hoe ondervangt u eventuele hiaten in communicatie op de grond?

15

Hoeveel tolken is het kabinet van plan in te huren? Kunt u aangeven hoe het kabinet omgaat met het gebruik van tolken?

16

Welke deskundigen hebben zich al uitgesproken over de missie? Hoe beoordeelt u de analyses van deze deskundigen?

17

Worden de langeafstandsverkenningen die troepen gaan uitvoeren in tijd en afstand beperkt door het zogenaamde «golden hour»?

18

Zijn er landen die «long range fuel tanks» aan MINUSMA zullen bijdragen? Zo ja, welke landen zijn dit? Welke afspraken zijn hierover gemaakt?

19

Klopt het dat de missie (mede) gemotiveerd is om inlichtingen te verzamelen over terroristische netwerken in Europa?

20

Wat is de reactie van het kabinet op het feit dat de MNLA het Malinese leger opnieuw heeft aangevallen na mislukte vredesonderhandelingen?

21

Worden er Malinese vluchtelingen, indien nodig, opgevangen en zo ja, is een beleidswijziging omtrent aantallen aanstaande?

22

In hoeverre is de beheersing van de Franse taal, of het gebrek daaraan, door Nederlandse militairen een probleem? Hoe wordt hiermee omgegaan?

23

Welke mortiercapaciteit krijgen de Nederlandse militairen mee?

24

Definieert u de missie als geslaagd «als er een stevig bestuur is en het land geen vrijhaven meer is voor terroristen, als het land geen doorvoerroute meer is voor criminelen richting de Middellandse Zee en Europa en als de bevolking van Mali zich beschermd voelt», zoals aangegeven door de minister van Buitenlandse Zaken tijdens de persconferentie van 1 november 2013? Zo neen, wanneer is de missie voor u geslaagd?

25

In hoeverre wegen internationale politieke aspecten mee in de besluitvorming van deze missie?

26

Hoeveel Mali-experts heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken?

27

Hoeveel van de 70 personen inlichtingenpersoneel hebben ervaring met Mali?

28

Wat wordt precies bedoeld met «de eerste fase» van de missie? Wat betekent het precies dat Nederland de missie «in de eerste fase» ondersteunt? Wat houdt de eerste fase van de VN-missie precies in, wanneer kan men spreken van een afgeronde eerste fase en hoe lang denkt men voor deze eerste fase nodig te hebben?

29

Kwalificeert u de situatie in Mali als een pre-conflictfase of als een post-conflictfase?

30

Mogen andere landen een beroep doen op onze Apaches?

31

Kunt u de operationele gereedheid garanderen van 368 militairen voor de periode die de artkel-100 brief bestrijkt?

32

Wat zijn per categorie de precieze uitzendregels voor de volgende militairen: de analisten, het inlichtingenpersoneel, de verkenningseenheid, het detachement voor de Apaches, de militairen ter ondersteuning van voorgaande, en de extra functionarissen?

33

Kunt u het standaard-rotatieschema garanderen voor de militairen gedurende de hele periode die de artikel-100 brief bestrijkt?

34

Kunt u per rang aangeven welke manschappen die momenteel aanwezig zijn in Adana voor de Patriotmissie zullen worden ingezet voor de voorgenomen missie in Mali?

35

Kunt u aangeven wat de personele en materiële gevolgen in de jaren 2014 en 2015 zijn voor de operationele capaciteit van Defensie als deze missie doorgang vindt en alle lopende missies verlengd worden?

36

Kunt u aangeven wat de gevolgen in de jaren 2014 en 2015 zijn voor de operationele capaciteit van Defensie als deze missie doorgang vindt en alle lopende missies verlengd worden?

37

Kunt u aangeven wat de financiële gevolgen in de jaren 2014 en 2015 zijn voor de operationele capaciteit van Defensie als deze missie doorgang vindt en alle lopende missies verlengd worden?

38

Is de personele capaciteit op de Nederlandse ambassade in Bamako in kwalitatieve en kwantitatieve zin geharmoniseerd met het kabinetsvoornemen?

39

Over hoeveel «combat ready» Apache-piloten beschikt Nederland op dit moment? Zijn er genoeg reserveonderdelen en munitie om de Apaches eventueel twee jaar lang in te zetten?

40

Rekent u op versnelde slijtage in verband met de klimatologische omstandigheden?

41

Zal er sprake zijn van de inzet van zogeheten «Polads», «Rolads», «Osads», «Culads»? Kunt u aangeven waar ze worden ingezet? Worden aan de Nederlandse militaire bijdrage aan MINUSMA in het Noorden ook diplomaten toegevoegd, de zogenaamde Polads?

42

Zal MINUSMA gebruik maken van bewapende of onbewapende drones? Zo ja, om hoeveel bewapende of onbewapende drones gaat het?

43

Zijn er verschillen tussen de deelnemende staten ten aanzien van de rules of engagement voor de internationale militairen?

44

Welke Malinese en andere internationale militairen zijn gelegerd in Bamako en Gao?

45

Welke voorwaarden worden gesteld aan journalisten die ter plekke verslag willen doen?

46

Heeft de beslissing tot uitzending geleid tot nieuwe verwachtingen van het kabinet ten aanzien van de ontvoerde Nederlander dhr. S. Rijke?

47

Waarom wordt het verzamelen van inlichtingen bestempeld als een «niche-capaciteit»? Waarin verschilt juist de Nederlandse ervaring en expertise op dit terrein van die van andere landen?

48

Zijn er andere landen dan Nederland die wel een specifieke gebiedsverantwoordelijkheid dragen? Zo ja, welke landen en voor welk gebied? Zo nee, wie wordt dan verantwoordelijk geacht voor gebieden en waarom is voor deze opzet, die afwijkt van eerdere missies, gekozen?

49

Welk deel van de 70 militairen de voor de All Source Information Fusion Unit (ASIFU) werkzaam zullen zijn, zal als analist aan de slag gaan en welk deel maakt deel uit van het inlichtingenpersoneel?

50

Welk deel van de 70 militairen zal werkzaam zijn op en vanuit de hoofdkwartieren in Gao? En welk deel van de 70 militairen zal werkzaam zijn op en vanuit hoofdkwartieren in Bamako?

51

Hoeveel militairen zijn er in totaal nodig voor de (voorlopige) duur van de missie om de inzet van 90 militairen als Special Forces mogelijk te maken?

52

Hoeveel militairen zijn er in totaal nodig voor de (voorlopige) duur van de missie om de inzet van 60 militairen met vier Apache helicopters mogelijk te maken? Welk deel van de 60 militairen zijn ondersteunend aan de Apaches en welk deel maakt deel uit van de bemanning?

53

Hoe ziet de verdeling van de 128 militairen ter ondersteuning er over de verschillende eenheden uit? Welk deel van de 128 militairen ter ondersteuning zijn voor het nationaal ondersteuningsdetachement?

54

Hoeveel extra militairen zijn er nodig bij de aanvang van de missie? Waaruit bestaat hun takenpakket?

55

Hoeveel functionarissen voor de politie component zijn er in totaal voor de (voorlopige) duur van de missie nodig, onderverdeeld naar de KMar en politieagenten?

56

Hoeveel civiele deskundigen zendt Nederland uit en wat is hun specifieke taak? Hoeveel civiele deskundigen zijn in totaal onderdeel van de MINUSMA-missie? Hoeveel civiele deskundigen verwacht het kabinet dat er nodig zijn voor de (voorlopige) duur van de missie?

57

Wat is de achtergrond van deze civiele deskundigen?

58

Wanneer is er duidelijkheid over de locaties waar de functionarissen van de politiecomponent en de civiele deskundigen zullen worden geplaatst?

59

Op welke terreinen heeft de Malinese overheid begeleiding van VN gevraagd om te komen tot een functionerende overheid?

60

Hoe definieert de Malinese overheid zelf een functionerende overheid? Is de door de VN gehanteerde definitie hieraan gelijk?

61

Wie bepaalt of het doel van een functionerende Malinese overheid die veiligheid en andere diensten aan de bevolking levert in het hele land, is behaald?

62

Wat zijn de andere diensten die de Malinese overheid aan de bevolking in het hele land beoogt te gaan leveren?

63

Wat wordt bedoeld met «een kritieke behoefte van de VN»?

