2026D49442 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN

De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen.

De voorzitter van de commissie,

Zwinkels

De griffier van de commissie,

Nava

Nr

Vraag

1

Kunt u aangeven wat de voorwaarden zijn die voortkomen uit het verlenen van staatsteun op basis van Clean Industrial Deal State Aid Framework (CISAF) om de elektriciteitsprijs te verlagen?

2

Hoeveel procent van de inkomsten van ETS1 wordt besteed aan de verduurzaming van de industrie (exclusief Indirecte Kosten Compensatie (IKC))?

3

Wat is het effect van de aflopende middelen voor VEKI, NIKI en DEI+?

4

Worden er voor de subsidies aan Tata Steel voorwaarden opgenomen t.a.v. IP-rechten, Europese eisen aan onderaannemers of andere strategische afspraken om de waarde-onwikkeling in Nederland of Europa te houden, of er enige vorm van controle op te houden?

5

Welke fossiele voordelen worden volgens Kamerstuk 37 020, nr. 2 uiterlijk in 2031 afgebouwd? Kunt u daarbij per regeling de naam, het af te bouwen bedrag en het jaar waarin de afbouw plaatsvindt vermelden?

6

Klopt het dat er een besluit in voorbereiding is voor duurzaamheidscriteria biomassa voor bijstook dat met terugwerkende kracht in zou moeten gaan? Hoe verhoudt dat besluit zich tot de EUDR (EU Deforestation Regulation) die ingaat op 30 december 2026? Hoe verhoudt deze subsidie voor bijstook van biomassa zich tot het voornemen om subsidies voor bijstook van biomassa af te bouwen?

7

Hoeveel lopende subsidies zijn er nog voor biomassabijstook?

8

Wat is de reden dat voor 2030 circa 950 miljoen euro is gereserveerd voor de WIS, wat meer dan twee keer zoveel is als het totaal van de jaren 2025 tot en met 2029?

9

Hoeveel middelen zijn er in 2027 in totaal gereserveerd voor warmtenetten?

10

Wat is de gemiddelde energiequote voor inwoners in Caribisch Nederland in de afgelopen vijf jaar en (naar verwachting) voor de komende vijf jaar?

11

Wat is de gemiddelde energiequote voor inwoners in Europees Nederland in de afgelopen vijf jaar en (naar verwachting) voor de komende vijf jaar?

12

Kunt u inzichtelijk maken welke gevolgen het klimaat- en energiebeleid in 2027 naar verwachting heeft voor de gemiddelde energierekening van huishoudens, inclusief belastingen, heffingen en netbeheerkosten?

13

Wanneer verwacht u een integraal beeld beschikbaar te hebben van de totale kosten van de energietransitie en de verdeling daarvan over huishoudens, bedrijven en overheid?

14

Welke kosten zijn naar verwachting gemoeid met het voorgenomen capaciteitsmechanisme, wie draagt deze kosten en welk effect heeft dit naar verwachting op de energierekening van huishoudens en bedrijven?

15

Welk bedrag op deze begroting kan in 2027 naar verwachting niet of niet volledig worden uitgegeven vanwege netcongestie, lange vergunningprocedures, personeelstekorten of andere uitvoeringsproblemen, en wat gebeurt er met deze middelen?

16

Kunt u een overzicht geven van de maatregelen uit rapport-Gehrels die worden uitgevoerd (met bijbehorend budget)?

17

Voor welk «Pluspakket» uit rapport-Gehrels kiest u met de huidige begroting?

18

Welke raming heeft u voor de elektriciteitsprijzen voor Caribisch Nederland voor de komende jaren?

19

Welke berekening ligt ten grondslag aan de 36 miljoen euro voor het verlagen van de energieprijzen op Caribisch Nederland?

20

Wat ziet u als maximum groeicijfer voor de gemiddelde energierekening, aangezien de energierekening zal de komende jaren stevig oplopen? Welke concrete maatregelen zijn in deze begroting terug te vinden om de energierekening beheersbaar te houden?

21

Van welke groei van de elektriciteitsvraag gaat u uit bij de raming van toekomstige nettarieven? Kunt u inzichtelijk maken wat er met de nettarieven gebeurt indien de elektrificatie en daarmee de elektriciteitsvraag resp. 10%, 20% of 30% achterblijft bij het basispad uit het NPE? In hoeverre ontstaat in die scenario’s het risico dat hogere nettarieven de elektrificatie verder afremmen en daarmee een zichzelf versterkende stijging van de nettarieven veroorzaken?

