Niet-dossierstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2026-2027 | 2026D45041 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2026-2027 | 2026D45041 |
De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, belast met het voorbereidend onderzoek van het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met Miljoenennota) (Kamerstuk 37 035 VI), heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen.
De voorzitter van de commissie,
Eerdmans
De griffier van de commissie,
Van Tilburg
|
Nr |
Vraag |
|
1 |
Kunt u aangeven welke projecten bij de politie niet meer tot uitgaven leiden waardoor er een terugvordering van € 132,7 miljoen is ingeboekt op artikel 31 politie? Kunt u daarbij aangeven wat de oorzaken en consequenties zijn van de lagere uitgaven? |
|
2 |
Hoeveel strafzaken zijn in 2024, 2025 en tot nu toe in 2026 door het Openbaar Ministerie (OM) afgedaan met een strafbeschikking? |
|
3 |
Hoeveel zaken heeft het OM in 2025 en tot nu toe in 2026 noodgedwongen geprioriteerd of niet verder opgepakt vanwege onvoldoende capaciteit? |
|
4 |
Hoeveel zaken met verdachten van ernstige gewelds- of zedenmisdrijven wachten momenteel op inhoudelijke behandeling? |
|
5 |
Hoeveel strafzaken zijn in 2025 en tot nu toe in 2026 uitgesteld doordat geen zittingscapaciteit, officier van justitie, rechter, advocaat, deskundige of tolk beschikbaar was? |
|
6 |
Wat is de actuele gemiddelde doorlooptijd tussen het moment waarop een strafzaak bij het OM binnenkomt en de eerste inhoudelijke behandeling door de rechter? |
|
7 |
Hoeveel zaken heeft het OM in 2025 en tot nu toe in 2026 ingetrokken nadat deze al bij de rechter waren aangebracht? |
|
8 |
Hoeveel strafzaken wachten momenteel langer dan één, twee respectievelijk drie jaar op inhoudelijke behandeling? |
|
9 |
In hoeveel strafzaken is in 2025 en tot nu toe in 2026 strafvermindering toegepast wegens overschrijding van de redelijke termijn? |
|
10 |
Hoeveel bestaande cellen kunnen momenteel niet worden gebruikt wegens personeelstekorten, onderhoud, verbouwing of andere oorzaken? |
|
11 |
Kan het aantal niet-beschikbare cellen worden uitgesplitst naar Penitentiaire Inrichtingen (PI) en oorzaak? |
|
12 |
Hoeveel extra celplaatsen zijn in 2025 en tot nu toe in 2026 gecreëerd door het intensiever inzetten van meerpersoonscelgebruik? |
|
13 |
Welk percentage van de daarvoor geschikte cellen wordt momenteel daadwerkelijk als meerpersoonscel gebruikt? |
|
14 |
Welke categorieën gedetineerden worden uitgesloten van plaatsing in een meerpersoonscel? |
|
15 |
Hoeveel gedetineerden zijn in 2025 en tot nu toe in 2026 eerder vrijgelaten of tijdelijk buiten een inrichting geplaatst wegens capaciteitsgebrek? |
|
16 |
Hoeveel veroordeelden zijn in 2025 en tot nu toe in 2026 niet opgeroepen voor het ondergaan van hun gevangenisstraf wegens capaciteitsgebrek? |
|
17 |
Hoeveel onherroepelijk veroordeelden wachten momenteel op de tenuitvoerlegging van hun vrijheidsstraf? |
|
18 |
Hoe lang bedraagt momenteel gemiddeld de periode tussen het onherroepelijk worden van een gevangenisstraf en de daadwerkelijke tenuitvoerlegging daarvan? |
|
19 |
Hoeveel veroordeelden wachten langer dan zes maanden, één jaar respectievelijk twee jaar op de tenuitvoerlegging van hun gevangenisstraf? |
|
20 |
Hoeveel zelfmelders zijn in 2025 en tot nu toe in 2026 opgeroepen, hoeveel hebben zich daadwerkelijk gemeld en hoeveel konden wegens capaciteitsgebrek nog niet worden opgeroepen? |