64

Wanneer zal men spreken van een succesvolle missie? Wat is het beoogde einddoel van de missie in concrete doelstellingen?

65

Ambieert Nederland een rol in de Mali Group of Friends? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?

66

Is Nederland voornemens een Speciale Gezant Mali te benoemen? Zo ja, wanneer? Zo nee, waarom niet?

67

Gaat Nederland in het Noorden van Mali Quick and Visible projects of Quick Impact Projects uitvoeren? Zo ja, hoe zien deze er uit? Zo nee, waarom niet?

68

Kunt u de taken van de 128 ondersteunende militairen toelichten?

69

Hoeveel extra militairen zijn noodzakelijk bij zowel de aanvang als de beëindiging van de missie?

70

Hoe heeft Nederland de niche (militaire niche-capaciteit) bepaald van de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA?

71

Nederland zal bijdragen aan de politiemacht om training te geven. Is binnen deze politiemacht ook specifieke aandacht en ruimte voor gendertrainingen? Wordt de capaciteit opgebouwd van de politie op het gebied van gender-based violence? Zo nee, waarom niet en zal Nederland zich hard maken om dit wel te integreren?

72

Hoe realistisch is de overdraagbaarheid van de Nederlandse bijdrage gericht op een militaire niche capaciteit die voorziet in een «kritieke VN behoefte» aan andere landen? Welke andere landen zouden in staat zijn de Nederlandse bijdrage over te nemen?

73

Bent u bereid de EU- en VN-Sahelstrategie met kabinetsreactie voor het aankomende artikel-100 debat naar de Kamer te zenden?

74

Heeft u zelf een Sahelstrategie? Zo neen, waarom niet? Zo ja, kunt u deze voor het aankomende artikel-100 debat naar de Kamer zenden?

75

Het kabinet zal halverwege 2015 een evaluatie opstellen om een besluit te nemen over de beëindiging dan wel verlenging van de Nederlandse bijdrage na 2015 mocht MINUSMA dan nog bestaan. Is het kabinet ook voornemens binnen deze evaluatie te kijken naar belangrijke aspecten van deze missie – bv de Humanitaire Ruimte en de samenwerking tussen militair-humanitair én de bescherming van vrouwen en integratie van vrouwen in het vredesproces – om de besluitvorming mede hiervan te laten afhangen?

76

Het kabinet stelt dat de missie gebaseerd is op een 3D-benadering. Welke rol speelt het element diplomacy in de Nederlandse bijdrage? In hoeverre is er daarnaast sprake van een reële development-component?

77

Kan worden toegelicht op welke wijze de Nederlandse bijdrage de effectiviteit van MINUSMA «aanzienlijk» zal vergroten? Wat zijn de verwachte output, outcome en impact van de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA? Op welke wijze zullen deze worden gemeten?

78

Wat zijn de verwachte output, outcome en impact van de VN-missie MINUSMA in Mali? Op welke wijze zullen deze worden gemeten?

79

Kan worden aangegeven op basis van welke criteria en meetbare resultaten het kabinet halverwege 2015 de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA zal evalueren? Zal deze evaluatie SMART worden uitgevoerd?

80

Van welke factoren en/of successen is verlenging van de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA na 2015 afhankelijk?

81

Welke voorwaarden worden gesteld aan eventuele voorzetting van de Nederlandse bijdrage aan de VN-missie vanaf eind 2015?

82

Waarom is er niet voor gekozen om een duidelijke einddatum voor de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA vast te stellen?

83

Hoe lang verwacht het kabinet dat Nederland de huidige geplande bijdrage kan blijven leveren aan MINUSMA? Kan in het antwoord op deze vraag de operationele inzetbaarheid van zowel het personeel als materieel worden betrokken?

84

Wat zijn de consequenties van een situatie waarin Nederland zich na 2015 terugtrekt uit de missie en geen ander land bereid is de inlichtingentaak over te nemen?

85

Zullen er externe partijen betrokken worden bij de evaluatie? En zo ja, welke? En zo nee, waarom niet en wie zal dan de tussentijdse evaluatie uitvoeren?

86

Waarom wordt voor het creëren van escalatiemogelijkheden gekozen voor Apaches en niet voor F-16»s?

87

In hoeverre kan men met vier Apaches spreken van een zelfredzame missie in het geval van evt. hevige gevechten?

88

Wat zijn de directe en indirecte Nederlandse belangen in Mali?

89

Wat zijn de economische belangen van Nederland in Mali?

90

Welke aanwijzingen zijn er dat vanuit Mali de veiligheid van Nederland in het geding is?

91

Vormt Nederland een doelwit voor rebellengroepen in Mali? Zo ja, waarop wordt dit gebaseerd?

92

Zijn er reeds aanslagen van Malinese groepen of individuen tegen Nederlandse doelen verijdeld? Zo ja, hoeveel?

93

Hoe wordt er rekening mee gehouden dat door het sturen van Nederlandse militairen naar Mali Nederlandse doelen in Mali en de regio en doelen in Nederland zelf doelwit worden van acties van rebellengroepen?

94

Welke bijdrage levert de Nederlandse missie aan bestrijding van internationale criminaliteit en terrorisme?

95

De brief noemt de regionale dimensie van de problematiek, terwijl de brief vooral over Mali gaat. Hoe is aandacht voor grensoverschrijdende problemen gewaarborgd?

96

De brief noemt de regionale dimensie van de problematiek, terwijl de brief vooral over Mali gaat. Hoe is aandacht voor grensoverschrijdende problemen gewaarborgd?2 De brief noemt de regionale dimensie van de problematiek, terwijl de brief vooral over Mali gaat. Hoe is aandacht voor grensoverschrijdende problemen gewaarborgd?

97

Welke prioritering geldt er bij de gronden voor deelname aan de missie, welke grond is het belangrijkste en waarom?

98

«Door samenhang tussen de Nederlandse inzet in MINUSMA en het bilaterale ontwikkelingsprogramma wordt het geïntegreerde karakter van de Nederlandse inspanningen verder versterkt». Hoe ziet die samenhang eruit? Op welke onderdelen gaan de missie en het bilaterale ontwikkelingsprogramma precies samen? Kan worden toegelicht op welke wijze er sprake is van samenhang tussen de Nederlandse inzet binnen MINUSMA en het bilaterale ontwikkelingsprogramma? Hoe gaan deze programma’s elkaar versterken?

99

Binnen welk tijdsbestek kunnen de Fransen steun leveren en welk materieel hebben zij daarvoor beschikbaar?

100

Kunt u het Nederlands economisch belang bij beschikbaarheid van de grondstoffen in de Sahel-regio toelichten? Kunt u dit economisch belang cijfermatig onderbouwen?

101

Kunt u toelichten via welke landen en kanalen wapens terechtkomen in Mali? In hoeverre maakt Libië deel uit van deze doorvoerroutes?

102

Klopt het dat een groot deel van de financiering van jihadistische terroristen mede komt uit gestolen olie uit Niger? Zo ja, wat wordt daar aan gedaan?

103

Uit de artikel 100-brief wordt niet geheel duidelijk in hoeverre er sprake is van een relatie tussen grondstoffen, wapen- en mensenhandel en terrorisme. Zijn deze factoren volgens het kabinet aan elkaar gerelateerd? Zo ja, hoe?

104

Waarom wordt er verwacht dat een bijdrage aan MINUSMA de effectiviteit van de totale Nederlandse inspanningen in Mali een impuls kan geven? Wat zijn de verwachte effecten van deze impuls?

105

Wat is voor de Malinese bevolking vanuit het economische perspectief het belang de grondstoffen en energiebronnen in de regio bereikbaar en beschikbaar te houden? Wat is het belang hiervoor voor de Malinese industrie en handel?

106

Welke regio wordt bedoeld in de zinsnede «van belang de grondstoffen en energiebronnen in de regio bereikbaar en beschikbaar te houden» en kunt u een overzicht geven van de grondstoffen en energiebronnen in deze regio?

107

Kunt u een overzicht geven van de betrokken bedrijven en industrie bij de bedoelde grondstoffen en energiebronnen in deze regio?

108

Kunt u aangeven welke grondstoffen de Nederlandse overheid inkoopt in Noord-Afrika?