22

Hoe wordt de IMKE-regeling voortgezet en beter aangesloten op de strategische focus van dit kabinet op de cleantech maakindustrie?

23

Hoeveel budget is er nog beschikbaar voor de IMKE en op welke termijn?

24

Hoeveel geld is er nog beschikbaar voor de NIKI en op welke termijn?

25

Wat is het effect van een hoger NIKI budget op de CO2-uistoot?

26

Wanneer deelt u de overwegingen over een circulaire hefboom met de kamer?

27

Welke opties onderzoekt u om de opbrengsten van de circulaire hefboomdaadwerkelijk ten goede te laten komen aan de circulaire materialentransitie?

28

Is voor invoering van de circulaire hefboom een formele wet noodzakelijk? Zo ja, welke bestaande wet of wetten moeten daarvoor worden gewijzigd, of is een afzonderlijke wet voor de circulaire hefboom voorzien?

29

Hoe verhoudt de afname van de beschikbare middelen voor circulaire economie richting 2031, zoals weergeven in tabel 1 (37 020 XXIII, nr. 2, p. 25), zich tot de door u aangekondigde schaalsprong van circulaire economie? Kunt u verklaren waardoor neerwaartse bijstellingen zijn ontstaan ten opzichte van de begroting 2026 (IenW, 36 800 XII, p.175)?

30

Wanneer deelt u de toegezegde informatie over de onderzoeksresultaten en de conclusies naar de invoering van een circulaire hefboom met de Tweede Kamer?

31

Heeft u inmiddels een principebesluit genomen over de invoering van de circulaire hefboom? Zo ja, wat houdt dit besluit in? Zo nee, welke besluiten moeten nog worden genomen, door welke bewindspersonen en op welk moment?

32

Welke opties onderzoekt u om de opbrengsten van de circulaire hefboomdaadwerkelijk ten goede te laten komen aan de circulaire materialentransitie, mede gezien de bezwaren die vanuit de begrotingssystematiek kunnen bestaan tegen het rechtstreeks oormerken van belasting- of heffingsopbrengsten?

33

Hoe verhoudt de besluitvorming over de circulaire hefboom zich tot het op 15 september 2026 aangekondigde Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Circulaire economie? Kunt ondubbelzinnig bevestigen dat de besluitvorming over de circulaire hefboom niet wordt uitgesteld totdat het IBO Circulaire economie is afgerond? Kan u garanderen dat eventueel benodigde wetgeving voor de circulaire hefboom parallel aan het IBO kan worden voorbereid, zodat het IBO niet leidt tot vertraging van het wetgevingstraject?

34

Wordt de circulaire hefboom in de taakopdracht voor het IBO circulaire hefboom beschouwd als een bestaand beleidsvoornemen/instrument dat als uitgangspunt geldt, of als één van meerdere beleidsopties waarvan het IBO opnieuw moet beoordelen of invoering wenselijk en/of uitvoerbaar is?

35

Is voor invoering van de circulaire hefboom een formele wet noodzakelijk? Zo ja, welke bestaande wet of wetten moeten daarvoor worden gewijzigd, of is een afzonderlijke wet voor de circulaire hefboom voorzien?

36

Wanneer moet een wetsvoorstel uiterlijk bij de Tweede Kamer worden ingediend om invoering van (onderdelen van) de circulaire hefboom per 1 januari 2028 nog mogelijk te maken? Bent u bereid voor de begrotingsbehandeling een concreet wetgevings- en implementatietijdpad aan de Kamer te sturen, met daarin ten minste de momenten van internetconsultatie, uitvoeringstoetsen, advisering door de Raad van State, indiening bij de Tweede Kamer en beoogde inwerkingtreding?

37

Hoeveel belastinginkomsten zou de circulaire hefboom volgens de huidige vormgeving jaarlijks genereren in tot en met 2030, indien wordt besloten tot invoering per 1 januari 2028?

38

Welke gevolgen heeft het uitblijven of vertragen van de circulaire hefboom volgens de Minister voor investeringsbeslissingen van Nederlandse recyclers en producenten van circulaire materialen?

39

Hoeveel publieke middelen wordt er beoogd nodig te zijn voor de doorgroei naar 40 GW wind op zee in totaal? Hoe ontwikkelt dat zich jaarlijks tot 2040? Hoe ligt de verhouding tussen benodigd voor tenders en nodig voor net op zee?