|
21 |
Hoeveel veroordeelden hebben zich in 2025 en tot nu toe in 2026 niet gemeld nadat zij waren opgeroepen om hun straf te ondergaan en hoeveel van hen zijn vervolgens aangehouden? |
|
22 |
Hoeveel vacatures bestaan momenteel binnen het gevangeniswezen, uitgesplitst naar PI-werkers, complexbeveiligers, zorgpersoneel en overige functies? |
|
23 |
Hoeveel celplaatsen kunnen specifiek als gevolg van personeelstekorten momenteel niet worden gebruikt? |
|
24 |
Wat is momenteel de beschikbare, bezette en buiten gebruik gestelde capaciteit van de justitiële jeugdinrichtingen (JJI’s)? |
|
25 |
Hoeveel jongeren wachten momenteel op een passende plaats in een JJI en hoe lang bedraagt de gemiddelde en langste wachttijd? |
|
26 |
Hoeveel jeugdtaakstraffen zijn in 2025 en tot nu toe in 2026 niet binnen de daarvoor geldende termijn gestart of voltooid? |
|
27 |
Hoeveel jongeren verblijven momenteel in een JJI zonder dat de benodigde behandeling of gedragsinterventie beschikbaar is? |
|
28 |
Hoeveel minderjarige verdachten stonden op het moment van hun aanhouding al onder toezicht van de jeugdreclassering? |
|
29 |
Hoeveel onderzoeken naar het ronselen en aansturen van minderjarigen voor criminele activiteiten zijn in 2025 en tot nu toe in 2026 gestart? |
|
30 |
In hoeveel zaken is in 2025 en tot nu toe in 2026 een volwassene vervolgd wegens het ronselen, aansturen of inzetten van een minderjarige bij strafbare feiten? |
|
31 |
Hoeveel van deze vervolgingen hebben geleid tot een veroordeling en welke delicten zijn daarbij ten laste gelegd? |
|
32 |
Wordt geregistreerd op welke wijze minderjarigen voor criminaliteit worden geronseld? Zo ja, kan dit worden uitgesplitst naar sociale media, berichtendiensten, familieverbanden, scholen en contacten in de wijk? |
|
33 |
Hoeveel personen wachten momenteel in een gevangenis of huis van bewaring op plaatsing in een forensische zorginstelling? |
|
34 |
Hoe lang bedraagt momenteel de gemiddelde en langste wachttijd voor plaatsing in de forensische zorg? |
|
35 |
Hoeveel tbs-passanten verblijven momenteel in een PI in afwachting van plaatsing in een tbs-kliniek? |
|
36 |
Hoeveel plaatsen in de forensische zorg zijn momenteel niet inzetbaar wegens personeelstekorten? |
|
37 |
Hoeveel personen verblijven momenteel in een zwaarder beveiligde voorziening dan behandelinhoudelijk noodzakelijk is, omdat geen passende vervolgplek beschikbaar is? |
|
38 |
Hoeveel personen hebben in ieder afzonderlijk jaar van 2006 tot en met 2026 het Nederlanderschap verkregen? |
|
39 |
Kan dit per jaar worden uitgesplitst naar naturalisatie, optie, medenaturalisatie, na-naturalisatie en verkrijging van rechtswege? |
|
40 |
Hoeveel personen zijn in totaal in de afgelopen twintig jaar door naturalisatie Nederlander geworden? |
|
41 |
Hoeveel personen zijn in totaal in de afgelopen twintig jaar via optie Nederlander geworden? |
|
42 |
Hoeveel minderjarigen zijn in de afgelopen twintig jaar door medenaturalisatie Nederlander geworden? |
|
43 |
Hoeveel personen hebben in de afgelopen twintig jaar anders dan door geboorte het Nederlanderschap verkregen? |
|
44 |
Kan voor ieder jaar worden aangegeven hoeveel procent de verkrijging van het Nederlanderschap ten opzichte van het voorafgaande jaar steeg of daalde? |
|
45 |
In welke vijf jaren sinds 1985 werd het grootste aantal personen Nederlander? |
|
46 |