109

Wanneer is de centrale doelstelling van stabilisering van bevolkingscentra bereikt? Welke bevolkingscentra worden hiermee bedoeld?

110

Op welke wijze zal de steun voor het herstel van staatsgezag worden gemeten? Is er al een nulmeting beschikbaar?

111

Is er onderzoek gedaan naar het huidige draagvlak van de bevolking voor de doelstellingen van de VN-missie? En zo ja, wat was het resultaat? Kunt u deze per afzonderlijke doelstelling toelichten?

112

In hoeverre zijn 12.000 militairen van MINUSMA in staat orde te handhaven in Mali? Hoe verhoudt dit aantal zich tot het aantal NAVO-militairen in Afghanistan?

113

Wordt onder steun voor herstel van het staatsgezag ook verstaan het blokkeren van de smokkelroutes van mensen en drugs in Mali?

114

Is een doel van de Nederlandse missie om terroristische groepen uit te schakelen of hier in ieder geval een bijdrage aan te leveren?

115

Wat zijn de belangrijkste redenen dat MINUSMA nog niet beschikt over de benodigde 12.000 militairen? Wat is de verwachting wanneer deze militairen er wel zijn en welke landen zullen deze naar verwachting leveren?

116

Kunnen de door Nederland verzamelde inlichtingen ook gebruikt worden voor gerichte aanvallen op vermeende terroristen al dan niet met het oogmerk deze te doden (targeted killings), eventueel uitgevoerd door Franse militairen of commando’s die niet onder MINUSMA vallen?

117

Wijkt het mandaat van de parallel force van de Franse militairen af van dat van MINUSMA? Indien ja, hoe?

118

«Bemiddeling bij politieke dialoog en verzoening» is een doelstelling van de missie. Hoe krijgt die bemiddeling vorm? En hoe worden lokale gemeenschappen daarbij betrokken?

119

Op welke wijze sluit deelname aan bij de actieve rol die Nederland speelt bij de internationale discussie over het grote belang van human security, wat is het grote belang van human security en hoe is dit belang verankerd in de uitvoering van de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA?

120

Het kabinet geeft in zijn analyse duidelijk aan dat een deel van de Malinese (regionale) problematiek buiten Mali ligt: bv. de smokkelroutes voor drugs en mensenhandel. Wat zijn de inspanningen van Nederland op dat vlak om de situatie te veranderen?

121

Nederland benadrukt het belang van «human security». Hoe wordt human security binnen deze missie opgevat, en op welke wijze draagt de Nederlandse bijdrage bij aan human security? Kunt u specificeren naar doelgroep?

122

MINUSMA’s mandaat is onder andere het beschermen van de humanitaire toegang. Hoe zal MINUSMA zorgen dat de delicate balans tussen humanitair-militair wordt gewaarborgd zodat humanitaire spelers op basis van neutraliteit, onpartijdigheid en objectiviteit hun werk kunnen doen? En wat zal de bijdrage van Nederland hieraan zijn? Zal Nederland ingrijpen wanneer deze balans wordt overschreden, en hoe?

123

Hoe hard zijn de garanties voor hulp vanuit de Franse operatie Serval, in het bijzonder als het gaat om prioriteitsstelling? Hoe groot acht u het risico dat Fransen de prioriteit leggen bij hun eigen operatie Serval?

124

In hoeverre staat de Franse parallel force onder het gezag van MINUSMA? In hoeverre kunnen de VN-troepen een beroep op de Franse strijdkrachten doen? Hoe is deze commandostructuur geregeld? Is er een scenario denkbaar waarin de Franse parallel force weigert gehoor te geven aan een verzoek van de VN-missie?

125

Wat gebeurt er als de Nederlandse speciale eenheden onder vuur liggen en de Fransen niet in staat blijken of bereid zijn vuursteun te leveren? Welke rol kunnen de Apache-helikopters hierin spelen? Klopt het dat de Apaches gebiedsgebonden zijn (en bovendien langzamer dan gevechtsvliegtuigen) en de Nederlandse speciale eenheden niet in alle gebieden te hulp kunnen schieten?

126

Kunt u nader ingaan op de gevolgen van de verkleining van de omvang van de Franse troepenmacht in het kader van operatie Serval voor de ondersteuning aan en het welslagen van MINUSMA? Klopt het dat de Fransen hun troepenmacht verkleinen van 3000 tot 1000 militairen?

127

Welke afspraken zijn gemaakt over het delen van door Serval vergaarde intelligence met MINUSMA en met Nederland?

128

Wat is het concrete mandaat van Serval?

129

In hoeverre houden de islamistische rebellen in Mali banden met terreurnetwerken als Al Qaida, Boko Haram en Al Shabaab?

130

Door welk deel van de Malinese bevolking is de komst van de Fransen verwelkomd?

131

Is er ook een deel van de Malinese bevolking die de komst van de Fransen niet verwelkomde?

132

Tegen welke rebellengroepen richt MINUSMA zich?

133

Welke groepen verzetten zich in Mali tegen het centrale gezag? Hoe omvangrijk zijn deze groepen? Heeft Nederland een goed beeld van deze groepen?

134

Welke rebellengroepen bestaan geheel of gedeeltelijk uit buitenlandse strijders? Hoe groot schat u het aandeel buitenlandse strijders in Mali?

135

Wat zijn de politieke wensen en eisen van de verschillende rebellengroepen in Mali? Welk perspectief is er om met deze groepen te onderhandelen?

136

Zijn jihadistische groepen ook mogelijke gesprekspartners om tot een politieke oplossing te komen? Indien neen, waarom niet? Indien ja, worden er voorwaarden gesteld aan het voeren van gesprekken?

137

Zijn groepen en individuen die op een terrorismelijst staan uitgesloten van onderhandelingen?

138

Welke concrete initiatieven zijn er genomen om te komen tot een noodzakelijke hervorming en decentralisatie van de overheid, wat zijn hierbij de grootste obstakels, hoe draagt Nederland bij aan het wegnemen van deze obstakels?

139

Klopt het dat de Malinese autoriteiten voornemens waren om de presidentsverkiezingen te verplaatsen naar oktober 2013? Klopt het dat de Franse regering deze verplaatsing ongedaan heeft gemaakt?

140

Op basis van welke informatie en analyse is de situatie in het noorden van Mali te kwalificeren als «relatief kalm»? Is er een ontwikkeling te duiden in de veiligheidssituatie? Wat verandert het incident waarbij twee Franse journalisten werden vermoord aan de situatie?

141

Bestaat er een kritieke ondergrens van vulling van de VN-missie MINUSMA voor de veiligheid van de Nederlandse militairen en politiemensen die een bijdrage leveren aan de VN missie? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waar ligt die grens?

142

Kunt u de kritiek op de ministerbenoemingen toelichten?

143

Hoe verhoudt zich de trainingsmissie EUTM Mali met MINUSMA? Op welke onderdelen zal worden samengewerkt en op welke wijze zal die samenwerking plaatsvinden?

144

Kunt u de omvang van de etnische conflicten tussen en binnen de Arabische, Toeareg en Peul gemeenschappen nader toelichten? Welke hindernissen levert dit op voor het welslagen van MINUSMA?

145

In welke oplossingen voor de etnische en overige interne conflicten voorziet MINUSMA indien het verzoeningsproces, dat volgens de Malinese bevolking zelf van onderaf moet groeien, minder voorspoedig loopt dan gewenst?

146

Wat verwacht de internationale gemeenschap van Mali t.a.v. de spanningen die zijn ontstaan doordat achterblijvers terugkerende ontheemden van collaboratie met jihadisten beschuldigen, en m.b.t. de disputen over land?

147

«Veel Malinezen zijn van mening dat het verzoeningsproces, waarbij de aanpak van straffeloosheid een basisvoorwaarde is, van onderaf moet groeien en niet van bovenaf moet worden opgelegd.» Kunt u aangeven wat de Nederlandse bijdrage is aan dit proces? Hoe gaat het kabinet uitvoering geven aan deze wens van de Malinezen?

148

Welke groepen vertegenwoordigen de vertegenwoordigers uit het noorden?

149

Ziet u decentralisatie van de politieke macht als een oplossing voor de geschillen tussen vertegenwoordigers van de Malinese staat en rebellengroepen?