40

Zijn de middelen voor de opschaling van de Nederlandse productie van hernieuwbare waterstof naar 1,2GW elektrolyse in 2030 toereikend? Kan worden toegelicht waar deze middelen vandaan komen op de begroting en hoe zij worden besteed?

41

Waaraan wordt de 93,8 miljoen euro die begroot is voor de Projectorganisatie van NEO NL besteed?

42

Wat zijn de voorwaarden voor de lening aan NEO NL, en wat gebeurt er als de plannen om vier kerncentrales te bouwen niet doorgaan?

43

Welke belangrijke investeringsbesluiten worden genomen voordat het integrale kostenbeeld van het energiesysteem beschikbaar is, en welke kosteninformatie gebruikt het kabinet bij die besluiten?

44

Welke jaarlijkse kosten worden verwacht voor het capaciteitsmechanisme voor elektriciteit, wie gaat deze kosten betalen en hoeveel bedraagt dit naar verwachting per huishouden en per bedrijf?

45

Kunt u aangeven welk bedrag in 2027 concreet wordt besteed aan het verminderen van netcongestie, welke maatregelen hiermee worden genomen en hoeveel extra netcapaciteit deze maatregelen naar verwachting opleveren?

46

Hoeveel projecten die financiële ondersteuning ontvangen voor verduurzaming lopen momenteel vertraging op door netcongestie, vergunningverlening of onvoldoende infrastructuur en welk bedrag aan publieke middelen is hiermee gemoeid?

47

Kunt u aangeven welke klimaat- en energiedoelstellingen vertraging kunnen oplopen wanneer de uitbreiding van het elektriciteitsnet achterblijft bij de huidige planning?

48

Kan een overzicht worden gegeven van de sectoren die aanspraak kunnen maken op de IKC?

49

Kan een overzicht worden gegeven van de sectoren die voor de IKC nationaal zijn uitgezonderd ten opzichte van de Europese richtsnoeren?

50

Kan een vergelijking worden gemaakt van de hoogte van de IKC in vergelijking met België en Duitsland?

51

Wat is de verklaring voor het feit dat de middelen voor circulaire economie tussen 2027 en 2031 met 2/3 afnemen?

52

Is de verwachting dat alle gestelde beleidsdoelstellingen op het gebied van circulaire economie in 2030 gehaald zijn?

53

Hoe staat het halen van circulaire doelen in verhouding tot de teruglopende financiering? Welke aanvullende middelen zullen naar verwachting nodig zijn om de beleidsdoelstellingen te halen?

54

Waar landt de Efficiencytaakstelling in het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat?

55

Zijn er taken die het ministerie niet meer gaat uitvoeren als gevolg van de Efficiencytaakstelling?

56

Kunt u aangeven welke sectoren en hoeveel IKC-sectoren ontvangen?

57

Welke subsidies vallen er onder maatregel 63. Subsidietaakstelling?

58

Hoe wordt na de overheveling van de uitvoeringsmiddelen naar het Gemeentefonds en Provinciefonds vastgesteld of gemeenten en provincies voldoende capaciteit hebben om hun klimaat- en energietaken uit te voeren?

59

Welke analyse ligt ten grondslag aan het verlagen van de prijsrisicobuffer naar 10%? Kunt u inzicht geven in de gehanteerde energieprijs- en subsidie-uitbetalingsscenario’s en in de mate waarin de continuïteit van de SDE bij tegenvallende marktprijzen geborgd blijft?

60

Welk bedrag komt cumulatief door de verlaging van de prijsrisicobuffer beschikbaar? Welk deel daarvan wordt ingezet voor de subsidie van 1,3 miljard euro voor Aramis, welk deel resteert daarna, en waarvoor wordt het resterende bedrag aangewend of gereserveerd?

61

Welk deel van de voor Aramis geraamde CO2-aanvoer is per jaar contractueel vastgelegd en welk deel berust op intenties of ramingen, met vermelding van de gevolgen van ingetrokken of vertraagde afvangprojecten voor de verwachte benutting en het vollooprisico?

62

Welke kwantitatieve criteria voor waterstofvraag, benuttingsgraad en kosten worden gebruikt bij de beslissing over het definitief beschikbaar stellen van de gereserveerde 245 miljoen euro voor volgende waterstofopslagcavernes, en wanneer zijn deze criteria en de bijbehorende toetsresultaten beschikbaar?