Welke tien oorspronkelijke nationaliteiten kwamen per jaar het vaakst voor onder personen die Nederlander werden? |
|
47 |
Hoe zijn de middelen onder «Bijdrage in het kader van de kwaliteit van de politiezorg» verdeeld? Kan daarbij worden aangegeven hoeveel in 2026 beschikbaar is voor het tegengaan van discriminatie, etnisch profileren en andere vormen van ongelijke behandeling door de politie? |
|
48 |
Hoeveel is binnen artikel 31 in 2026 beschikbaar voor training en opleiding van politiepersoneel op het gebied van discriminatie, etnisch profileren en professioneel handelen tegenover burgers? Hoeveel was hiervoor in 2025 beschikbaar? |
|
49 |
Hoeveel middelen zijn in 2026 en 2027 beschikbaar voor het voorkomen, registreren, onderzoeken en evalueren van politiegeweld? Kan dit per maatregel worden aangegeven? |
|
50 |
Hoeveel budget is binnen de JenV-begroting in 2026 beschikbaar voor de aanpak van discriminatie en discriminatoir geweld? Kan daarbij, voor zover mogelijk, onderscheid worden gemaakt naar discriminatiegrond? |
|
51 |
Hoeveel is in 2026 specifiek beschikbaar voor de aanpak van moslimdiscriminatie en anti-moslimhaat? Waar worden deze middelen voor ingezet en welke organisaties ontvangen hiervoor geld? |
|
52 |
Hoeveel van de de € 33,648 miljoen voor «Bewaken en beveiligen» wordt besteed aan de beveiliging van religieuze instellingen? |
|
53 |
Welke bijzondere bijdragen aan de politie zijn in 2025 niet volledig besteed? Om welke bedragen gaat het en wat was de reden dat deze middelen niet volledig zijn benut? |
|
54 |
Welk deel van de teruggevorderde € 132,7 miljoen aan politiemiddelen komt opnieuw ten goede aan de politie? Waar wordt het resterende bedrag voor gebruikt? |
|
55 |
Hoeveel personen hebben vanaf 1 januari 2026 tot en met de meest recente beschikbare datum het Nederlanderschap verkregen, uitgesplitst per maand en naar naturalisatie, medenaturalisatie, optie en verkrijging van rechtswege? |
|
56 |
Wat waren van alle personen die in 2026 tot nu toe het Nederlanderschap hebben verkregen de oorspronkelijke nationaliteit en het geboorteland, uitgesplitst per land en wijze van verkrijging van het Nederlanderschap? |
|
57 |
Hoeveel geld is binnen de JenV-begroting in 2026 beschikbaar voor de aanpak van rechts-extremisme en rechts-extremistisch geweld? Kan worden aangegeven hoe deze middelen zijn verdeeld over politie, OM, Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) en andere organisaties? |
|
58 |
Hoeveel personen die in 2026 Nederlander zijn geworden hadden voorafgaand aan verkrijging van het Nederlanderschap een asielvergunning, een reguliere verblijfsvergunning, EU-verblijfsrecht of een andere verblijfsgrond? |
|
59 |
Kan voor alle personen die in 2026 Nederlander zijn geworden worden uitgesplitst naar leeftijd, geslacht, oorspronkelijke nationaliteit, geboorteland, verblijfsduur in Nederland, verblijfsgrond en wijze van verkrijging van het Nederlanderschap? |
|
60 |
Hoeveel personen die in 2026 Nederlander zijn geworden hebben hun oorspronkelijke nationaliteit behouden en kan dit aantal worden uitgesplitst naar oorspronkelijke nationaliteit en wettelijke reden waarom geen afstand is gedaan? |
|
61 |
Hoeveel middelen zijn in 2026 beschikbaar voor het voorkomen, onderzoeken en vervolgen van bedreigingen, vernielingen en geweld tegen asielzoekerscentra en hun bewoners? Welke organisaties ontvangen hiervoor middelen? |
|
62 |