150

Is decentralisatie van de politieke macht in Mali onderdeel van de vredesonderhandelingen met rebellengroepen?

151

Hoe ziet een vredesregeling met rebellengroepen in Mali er mogelijk uit?

152

U geeft aan dat «banditisme» een veiligheidsprobleem is voor de terugkeer van ontheemden. MINUSMA heeft geen mandaat op zulke zaken. Wat zal de Nederlandse bijdrage aan de aanpak van dit probleem zijn?

153

Welke concrete initiatieven zijn er genomen om te komen tot een noodzakelijke politieke dialoog en verzoening, wat zijn hierbij de grootste obstakels, hoe draagt Nederland bij aan het wegnemen van deze obstakels?

154

Hoe verloopt de EU-trainingsmissie EUTM tot nu toe? Welke resultaten zijn reeds geboekt? Wat zijn de verwachtingen voor de komende periode?

155

Draagt Nederland ook bij aan EUTM? Waarom (niet)?

156

Hoe verlopen de activiteiten van UNPOL tot nu toe? Welke resultaten zijn reeds geboekt? Wat zijn de verwachtingen voor de komende periode?

157

Hoe verhoudt zich de lezing dat het noorden van Mali tot een broedplaats geworden is van extremisme en een vrijplaats voor het opleiden van terroristen tot de constatering dat buitenlandse jihadisten Mali naar verluidt grotendeels hebben verlaten?

158

Welk antwoord biedt MINUSMA op het zgn. «waterbedeffect» van jihadisme?

159

Veel Malinese jihadisten zijn opgegaan in de bevolking. Op welke wijze worden jihadisten opgespoord? Wat zullen de vervolgstappen zijn indien duidelijk is dat een persoon een jihadist is?

160

Kunt u de «sterke aanwijzingen» dat groepen uit Noord-Mali banden hebben met terreurorganisaties zoals Boko Haram toelichten? Met welke andere terreurorganisaties hebben groepen uit Noord-Mali nog meer banden?

161

De binnenlandse veiligheidsdiensten van Mali functioneren matig tot slecht, zijn in sommige regio’s onzichtbaar en waar wel aanwezig, zijn ze corrupt. Mali is jarenlang de «donor darling» van het Westen geweest. Kunt u toelichten hoe het kan dat deze hulp niet heeft geleid tot een goed functionerende rechtsstaat?

162

Zijn er bewijzen voor de corruptie in de justitiesector? Welke stappen worden ondernomen om die te bestrijden?

163

Raakt de corruptie in de justitiesector de centrale regering?

164

Wat wordt verstaan onder de «humanitaire situatie»?

165

Wat wordt verstaan onder de «transitie van humanitaire hulp naar ontwikkelingssamenwerking?

166

Welke mensenrechtenverdragen heeft Mali nog niet geratificeerd of nog niet omgezet in nationale wetgeving? In hoeverre zal Mali aangespoord en geassisteerd worden om dit alsnog te doen?

167

Is de 2 miljoen euro die Nederland dit jaar extra vrijmaakt voor humanitaire hulp in de Sahel, geheel bestemd voor Mali? Zo nee, waarom niet en welk deel is bestemd voor Mali?

168

Wat zij de verwachtingen ten aanzien van de vulling van het VN fonds voor humanitaire hulp voor 2013, 2014, 2015?

169

Wat zijn de mogelijke gevolgen van de vulling van 35% van het VN fonds voor humanitaire hulp voor het functioneren van de VN missie MINUSMA in 2013, 2014, 2015?

170

Wat zijn de mogelijke gevolgen van de vulling van 35% van het VN fonds voor humanitaire hulp voor het slagen van de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA in 2013, 2014 en 2015?

171

Hoe gaat Nederland bijdragen aan de versterking en hervorming van het politie- en justitieapparaat?

172

Welke bijdrage gaat Nederland leveren op het gebied van gender based violence?

173

Ziet MINUSMA het als taak de ruim 170.000 Malinese vluchtelingen in buurlanden terug te laten keren? Zo ja, op welke wijze denkt MINUSMA de conflicten omtrent voedsel, land en beschuldiging van collaboratie het hoofd te bieden? Zo nee, op welke wijze worden deze vluchtelingen in de buurlanden opgevangen en op welke wijze wordt voorkomen dat de vluchtelingen veranderen in jihadistische rekruteringskampen?

174

De VN heeft in 2013 circa 477 miljoen dollar nodig voor humanitaire hulp, waarvan momenteel slechts 35 procent is gefinancierd. Kunt u een overzicht geven van de humanitaire bijdragen van OIC-landen aan Mali?

175

Welke stappen onderneemt u om de voedselonzekerheid onder de Malinezen aan te pakken?

176

Zal Nederland zich inzetten om de politieke dialoog met nationale autoriteiten om een efficiënte transitie van humanitaire hulp naar ontwikkelingssamenwerking te waarborgen, en zo ja, op welke manier?

177

Hoe wordt het politie- en justitieapparaat hervormd?

178

Waren er door de EU-missie getrainde militairen betrokken bij de mensenrechtenschendingen van het leger in reactie op de muiterij van september, waarover Amnesty International rapporteerde in oktober?

179

Welk percentage van de noordelijke bevolking is teruggekeerd naar huis? Om hoeveel mensen gaat het?

180

Kunt u een definitie en omschrijving geven van de «»humanitaire ruimte»?

181

Er is een wens van de commandant van het Malinese leger om met UN Women samen te werken op het gebied van preventie van gender-based violence (GBV) door de Malinese strijdkrachten. Komt er binnen de missie of daarnaast ook een klachtenmechanisme voor slachtoffers van GBV, ook als dit wordt gedaan door MINUSMA-strijdkrachten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat is de Nederlandse bijdrage hieraan?

182

Kunt u in kaart brengen hoeveel ontwikkelingsgeld Nederland de afgelopen 40 jaar in Mali heeft gestoken? Zo nee, kunt u een indicatie geven om welk bedrag het ongeveer gaat? Hoeveel geld heeft Nederland sinds de jaren 1970 zowel bilateraal als multilateraal aan ontwikkelingshulp aan partnerland Mali gegeven?

183

Bent u bereid de Nederlandse inzet op Ontwikkelingssamenwerking in Mali uit te breiden? Zo neen, waarom niet?

184

Kunt u aangeven wat de zinsnede «dat in het OS-programma meer aandacht aan het noorden zal worden geschonken waarbij veiligheid een belangrijkere rol zal spelen» precies behelst?

185

Kunt u, mogelijk schematisch, in personele en materiële zin aangeven hoe een accentverschuiving binnen het OS-programma naar het noorden zal uitwerken, zowel voor het noorden als voor gebieden waar de capaciteit vandaan zal worden gehaald?

186

Wat bedoelt u met de zinsnede dat er «feitelijk al een begin is gemaakt» aan een accentverschuiving richting het noorden?

187

Hoe corrupt acht u de Malinese regering?

188

Hoe schat u de kans in dat het tot een politiek vergelijk komt met de separatistische elementen in Noord-Mali?

189

Hoe wordt aan de» D» van development in de missie invulling gegeven?

190

Hoe wordt ervoor gezorgd dat de 3D benadering de hulp niet politiseert?

191

Wat is de stand van zaken aangaande de uitvoering van het door de Malinese interim-regering geformuleerde «Plan pour la Relance Durable du Mali» (PRED) 2013–2014»? Wat zijn de belangrijkste uitdagingen bij de implementatie van PRED?

192

Welke resultaten heeft Nederland geboekt met ontwikkelingssamenwerking in Mali sinds de jaren zeventig? Wat zijn de belangrijkste factoren die deze langjarige inzet nodig maken/rechtvaardigen?

193

Welke «geleerde lessen uit het verleden» worden door Nederland in de praktijk gebracht met de genoemde aanpak?

194

Hoe groot is de Nederlandse bijdrage aan humanitaire hulp in Mali in 2013 en gedurende de gehele periode waarin Nederland bijdraagt aan MINUSMA?

195

Hoe wordt de veiligheid van de lokale uitvoerders en medewerkers van de door Nederland gesteunde ontwikkelingssamenwerkingsprogramma’s gegarandeerd?

196

Wat is de rol van het lokale maatschappelijk middenveld bij de door Nederland gesteunde ontwikkelingssamenwerkingsprogramma’s?