63

Welke kwantitatieve bijdrage wordt in 2027 van de KGG-instrumenten voor circulaire economie verwacht aan de subdoelen in tabel 8?

64

Kunt u toelichten hoe de 1,3 miljard voor Aramis precies wordt ingezet en welke stappen zijn er nog nodig om tot een succesvol FID te komen?

65

Kunt u per jaar uiteenzetten wat de ophoging van de verwachte ETS2-ontvangsten is als gevolg van de bijgestelde inflatie?

66

Kunt u in euro’s kwantificeren wat het hoger aantal rechten onder ETS2 voor Nederland naar verwachting betekent?

67

Wat gebeurt er met de Lening EBN vulmaatregel wanneer de prijzen tijdens het vulseizoen dermate hoger liggen dan in de winter dat EBN de lening niet terug kan betalen? Hoe wordt voorkomen dat dit in latere jaren tot tekorten op deze begroting leidt?

68

Wat is de stand van zaken voor de verlenging van de EemsEnergyTerminal (EET)? Welke benodigde vergunningen moeten nog worden afgegeven?

69

Met verwijzing naar tabel 8 waarin drie subdoelen voor circulaire economie worden benoemd om het grondstoffengebruik binnen planetaire grenzen te brengen, met inzet op vier strategieën vermindering, substitutie, levensduurverlenging en hoogwaardige verwerking, kunt u inzicht geven in de verdeling van de beschikbare middelen over deze vier strategieën? Welk deel van de middelen is specifiek gericht op besparen van grondstoffen en op levensduurverlenging, en hoe verhoudt dit zich tot de middelen voor substitutie en hoogwaardige verwerking?

70

Welke middelen zijn in het Klimaat- en energiefonds en op de departementale begrotingen gereserveerd voor andere vormen van energieopslag, waaronder elektriciteitsopslag, waterstofopslag en warmteopslag? Hoe verhouden de middelen die gereserveerd zijn de komende jaren zich tot de verwachte opslagbehoefte?

71

Welke reeds aangegane financiële verplichtingen van het Rijk en TenneT kunnen bij vertraging of niet-realisatie van vergunde windparken op zee leiden tot niet-verhaalbare kosten, met per project de omvang, de contractuele beëindigingsmogelijkheden en de partij die deze kosten draagt?

72

Hoeveel van de gereserveerde 60 miljard euro voor 40GW wind op zee is nodig om het extra ambitieniveau uit het coalitieakkoord van 30GW naar 40 GW te realiseren?

73

Verwacht u dat er bij de routekaart wind op zee een actualisatie komt van de middelen die nodig zijn voor realisatie van de wind op zee ambities?

74

Hoeveel extra miljard moet er geïnvesteerd worden in het elektriciteitsnet om het 40GW doel te halen in vergelijking met zowel de huidige situatie als de 30GW ambitie?

75

Welke beleidsprogramma’s en middelen zijn gericht op het af- en ombouwen van de lineaire economie en het opbouwen van de circulaire economie?

76

Welk nieuw Nederlands (niet uit Europa volgend) beleid is het kabinet voornemens te nemen in 2027 op het gebied van de circulaire economie?

77

Welke beleidsmatige ontwikkelingen dragen bij aan het stimuleren van tweedehands consumptie?

78

Welke beleidsmatige ontwikkelingen dragen bij aan het stimuleren van minder consumptie?

79

Wat zijn de financiële ontwikkelingen (hoeveelheid, welke subsidies, welke middelen, allocatie van de middelen) sinds 2015 op het gebied van financiering van de circulaire economie? Graag per jaar en type uitsplitsen.

80

Wordt er gekeken hoe circulariteit, sociaal beleid en onderwijs beter met elkaar verbonden kunnen worden? Zo ja, hoe?

81

Is het ministerie betrokken bij de Talentstrategie en krijgt circulariteit daar vervolgens ook een prominente rol in?

82

Welke fiscale stimuleringsmiddelen zijn er voor de circulaire economie?

83

Welke fiscale stimuleringsmiddelen dragen bij aan zowel circulaire als sociale doelstellingen? En hoe kunnen deze beter in op elkaar afgestemd worden.

84

Kunt u inzichtelijk maken welke financiële instrumenten in de begroting specifiek zijn gericht op het verbeteren van de concurrentiepositie van circulaire businessmodellen ten opzichte van lineaire alternatieven?