Hoeveel personen hebben in ieder afzonderlijk jaar van 2006 tot en met 2026 het Nederlanderschap van rechtswege verkregen op grond van de artikelen 3, 4, 5, 5a, 5b en 5c van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN), uitgesplitst naar ieder afzonderlijk artikellid? |
|
63 |
Hoeveel kinderen hebben in ieder afzonderlijk jaar sinds 2006 het Nederlanderschap verkregen op grond van artikel 3, derde lid van de RWN, de zogenoemde derde-generatieregel? |
|
64 |
Wat waren de nationaliteiten van de ouders en, voor zover geregistreerd, de grootouders van kinderen die sinds 2006 op grond van artikel 3, derde lid van de RWN Nederlander zijn geworden? |
|
65 |
Hoeveel kinderen zijn sinds 2006 op grond van artikel 3, derde lid van de RWN Nederlander geworden terwijl geen van beide ouders de Nederlandse nationaliteit bezat? |
|
66 |
Hoeveel kinderen zijn sinds 2006 op grond van artikel 3, derde lid van de RWN Nederlander geworden terwijl noch de ouders noch de grootouders ooit de Nederlandse nationaliteit hebben bezeten? |
|
67 |
Hoe wordt bij toepassing van artikel 3, derde lid van de RWN gecontroleerd of de ouder en grootouder daadwerkelijk aan de wettelijke voorwaarden inzake geboorte en hoofdverblijf in het Koninkrijk voldoen? |
|
68 |
Hoeveel personen die via de artikelen 3 tot en met 5c van de RWN van rechtswege Nederlander zijn geworden bezitten naast de Nederlandse nationaliteit tevens één of meer andere nationaliteiten? |
|
69 |
Hoeveel optieverklaringen zijn in ieder afzonderlijk jaar sinds 2006 afgelegd, bevestigd, geweigerd, ingetrokken of buiten behandeling gesteld, uitgesplitst naar iedere afzonderlijke categorie van artikel 6 van de RWN? |
|
70 |
Hoeveel personen hebben sinds 2006 via de optieprocedure het Nederlanderschap verkregen, uitgesplitst naar oorspronkelijke nationaliteit, geboorteland, leeftijd en wettelijke optiegrond? |
|
71 |
Hoeveel personen die sinds 2006 via optie Nederlander zijn geworden hebben hun oorspronkelijke nationaliteit behouden, uitgesplitst naar oorspronkelijke nationaliteit en wettelijke grond voor behoud? |
|
72 |
Hoeveel personen die via optie Nederlander zijn geworden waren verplicht afstand te doen van een andere nationaliteit en hoeveel van deze personen hebben deze afstand daadwerkelijk gerealiseerd? |
|
73 |
Hoe vaak is sinds 2006 het Nederlanderschap van een persoon die via optie Nederlander werd ingetrokken wegens het niet nakomen van een verplichting tot afstand van een andere nationaliteit? |
|
74 |
Hoeveel personen hebben sinds 2006 via de optieprocedure het Nederlanderschap verkregen zonder dat zij aan een regulier inburgeringsvereiste hoefden te voldoen, uitgesplitst naar optiegrond? |
|
75 |
Hoeveel naturalisatieverzoeken zijn in ieder afzonderlijk jaar sinds 2006 ingediend, ingewilligd, afgewezen, ingetrokken of buiten behandeling gesteld? |
|
76 |
Hoeveel personen zijn sinds 2006 genaturaliseerd nadat zij aan de reguliere verblijfstermijn hadden voldaan en hoeveel personen zijn genaturaliseerd met gebruikmaking van een wettelijke uitzondering op de reguliere verblijfstermijn, uitgesplitst naar iedere afzonderlijke uitzonderingsgrond? |
|
77 |
Hoeveel personen zijn sinds 2006 genaturaliseerd wegens huwelijk of partnerschap met een Nederlander, staatloosheid, langdurig eerder verblijf in Nederland of een andere verkorte verblijfstermijn? |
|
78 |
Hoeveel personen zijn sinds 2006 tot Nederlander genaturaliseerd terwijl zij op het moment van naturalisatie buiten Nederland verbleven, uitgesplitst naar woonland en oorspronkelijke nationaliteit? |