197

In welke mate zijn vrouwenrechten een aandachtspunt bij de door Nederland gesteunde ontwikkelingssamenwerkingsprogramma’s?

198

Wanneer wordt het Veiligheid en Rechtsorde programma uitgerold, gericht op versterking van de decentrale justitie- en veiligheidsketens die de belangen van de burger dienen, inclusief vergroting van de toegang tot recht? Besteed het Nederlandse Rule of Law programma expliciet aandacht aan de bescherming en betrokkenheid van vrouwen in het justitiële systeem? Indien ja, kunt u het programma toelichten?

199

Op welke wijze heeft Nederland gezorgd dat de OS-gelden werden verspreid over zowel Noord- als Zuid-Mali? Waarom heeft men niet eerder aandacht besteed aan Noord-Mali, terwijl de problemen al decennialang bekend waren?

200

Kunt u de uitkomsten van de internationale donorconferentie waar 3 miljard aan steun werd toegezegd naar de Kamer toezenden?

201

Is het kabinet zich ervan bewust dat de aanpak van de grondoorzaken van het conflict een langjarige ambitie is?

202

Hoe gaat het kabinet beoordelen of de Nederlandse inspanningen om de grondoorzaken van het conflict aan te pakken geslaagd zijn?

203

Welke rol speelt ontwikkelingssamenwerking in het aanpakken van de grondoorzaken van het conflict?

204

U noemt corruptie binnen de justitie- en veiligheidsketens en de kloof tussen staat en burger als grondoorzaken van het conflict. In hoeverre heeft de ontwikkelingshulp daar in het verleden aan bijgedragen en welke maatregelen staat u voor om niet in herhaling te vallen van eerder gemaakte fouten? Bent u bereid lessen te trekken en harde voorwaarden te koppelen aan het beschikbaar stellen van ontwikkelingsgelden aan Mali?

205

Nederland ondersteunt de decentrale overheid en het maatschappelijk middenveld. Wat is hierin de rol van de Nederlandse ambassade? En hoe ondersteunt Nederland het lokale maatschappelijk middenveld?

206

Is er voorzien in een civil assessment, zo nee waarom niet, zo ja door wie, hoe en wanneer zal dit assessment plaatsvinden?

207

Wat zijn de precieze doelstellingen van de OS-bijdrage aan MINUSMA?

208

Op welke wijze heeft het Nederlandse OS beleid de afgelopen 10 jaar bijgedragen aan het tegengaan van marginalisering en uitsluiting van het Noorden van Mali?

209

Wat is de impact op het succes van de missie nu nog maar slechts 35% van de humanitaire hulp is gefinancierd? Wat zijn de vooruitzichten?

210

Welke doelen heeft het kabinet verbonden aan de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA ten aanzien van 1) Defense, 2) Diplomacy, 3) Development? Zal Nederland deze doelen SMART evalueren?

211

Kunt u concretiseren onder welke voorwaarden Nederland evt. zal aanhaken bij initiatieven gericht op de wijdere regio? Doelt u hierbij op militaire en/of financiële steun van dergelijke initiatieven? Wat is de maximaal bespreekbare inzet?

212

Welke bijdrage gaat Nederland concreet leveren om de stabiliteit en duurzame ontwikkeling in het noorden op gang te brengen?

213

Hoeveel en welke Afrikaanse landen nemen deel aan het ACOTA programma?

214

Nemen Nederlandse instructeurs deel aan het Amerikaanse ACOTA programma? Zijn er andere programma's of oefeningen zoals Flintlock, waaraan Nederlandse troepen deelnemen?

215

Hoeveel diplomaten zal Nederland inzetten ter ondersteuning van MINUSMA en welke doelstellingen heeft hun inzet?

216

Wat is de huidige bezetting van de Nederlandse ambassade in Bamako, zal deze bezetting tijdens de duur van de missie toenemen, zo ja op welke wijze, zo nee waarom niet?

217

Waaruit bestaat de expertise van de civiel deskundigen die meegaan in de missie?

218

«Op het gebied van menselijke veiligheid (human security) ondersteunt Nederland de verificatie van mensenrechtenschendingen door een lokale organisatie». Om welke lokale organisatie gaat het hier?

219

Wanneer verwacht het kabinet dat MINUSMA op volledige sterkte is? Gaat het kabinet uit van 11.200 militairen en 1440 politie-justitie-functionarissen, zoals geautoriseerd door de VN?

220

Wanneer verwacht u dat de organisatiestructuur van MINUSMA is geformaliseerd?

221

Wat betekent het voor de Nederlandse bijdrage als MINUSMA bij aanvang van onze bijdrage nog niet voldoende ingevuld is?

222

Heeft het kabinet een ondergrens ten aanzien van de internationale invulling van MINUSMA, of zal Nederland wat het kabinet betreft in alle instanties optreden?

223

Kunt u het «wisselend succes» over de regionale aanpak toelichten en concretiseren? Op welke terreinen is sprake van succes en op welke terreinen loopt men tegen muren op?

224

Kunt u aangeven wat de oorzaak is van de ineffectieve veiligheidssamenwerking tussen Algerije, Mali, Mauritanië en Niger, ondanks de oprichting van een joint chiefs of staff committee?

225

Kunt u toelichten waarom Tunesië en Libië geen deel uitmaken van dit joint chiefs of staff committee? Op welke wijze worden Tunesië en Libië betrokken bij de pogingen de veiligheidssituatie van de gehele regio te verbeteren?

226

In hoeverre zijn de landen in de regio reeds betrokken in de voorbereidingen die getroffen worden voorafgaand aan de missie?

227

Is het waar dat de grenzen van Mali niet overgestoken mogen worden door MINUSMA-militairen? Geldt dat ook voor de Franse militairen en commando’s die geen MINUSMA-militairen zijn?

228

Ziet u een gevaar dat militaire interventie in Mali kan leiden tot onrust in naburige landen?

229

Kunt u per buurland van Mali aangeven hoe zij aankijken tegen de MINUSMA-missie en de Franse parallel force? Hebben zij hier zorgen over geuit? Zo ja, welke?

230

Welke relatie ziet u tussen de burgeroorlog in Libië en de interventie van de NAVO daarin en de militaire strijd die na het instorten van het Libische regime is ontstaan in Mali?

231

Welke mogelijke scenario's ziet u in de voortgang van het vredesoverleg Ouagadougou?

232

Op welke wijze en in welke mate kan dit vredesoverleg het functioneren van de VN vredesmacht en specifiek door Nederland daarbinnen beïnvloeden?

233

«De ondersteuning van politieke processen moet worden gecombineerd met de «robuustere» inzet ten behoeve van stabilisering en met de ontwikkelingsprocessen langere termijn, zoals de hervorming van de veiligheidsinstituties.» Wat wordt bedoeld met een »robuustere» inzet?

234

Hoe ziet het organogram van de commandovoering eruit inclusief de positie van de Nederlandse Commandant der Strijdkrachten (CdS) en de (eventueel) voor deze missie benodigde tolken?

235

Hoe het organogram met betrekking tot de informatie-uitwisseling eruit en wie zijn hier bij betrokken? Hoe ziet het organogram eruit met betrekking tot de informatie-uitwisseling tussen alle lopende en missies (zowel militair als civiel) die in Mali plaatsvinden?

236

Hoe zal er worden omgegaan met de uitzendbescherming?

237

Zal er gebruik gemaakt worden van tolken? En zo ja, hoeveel tolken denkt u nodig te hebben voor de missie?

238

Hoe zullen de (eventuele) voor deze missie benodigde tolken opgeleid worden?

239

Waar gaat u de (eventueel) voor deze missie benodigde tolken werven?

240

Welke afspraken zullen er met de (eventueel) voor deze missie benodigde tolken gemaakt worden?

241

Waar komen de (eventueel) voor deze missie benodigde tolken in dienst?

242

Onder wiens directe leiding staat de (eventueel) voor deze missie benodigde tolken?

243

Welke bescherming genieten de (eventueel) voor deze missie benodigde tolken? Wie is hiervoor verantwoordelijk?

244

Wat wordt bedoeld met een «multidimensionale en decentrale opzet van de organisatie» van MINUSMA? Op welke wijze kan een dergelijke organisatie van de missie bijdragen aan meer samenhang?