85

Wat zijn de personele kosten van NEO NL, van zowel interne- als externe personele kosten?

86

Hoeveel FTE werkt er bij de directie kernenergie?

87

Wat zijn de personele kosten van de directie kernenergie?

88

Hoeveel FTE werkt er aan energiebesparing?

89

Wat zou het effect zijn van een groter budget voor VEKI, NIKI en DEI+?

90

Welk bedrag van de als juridisch verplicht aangemerkte uitgaven berust op daadwerkelijk afgesloten overeenkomsten of afgegeven subsidiebeschikkingen, en welk bedrag is alleen op basis van begrotingsveronderstellingen als juridisch verplicht aangemerkt?

91

Hoeveel van de verwachte CO2-aanvoer voor Aramis is al vastgelegd in bindende contracten, en welk deel bestaat uit nog onzekere belangstelling van bedrijven?

92

Hoe worden tegenvallers bij een lagere benutting van Aramis verdeeld tussen het Rijk, de aandeelhouders en de gebruikers, en welk financieel risico blijft bij private partijen liggen?

93

Welke afvalverbrandingsinstallaties kunnen volgens de huidige planning vóór de verhoging van hun CO2-heffing gebruikmaken van CO2-transport en -opslag, en welke installaties hebben die mogelijkheid dan nog niet?

94

Hoeveel CO2-uitstoot gaat gepaard met de import van CO2 uit andere lande voor het Aramis project?

95

Hoeveel CO2-heffing bespaart de Nederlandse industrie potentieel met het Aramis project?

96

Zijn de netkosten in 2027 in Caribisch Nederland, ondanks subsidie, hoger dan in Europees Nederland? Hoeveel middelen zijn er nodig om in 2027 de netkosten in Caribisch Nederland even hoog te laten zijn als in Europees Nederland?

97

Welke hoeveelheid gas kan de noodvoorraad per dag leveren, gedurende hoeveel dagen en voor welke groepen afnemers is deze voorraad bedoeld?

98

Welke waterstofvraag en benodigde opslagcapaciteit zijn gebruikt om de voorgenomen uitbreiding met negen opslagcavernes te onderbouwen, en hoe verandert die behoefte als de waterstofvraag lager uitvalt?

99

Welke hoeveelheid waterstof moet de nationale importtender opleveren, tegen welke geraamde publieke kosten per kilogram en met welke zekerheid over de afname door Nederlandse bedrijven?

100

Welke gesubsidieerde waterstofproductieprojecten kunnen volgens de huidige planning eerder gereed zijn dan de benodigde transport- of opslaginfrastructuur, en hoeveel subsidie is met die projecten gemoeid?

101

Hoeveel extra woningen worden met de begrote middelen voor de Warmtenetten Investeringssubsidie en NieuweWarmteNu! naar verwachting in 2027 en uiterlijk in 2030 daadwerkelijk aangesloten, zonder aansluitingen dubbel te tellen?

102

Welke voorwaarden bij de ondersteuning van warmtenetten zorgen ervoor dat publieke steun ook leidt tot lagere aansluitkosten of gebruikskosten voor bewoners, en hoe wordt dit gecontroleerd? Welke vervolgstappen is het kabinet bereid te nemen als deze kosten niet dalen?

103

Wat is de actuele raming van het bedrag dat nodig is om het landelijke waterstofnetwerk financieel sluitend te maken, en welk deel daarvan is nog niet gedekt?

104

Hoe leest u de constatering van de Algemene Rekenkamer dat er onvoldoende middelen beschikbaar zijn voor het volledig realiseren van de Waterstof backbone? Hoe houdt de regering vast aan de realisatie van de waterstofbackbone nu blijkt dat er onvoldoende middelen beschikbaar zijn?

105

Hoeveel extra transportcapaciteit op het elektriciteitsnet wordt met de begrote middelen voor Flex-E naar verwachting beschikbaar gemaakt, en hoe wordt gecontroleerd of die capaciteit daadwerkelijk beschikbaar komt?

106

Hoeveel energiehubs zijn inmiddels operationeel, hoeveel worden met de begrote middelen in 2027 operationeel en hoeveel netcapaciteit maken deze hubs daadwerkelijk vrij?

107

Welke resultaten worden in 2027 verwacht van de middelen voor efficiëntere benutting van elektriciteitsnetten en energiehubs, uitgedrukt in operationele hubs en aantoonbaar extra benutbaar transportvermogen per congestiegebied, met onderscheid tussen vast en flexibel beschikbaar vermogen?