|
79 |
Hoeveel personen zijn sinds 2006 met toepassing van artikel 10 van de RWN tot Nederlander genaturaliseerd en van welke wettelijke naturalisatievoorwaarden is in deze gevallen afgeweken? |
|
80 |
Hoeveel naturalisatieverzoeken zijn sinds 2006 afgewezen omdat niet werd voldaan aan verblijfsvoorwaarden, inburgeringsvoorwaarden, identiteitseisen, openbare-ordevereisten of de afstandsplicht, uitgesplitst per afwijzingsgrond? |
|
81 |
Hoeveel naturalisatieverzoeken zijn sinds 2006 afgewezen wegens onvoldoende inburgering en hoeveel naturalisandi kregen geheel of gedeeltelijk vrijstelling of ontheffing van het inburgeringsvereiste, uitgesplitst naar wettelijke grond? |
|
82 |
Hoeveel personen zijn sinds 2006 genaturaliseerd zonder een origineel buitenlands paspoort, geboorteakte of ander gebruikelijk brondocument te overleggen en in hoeveel van deze gevallen werd bewijsnood aangenomen? |
|
83 |
Hoeveel naturalisatieprocedures hebben sinds 2006 aanleiding gegeven tot onderzoek naar twijfel over de identiteit, geboortedatum, geboorteplaats of nationaliteit van de verzoeker en wat was de uitkomst van deze onderzoeken? |
|
84 |
Hoeveel naturalisatieverzoeken zijn sinds 2006 geweigerd wegens gevaar voor de openbare orde, goede zeden of veiligheid van het Koninkrijk, uitgesplitst naar de onderliggende strafbare feiten of andere relevante omstandigheden? |
|
85 |
Hoeveel personen zijn sinds 2006 genaturaliseerd nadat zij eerder strafrechtelijk waren veroordeeld, uitgesplitst naar soort delict, opgelegde straf en tijd tussen de laatste veroordeling en naturalisatie? |
|
86 |
Hoeveel naturalisatieverzoeken zijn sinds 2006 ondanks eerder geconstateerde openbare-ordeaspecten uiteindelijk toch ingewilligd en op welke wettelijke of beleidsmatige grond gebeurde dit? |
|
87 |
Hoeveel Nederlanders bezitten naar de meest recente beschikbare schatting naast de Nederlandse nationaliteit één of meer andere nationaliteiten, uitgesplitst naar de andere nationaliteit? |
|
88 |
Hoeveel Nederlanders stonden op het laatste moment waarop volledige registratie beschikbaar was geregistreerd met één, twee, drie of meer andere nationaliteiten naast de Nederlandse nationaliteit? |
|
89 |
Om welke juridische en beleidsmatige redenen worden tweede en volgende nationaliteiten van Nederlanders sinds 2014 niet langer regulier in de Basisregistratie Personen (BRP) geregistreerd? |
|
90 |
Welke ministeries, uitvoeringsorganisaties en overheidsdiensten beschikken momenteel nog over gegevens waaruit één of meer andere nationaliteiten van een Nederlander kunnen blijken? |
|
91 |
In hoeverre kunnen gegevens van onder meer Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), politie, Koninklijke Marechaussee, Justis en Buitenlandse Zaken worden gebruikt om een actuele raming te maken van het aantal Nederlanders met een dubbele of meervoudige nationaliteit? |
|
92 |
Welke wets- of beleidswijzigingen zijn nodig om de tweede en volgende nationaliteiten van Nederlanders opnieuw volledig te registreren en jaarlijks statistisch inzichtelijk te maken? |
|
93 |
Hoe beoordeelt de regering de mogelijkheid om nationaliteitsgegevens opnieuw zodanig te registreren dat voor de uitvoering van het nationaliteits-, strafrechtelijke en terugkeerbeleid bekend is welke Nederlanders tevens een andere nationaliteit bezitten? |
|
94 |