245

Waarom is het «Integrated Strategic Framework» nog niet gereed? Op basis van welk afspraken en doelstellingen werken verschillende VN-organisaties tot die tijd samen?

246

Wat zijn de oorzaken en de aard van de gevaren waartegen burgers in Mali beschermd moeten worden? Zijn, mede vanwege het Protection of Civilians mandaat van MINUSMA, de oorzaken en de aard van de gevaren voor burgers in Mali onderzocht in de defensie verkenningen en assessment? Zo nee, waarom niet?

247

Op welke wijze gaat de Nederlandse militaire bijdrage aan MINUSMA een bijdrage leveren aan de bescherming van burgers?

248

Heeft MINUSMA een Protection of Civilians Strategie?

249

Op basis van welke overwegingen heeft China besloten deel te nemen aan MINUSMA?

250

Wat wordt er precies verstaan onder de inzet van «noodzakelijke middelen» als het gaat om de burgerbescherming door MINUSMA?

251

Wat wordt er gedaan om mensenrechtenschendingen van het Malinese leger te voorkomen?

252

Als MINUSMA nog geen formele organisatiestructuur heeft, betekent dit dat er geen bevelsketen is?

253

Wordt MINUSMA betrokken bij de onderhandelingen tussen de Malinese regering en de rebellen? Zo ja, wat is haar exacte mandaat?

254

Wat is de samenhang tussen de politieke en de militaire strategie binnen MINUSMA, staat de militaire strategie in dienst van de politieke strategie en zo ja, op welke wijze is dat gewaarborgd?

255

Wat zijn de rules of engagement van de Nederlandse militairen en op welke wijze zijn deze afgestemd op protection of civilians?

256

Wat is de impact op het succes van de missie nu de missie nog kwantitatief en kwalitatief nog niet op sterkte is? Wat zijn de vooruitzichten?

257

Onder welke voorwaarden draagt Nederland gevangenen over aan de Malinese autoriteiten en hoe waarborgt Nederland een faire berechting en behandeling van deze gevangenen?

258

Over welke capaciteiten in het kader van protection of civilians beschikken MINUSMA en de Malinese regering?

259

Op welke wijze zal MINUSMA burgerslachtoffers monitoren, identificeren en (eventueel) compenseren en hierover publiceren?

260

Zijn gender-aspecten, de positie van vrouwen en de impact van het conflict op vrouwen in Mali meegenomen in de fact finding missie? Hoe relateert de artikel 100 brief aan de bevindingen op dit gebied?

261

Aangezien gender een vast en nadrukkelijk onderdeel is van het Toetsingskader uit 2009, hoe relateert de Nederlandse inzet van de commando's aan de participatie van vrouwen, impact op vrouwen en andere aspecten van genderbeleid?

262

Aangezien gender een vast en nadrukkelijk onderdeel is van het Toetsingskader uit 2009, hoe relateert de Nederlandse inzet van het intelligence-contingent aan de participatie van vrouwen, impact op vrouwen en andere aspecten van genderbeleid?

263

Aangezien gender een vast en nadrukkelijk onderdeel is van het Toetsingskader uit 2009, hoe relateert de Nederlandse inzet van Politie Nederland aan de participatie van vrouwen, impact op vrouwen en andere aspecten van genderbeleid?

264

Tijdens het debat over het Budget Internationale Veiligheid op 11 november jongsleden zei de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking dat gender altijd in crisisbeheersingsoperaties wordt meegenomen. In hoeverre is dat ook in deze missie naar Mali het geval?

265

In hoeverre worden de commando’s in de voorbereiding van de missie getraind op genderspecifieke aspecten en de kansen voor de uitvoering van VN-Veiligheidsraadresolutie 1325?

266

In hoeverre wordt het intelligence-contingent in de voorbereiding van de missie getraind op genderspecifieke aspecten en de kansen voor de uitvoering van VNVRR 1325?

267

In hoeverre worden marechaussee in de voorbereiding van de missie getraind op genderspecifieke aspecten en de kansen voor de uitvoering van VNVRR 1325?

268

In hoeverre worden de agenten van Politie Nederland in de voorbereiding van de missie getraind op genderspecifieke aspecten en de kansen voor de uitvoering van VNVRR 1325?

269

Erkent u het belang dat de Marechaussee en Politie Nederland wat betreft gender dezelfde training moeten ontvangen in het opwerktraject naar de missie?

270

Erkent u de noodzaak dat alle (30) uit te zenden politiemensen gender, oftewel het voldoen aan de veiligheidsbehoeftes van mannen en vrouwen, standaard in het takenpakket van een politieagent thuishoort?

271

Is een gender-adviseur onderdeel van het wensenlijstje van posities dat de minister aan de Verenigde Naties aanbiedt?

272

Wat is de taak en het mandaat van de «protection of civilians-eenheid»?

273

Wat is de taak en het mandaat van de «protection of civilians risk advisor»?

274

«Het wegnemen van de grondoorzaken van het conflict door middel van structurele ontwikkeling behoort niet tot de taken van MINUSMA.» En: «De Malinese autoriteiten zijn eerstverantwoordelijk voor de bescherming van burgers.» Als de missie niet verantwoordelijk is voor ontwikkeling en evenmin voor de bescherming van burgers, wat is dan de rol van de diplomatie en development in de 3D-benadering?

275

Welke bijdrage moeten de civiele deskundigen leveren op het gebied van gender? Wat zijn de (concreet afrekenbare en verifieerbare) doelstellingen op gendervlak?

276

Kunt u aangeven hoe het ervoor staat met de vulling van MINUSMA? Wanneer wordt is volgens uw verwachting volledige vulling bereikt?

277

Welke afspraken zijn er precies gemaakt met Frankrijk om eventueel transportvliegtuigen in te zetten of extra steun op de grond te bieden?

278

In welke situaties kan Nederland rekenen op Franse ondersteuning?

279

Hoe garandeert u de Franse ondersteuning?

280

Gaat MINUSMA beschikken over Combat Search & Rescue (CSAR) capaciteit, zodat gewonden snel kunnen worden vervoerd? Zo ja, wie levert deze capaciteit?

281

Welke landen hebben toegezegd een bijdrage te zullen gaan leveren aan MINUSMA? Hoe ziet deze bijdrage er per land uit?

282

Op welke termijn verwacht het kabinet volledige personele vulling van de VN-missie MINUSMA?

283

Is de personele vulling van de VN-missie MINUSMA van invloed op de kans van slagen van de Nederlandse bijdrage aan de missie? Welke doelstellingen zijn moeilijker haalbaar door personele tekorten?

284

Welke landen heeft de VN actief benaderd met het verzoek een bijdrage te leveren aan de transporthelikoptercapaciteit voor militaire acties van MINUSMA? Welke van deze landen hebben toegezegd een bijdrage te zullen leveren aan de beschikbare capaciteit van transporthelikopters? Per wanneer zal de MINUSMA over voldoende transporthelikopter-capaciteit kunnen beschikken?

285

Hoe groot is het tekort aan transporthelikopters en hoe lang verwacht de regering dat het duurt voordat dit tekort is weggewerkt? Heeft de VN Nederland daarvoor ook benaderd? Heeft Nederland op enig moment een aanbod gedaan? Zo nee, waarom niet?

286

Welke aanzienlijke logistieke uitdagingen kent MINUSMA? Welke maatregelen worden getroffen om deze uitdagingen te verhelpen? Op welke termijn kunnen deze logistieke uitdagingen zijn opgelost?

287

Wordt er voldoende vooruitgang geboekt aangaande de kwalitatieve capaciteit van MINUSMA? Waar liggen de belangrijkste uitdagingen? Wat zijn de mogelijke gevolgen van onvoldoende vooruitgang op dit terrein?

288

In welk tempo en tot welk aantal militairen wordt de Franse operatie Serval afgebouwd? In hoeverre is de afbouw afhankelijk van een verandering in de veiligheidssituatie?

289

Hoe verhoudt de afslanking van de Franse operatie Serval zich met de mogelijkheden een beroep te doen op de Fransen in geval van nood?

290

Hoe verhoudt de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking zich tot de inzet van UN WOMEN op gender en ontwikkeling?