108

Hoeveel verlaagt de jaarlijkse subsidie aan TenneT voor het net op zee de netkosten voor huishoudens en bedrijven, en hoe ontwikkelt dit effect zich bij verdere uitbreiding van het net op zee?

109

Welke aannames over de hoogte, ingangsdatum en looptijd van een invoedingstarief liggen ten grondslag aan het extra verplichtingenbudget voor wind op zee?

110

Hoeveel subsidie wordt voor de betreffende wind-op-zeetender naar verwachting uitgekeerd met en zonder invoedingstarief, bij dezelfde elektriciteitsprijzen?

111

Welke voorwaarden gelden voor terugbetaling of vermindering van de subsidie aan WarmtelinQ als het project minder warmte afzet of minder aansluitingen bedient dan voorzien?

112

Welke concrete resultaten moeten de subsidies voor innovatieve kernenergie en kleine modulaire reactoren opleveren, en op welke momenten wordt besloten om projecten voort te zetten of de steun te beëindigen?

113

Welke gasprijzen, opslagvolumes en zekerheidsstortingen liggen ten grondslag aan het middenscenario voor de lening aan EBN, en hoeveel geld is nodig in een scenario met sterk stijgende gasprijzen?

114

Welke onderdelen van de totale kosten van nieuwe kerncentrales zijn al geraamd, waaronder bouw, financiering, netaansluiting, afvalbeheer en ontmanteling, en voor welke onderdelen ontbreekt nog een raming?

115

Welke technische onderzoeken voor de bedrijfsduurverlenging van Borssele moeten nog worden afgerond, wanneer worden de resultaten verwacht en welke aanvullende investeringen kunnen daaruit volgen?

116

Wat zijn voor de wind-op-zeetenders van 2027 en 2028 de geraamde betalingen en terugontvangsten onder de nieuwe prijscontracten, bij lage, gemiddelde en hoge elektriciteitsprijzen?

117

Onder welke begrotingsposten staat het geld voor de wind-op-zeetenders met contracts for difference (CfD) in 2027 en 2028? Kan per tender worden aangegeven hoeveel de overheid maximaal aan verplichtingen mag aangaan, hoeveel zij naar verwachting jaarlijks betaalt en ontvangt tot het einde van het contract, en van welke elektriciteitsprijzen daarbij is uitgegaan?

118

Hoeveel investeert u nog in circulaire ambachtscentra?

119

Bent u nog steeds voornemens een in 2030 landelijk dekkend netwerk circulaire ambachtscentra te hebben? Wat is daarbij de definitie van een circulaire ambachtscentrum en wat van landelijk dekkend?

120

Hoe worden de inkomsten vanuit ETS2 besteed?

121

Hoe worden de inkomsten vanuit ETS1 besteed?

122

Kunt u een inschatting maken van de gederfde ETS inkomsten van het voorstel van de Europese Commissie?

123

Welke bandbreedte hebben de ETS2-ontvangsten voor 2028–2031 bij afwijkingen van de in tabel 13 gebruikte veilingvolumes en CO2-prijzen, met afzonderlijke verwerking van de werking van de Europese prijsstabiliteitsmechanismen?

124

Kunt u een overzicht geven hoe het financiële equivalent van de ETS-inkomsten wordt besteed aan de verduurzaming van de industrie? Kan de regering daarbij een percentage aangeven van de hoeveelheid die terugvloeit vanuit de ETS-inkomsten naar de verduurzaming van de industrie?

125

Welk totaalbedrag aan leningen kan met de beschikbare reserve voor de Garantieregeling Warmtenetten worden gegarandeerd, en welke aannames over verliezen liggen hieraan ten grondslag?

126

Kunt u aangeven in welke schrijven (en hoeveel) de belasting op elektriciteit hoger is dan op die van gas (per energie-eenheid), in miljoenen per jaar?

127

Kunt u aangeven wat het effect (financieel en in termen van klimaat) is van het overnemen van de voorgenomen Europese regel om elektriciteit lager te belasten dan gas?

128

Op welke emissies is de aanname gebaseerd dat bio-energie klimaatneutraal is? Wat zou het beprijzingstekort zijn als de daadwerkelijke levenscyclusemissies van de gebruikte biomassastromen in de berekening worden meegenomen?

Naar boven