291

Wanneer is er meer duidelijkheid over de samenwerking tussen de nieuwe regering en MINUSMA, bijvoorbeeld op het terrein van politie en justitiehervorming? Wanneer worden de betreffende strategische documenten gepubliceerd?

292

Welke landen moeten nog een besluit nemen over een mogelijke bijdrage aan MINUSMA?

293

Kunt u de aanzienlijke logistieke uitdagingen en het tekort aan enablers toelichten? Wat zal dit betekenen voor Nederland als deze logistieke problemen niet voor aanvang van de Nederlandse bijdrage zijn opgelost?

294

Hoeveel rebellen zijn er door de Franse interventie gedood en hoeveel zijn er gevangengenomen?

295

Hoeveel mensen zijn er op dit moment nog van hun woongebied verjaagd door het geweld in Mali?

296

Wat is de exacte definitie van acute veiligheidsdreiging waarop Serval zich richt? Hoe verschilt die van de missie van MINUSMA?

297

MINUSMA werkt nauw samen met een netwerk van vrouwenleiders. Welk netwerk wordt hier bedoeld?

298

Heeft het kabinet de beschikking over de tekst van de bilaterale overeenkomst tussen Frankrijk en Mali? Zo ja, kan de Kamer daar inzage in krijgen?

299

Welke afspraken zijn er gemaakt met de Fransen, Amerikanen en andere partners over het wederzijds delen van inlichtingen?

300

Waardoor zal de Nederlandse bijdrage – bijvoorbeeld aangaande het verzamelen van inlichtingen – gemakkelijk over te nemen zijn door een andere lidstaat? Welke maatregelen zijn genomen om hier voor te zorgen?

301

Overweegt Nederland een bijdrage aan de verlenging van de EUTM- missie?

302

Welke grenzen worden gesteld aan het gebruik door anderen van door Nederland verzamelde inlichtingen?

303

Wat is in financiële zin de omvang van de drugseconomie in Mali?

304

Hoeveel politiemensen worden ingezet op de verschillende genoemde taken (community policing, grensbewaking, toegang tot justitie, etc.)?

305

Wat wordt verstaan onder het genoemde community policing en wat is precies de Nederlandse rol daarbinnen?

306

Hoe draagt de Nederlandse bijdrage aan de »inlichtingenketen» bij aan de »development» en de veiligheid van Malinese burgers?

307

Het Budget voor Internationale Veiligheid (BIV) dient ontwikkelingsrelevant te zijn. Hoe dragen de uitgaven voor het vergaren van inlichtingen aan de ontwikkelingsrelevantie van het BIV?

308

Hoe groot wordt de civiele component in mankracht/FTE’s?

309

Houdt u rekening met de mogelijkheid dat één of meerdere Apache-helikopters in Mali uitvallen? Wat zijn de consequenties van een dergelijk scenario, zowel op militair als financieel vlak?

310

Kunt u toelichten hoe de Apache-ondersteuning precies is geregeld? Welke taken gaan de Apache-helikopters uitvoeren en hoe is de commandostructuur rondom deze helikopters geregeld? Kan de minister voorts toelichten hoe de Apaches bewapend zijn?

311

Kan worden gegarandeerd dat Nederlandse militairen te allen tijde – ondanks het huidige tekort aan transporthelikopters binnen MINUSMA – aanspraak kunnen doen op ondersteuning of vervoer middels transporthelikopters? Zo nee, welke gevolgen heeft dit voor de veiligheidssituatie van Nederlandse militairen?

312

Met welke landen werkt Nederland samen in de «All Sources Information & Fusion Unit» (ASIFU)? Welke andere landen nemen deel aan ASIFU? Maakt Amerikaans personeel deel uit van ASIFU?

313

Kunnen Nederlandse militairen te allen tijde een beroep doen op de Nederlandse Apache gevechtshelikopters voor hun ondersteuning, of zijn er ook andere landen die een beroep kunnen doen op bescherming door de Nederlandse Apaches?

314

Op welke ervaring baseert het kabinet de veronderstelling dat samenwerking met de Franse eenheden op het gebied van operaties en logistiek goed mogelijk is?

315

Spreken de Nederlandse militairen voldoende Frans (of de Franse militairen voldoende Engels) om op alle niveaus goed samen te kunnen werken? Zo nee, hoe wordt dit probleem opgelost?

316

Neemt personeel van 1 CIMIC commando deel aan de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA? Zo ja, wat is hun taak?

317

Wat is de precieze relatie tussen AFRICOM en ASIFU, als die er is?

318

Van wie zijn de onbemande vliegtuigen die de inlichtingen voor ASIFU verzorgt?

319

Vallen Apache gevechtshelikopters in hun gevechtsfunctie onder het MUNISMA mandaat?

320

Waarom zijn er problemen met de logistieke ondersteuning van de VN?

321

U stelt dat «andere taken van de militairen van de verkenningseenheid denkbaar zijn». Valt hieronder ook het uitschakelen en/of doden van terroristen onder en Forward Air Controller-taken ter ondersteuning van luchtaanvallen?

322

Op welke wijze wordt voorkomen dat het vergaren van inlichtingen bijdraagt aan onveiligheid van burgers?

323

Wat zijn de rules of engagement voor special forces? Zijn zij gemachtigd mensen gevangen te nemen? Op welke wijze is een adequate behandeling van deze gevangenen gegarandeerd?

324

Onder welke voorwaarden deelt Nederland door Nederlandse militairen vergaarde intelligence met MINUSMA?

325

Deelt Nederland door Nederlandse militairen vergaarde intelligence direct of indirect met Serval, zo nee waarom niet, zo ja onder welke specifieke voorwaarden?

326

Onder welke voorwaarden deelt Nederland door Nederlandse militairen vergaarde intelligence met MINUSMA?

327

Deelt Nederland door Nederlandse militairen vergaarde intelligence direct of indirect met Serval, zo nee waarom niet, zo ja onder welke specifieke voorwaarden?

328

U stelt dat «andere taken van de militairen van de verkenningseenheid denkbaar zijn, maar vergen per operatie instemming van de Commandant der Strijdkrachten». In hoeverre werpt Nederland hiermee een caveat op?

329

Kunt u aangeven hoe de Nederlands «rode kaart-procedure» precies werkt? Hoe werkt dit bij andere landen? Welke rang heeft de officier die de rode kaart kan trekken?

330

Hoeveel invloed krijgt de red card holder bij het afdwingen van (lucht)steun voor de Nederlandse troepen?

331

Wie leveren de role 2-faciliteiten ((veld)hospitalen)? Waar komen deze faciliteiten te staan? Wie gaan deze faciliteiten bemannen? Indien de nationaliteit van het personeel doet vermoeden dat men geen tot weinig Engels spreekt, hoe wordt dan de communicatie met eventuele Nederlandse gewonden geregeld?

332

Wie verzorgt eventuele medische evacuatie voor Nederlandse militairen?

333

Hoe beoordeelt u de VN-commandostructuur, met een generaal uit Rwanda als Force Commander? Kunt u een appreciatie geven van de kwaliteiten van en ervaringen met de Force Commander?

334

Hoe snel kan Nederland de «force dominance» escaleren wanneer de situatie op de grond snel en drastisch wijzigt?

335

Wie is de gebiedscommandant rond Gao?

336

Kan worden toegelicht dat Nederland over 1) voldoende capaciteit en 2) voldoende voortzettingsvermogen beschikt om deelneming voor langere tijd te garanderen? Welke periode wordt bedoeld met «langere tijd»?

337

Kan worden toegelicht op welke wijze de operatie Serval specifiek de Nederlandse militairen in Bamako of Gao zal kunnen ondersteunen?

338

Wat zal de afslanking van operatie Serval betekenen voor de medische evacuatiemogelijkheden in de regio Gao?

339

Is scenario is het denkbaar dat een opdracht van de Force Commander aan de Nederlandse eenheden door de hoogste Nederlandse militair in de staf van de Force Commander wordt geblokkeerd?

340

Worden Nederlandse troepen alleen ingezet in regio Gao?

341

Is er een personeelsplafond ingesteld als het gaat om de Nederlandse inbreng in MINUSMA? Zo ja, waarom?

342

Over welke capaciteiten op het gebied van medevac beschikt Nederland, respectievelijk MINUSMA en operatie Serval? Wat zijn de risico's van ontbrekende capaciteit, in het bijzonder als het gaat om transporthelikopters, voor de Nederlandse militairen?

343

Gesteld wordt dat er «geen caveats van toepassing zijn op de inzet van Nederlandse militairen». Mogen zij dan ook terroristen uitschakelen en/of doden als dat past binnen het mandaat van de operatie en zij daartoe opdracht krijgen? Waarom wel/niet?

344

Zullen de gangbare normen ten aanzien van medevac (het «golden hour») in acht worden genomen in Mali? Zo nee, welke termijn voor medische hulp en evacuatie wordt dan als kritieke grens in acht genomen?

345

Waarom levert Nederland geen bijdrage met transporthelikopters, terwijl de Chinook zeer geschikt is voor medevac en ondersteuning van speciale operaties?

346

Gesteld wordt dat medevac «in de regio Gao» gegarandeerd is door operatie Serval. Kan die garantie niet gegeven worden voor andere regio's, en welke gevolgen heeft dit voor de Nederlandse inzet?

347

Wat is naar uw mening de minimale capaciteit die Frankrijk dient te leveren om de rol zoals expliciet aangegeven in VNVR-2100 «to intervene in support of elements of MINUSMA when under imminent and serious threat»?

348

Beschikken rebellengroeperingen in Mali over MANPADs? Zo ja, in hoeverre vormen deze een gevaar voor laagvliegende vliegtuigen en helikopters van de MINUSMA-troepen? In hoeverre zijn Apaches kwetsbaar voor deze MANPADs en op welke wijze zijn ze daartegen bestand? Staat het mandaat toe dat hierop anticipatoir kan worden ingegrepen?

349

Hoe zijn de Nederlandse troepen uitgerust op de asymmetrische geweldsdreiging van bijvoorbeeld IED’s en zelfmoordterroristen?

350

Waarom zei de minister van Defensie dat «het dreigingsniveau in Mali matig is», terwijl de brief stelt dat er geen sprake is «van een dreiging van een groot gewapend conflict», maar wel «een dreiging van terroristische activiteiten», waarbij «korte, hevige gevechtscontacten…niet zijn uitgesloten?»

351

Is de term «matig» een term die gebezigd wordt door de AIVD en MIVD als zij spreken over situaties in andere landen? Is «matig» vergelijkbaar met het Nederlandse dreigingsniveau «beperkt»?

352

Hoe verhoudt het feit dat de terreurdreiging in Nederland al een half jaar als «substantieel» wordt gekenmerkt zich tegenover het feit dat de inlichtingendiensten de dreiging in Mali «matig» vinden?

353

Hoe beoordeelt u het risico op «green on green» en «blue on blue» aanvallen?

354

Klopt het dat de Quick Response Force (QRF) voor de Nederlandse militairen geleverd zal worden door militairen die gelegerd zijn in Niger?

355

Hoe kwalificeert u het recente Nigeriaanse besluit om de troepen uit MINUSMA terug te trekken?

356

Heeft Nederland een liaison bij de Franse militaire missie? Zo ja, kan deze direct, zonder de VN, om steun vragen? Hoe zijn de afspraken tussen de Franse parallel force en MINUSMA precies vormgegeven? In hoeverre is resolutie 2100 leidend en bepalend bij de daadwerkelijke inzet van deze troepen in geval van nood? Hoe gaat de bevelvoering dan in zijn werk?

357

Indien een Quick Reaction Force of snelle extractie van Nederlandse soldaten noodzakelijk zal blijken, wordt dan eerst MINUSMA aangesproken en daarna pas de Franse parallel force die niet onder VN-structuur opereert? Gaat dit eventueel geschakeld of is dit ter beoordeling van de commandant?

358

Kunt u toelichten hoe de zelfverdediging van Nederlandse troepen geregeld is? Welke afspraken zijn hieromtrent gemaakt?

359

Wat wordt bedoeld met de zin «als Nederlandse eenheden door gewapende groepen worden aangevallen, zijn ze in eerste instantie robuust genoeg om zichzelf te kunnen beschermen»? Wat betekent «robuust»? Wat betekent in dit geval «in eerste instantie»?

360

Waarom zal de capaciteit van «enige IED-deskundigen» niet direct, maar pas bij toenemende dreiging worden versterkt, indien er nu al een matige dreiging is van het gebruik van IED’s? Dient niet alles op alles te worden gesteld eventuele slachtoffers te voorkomen, ook al is de dreiging «matig»?

361

Hoe groot acht u het risico op zelfmoordaanslagen? Welke maatregelen worden hiertegen genomen?

362

Wat zijn de effecten van de geografische en klimatologische omstandigheden op het materieel, in het bijzonder de Apaches? Wordt rekening gehouden met slijtage en vervangingskosten?

363

Kan het verband tussen het aantal door Nederland uit te zenden militairen (368) en de aard van de gekozen bijdrage worden toegelicht? Wordt hier slechts gedoeld op het zelfstandig kunnen opereren of zijn er ook andere redenen voor de keuze van het aantal Nederlandse militairen?

364

Hoe wordt de effectiviteit van de inlichtingenketen van MINUSMA gemeten? Heeft er een nulmeting plaatsgevonden zodat aan het einde van de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA kan worden vastgesteld welke voortgang er is geboekt? Zo nee, waarom niet?

365

Hoe ziet de zorg voor militairen voor, tijdens en na de missie eruit?

366

Welke zorg is er beschikbaar voor, tijdens en na de missie voor zowel militairen als overig personeel?

367

Welke zorg is er voor het thuisfront geregeld en beschikbaar?

368

Op welke manier zullen de Malinese overheid en andere lokale actoren nauw worden betrokken bij de contextanalyses en nulmetingen (naast de VN-regels voor result-based management)?

369

Zijn er naast het Veiligheid en Rechtsorde-programma nog andere projecten en programma’s die waarschijnlijk zullen doorlopen na beëindiging van de Nederlandse missie?

370

Wanneer is wat de regering betreft het doel van de missie, en in het bijzonder de Nederlandse bijdrage daarin bereikt? Wat is het beoogd effect?

371

Wat wordt precies bedoeld met «additioneel» en «extra additioneel»?

372

Klopt het dat herstel, reparatie maar ook verlies uit het BIV gefinancierd gaan worden en dus niet ten koste gaan van de Defensiebegroting, noch uit materieel, noch uit personeel?

373

Van welke omstandigheden hangt de eventuele restitutie van logistieke kosten bij de VN af? Wanneer is bekend of restitutie mogelijk is? Acht de regering deze vergoeding, al dan niet gedeeltelijk, waarschijnlijk? Wanneer zal er meer duidelijkheid zijn over de restitutie van additionele uitgaven door de VN?

374

Kunt u een totaal overzicht geven in tabelvorm van de benodigde financiële middelen uitgesplitst naar de afzonderlijke onderdelen van de missie, zowel ten behoeve van het personeel en materieel en andere (meer-)kosten van de missie?

375

Op welke wijze zijn de kosten als gevolg van slijtage opgenomen in het beschikbare budget?

376

Is er een reservering gemaakt voor de mogelijke meerkosten als gevolg van extra slijtage? En zo nee, waarom niet?

377

Ten laste van welke begroting zullen de (eventuele) meerkosten van slijtage van materieel komen?

378

Hoe groot wordt de kans ingeschat dat de VN niet in staat zullen zijn om tijdig volledige logistieke ondersteuning te leveren? Welke oorzaken liggen hier mogelijk aan ten grondslag?

379

Welke missies worden mogelijk verlengd als gevolg van het naar voren halen van de restitutie via een kasschuif binnen de HGIS?

380

De militaire bijdrage aan MINUSMA wordt betaald uit het BIV. In de voorjaarsnota zal het budget dat Defensie nodig heeft voor militaire uitgaven verplaatsen van de begroting van BH&OS (BIV) naar de begroting van Defensie. Wat is hiervan het gevolg voor het 3D beleid?

381

De missie beslaat 1/3 van het totale BIV-budget. Waarvoor is het overige deel van het budget beschikbaar?

382

Wat is de verhouding tussen de middelen voor Diplomatie, Defensie, Development binnen de 3D-benadering?

396

Klopt het dat de ontwikkelings- en trainingsactiviteiten niet uit het BIV betaald worden? Zo nee, waarom niet?