Hoeveel meerderjarige naturalisandi waren sinds 2006 verplicht afstand te doen van hun oorspronkelijke nationaliteit, hoeveel hebben daadwerkelijk afstand gedaan en hoeveel hebben hun oorspronkelijke nationaliteit behouden? |
|
95 |
Hoeveel personen zijn sinds 2006 uitgezonderd van de afstandsplicht omdat afstand juridisch onmogelijk was, feitelijk niet kon worden gerealiseerd, zij gehuwd waren met een Nederlander, een vluchtelingenstatus hadden of onder een andere wettelijke uitzondering vielen? |
|
96 |
Kan voor ieder jaar sinds 2006 en iedere oorspronkelijke nationaliteit worden aangegeven welk percentage van de genaturaliseerden de oorspronkelijke nationaliteit daadwerkelijk heeft opgegeven en welk percentage deze heeft behouden? |
|
97 |
Hoeveel naturalisandi zijn sinds 2006 vrijgesteld van de afstandsplicht wegens financiële consequenties, vermogensrechtelijke gevolgen, militaire verplichtingen of andere persoonlijke omstandigheden? |
|
98 |
Bij hoeveel genaturaliseerde Nederlanders die verplicht waren afstand te doen van hun oorspronkelijke nationaliteit is gecontroleerd of deze afstand daadwerkelijk is gerealiseerd en binnen welke termijn vindt deze controle plaats? |
|
99 |
Hoeveel genaturaliseerde Nederlanders hebben ondanks een oorspronkelijke afstandsverplichting uiteindelijk permanent hun andere nationaliteit behouden? |
|
100 |
Hoeveel minderjarigen zijn in ieder afzonderlijk jaar sinds 2006 door medenaturalisatie of na-naturalisatie Nederlander geworden, uitgesplitst naar leeftijd, oorspronkelijke nationaliteit en nationaliteit van de ouder met wie zij zijn meegenaturaliseerd? |
|
101 |
Hoeveel minderjarigen die sinds 2006 door medenaturalisatie Nederlander zijn geworden hebben naast de Nederlandse nationaliteit één of meer andere nationaliteiten behouden? |
|
102 |
Hoeveel kinderen van genaturaliseerde ouders hebben sinds 2006 niet gedeeld in de naturalisatie van hun ouder en op welke wettelijke gronden gebeurde dit? |
|
103 |
Hoeveel minderjarigen van zestien of zeventien jaar hebben sinds 2006 niet ingestemd met verkrijging van het Nederlanderschap door medenaturalisatie? |
|
104 |
Hoeveel kinderen of kleinkinderen hebben sinds 2006 op grond van de bijzondere bepalingen van artikel 11 van de RWN in de naturalisatie van een ouder of grootouder gedeeld? |
|
105 |
Hoeveel onderzoeken naar fraude bij verkrijging van het Nederlanderschap zijn in ieder afzonderlijk jaar sinds 2006 gestart en hoeveel daarvan hebben geleid tot intrekking van het Nederlanderschap? |
|
106 |
Hoeveel intrekkingen van het Nederlanderschap wegens fraude hadden sinds 2006 betrekking op identiteitsfraude, documentfraude, een valse verklaring, bedrog of het verzwijgen van relevante feiten? |
|
107 |
Hoeveel personen hebben sinds 2006 hun Nederlanderschap behouden terwijl achteraf onjuiste of onvolledige gegevens bij verkrijging waren vastgesteld, omdat wettelijke termijnen of andere juridische belemmeringen intrekking onmogelijk maakten? |
|
108 |
Hoe vaak is sinds 2006 vastgesteld dat iemand tijdens een asiel-, verblijfs- of naturalisatieprocedure verschillende identiteiten, geboortedata of nationaliteiten heeft opgegeven en hoeveel van deze gevallen hebben geleid tot intrekking van het Nederlanderschap? |
|
109 |
Hoeveel onderzoeken naar het Nederlanderschap zijn sinds 2006 gestart nadat fraude met een eerdere verblijfsvergunning, asielprocedure of identiteitsregistratie was vastgesteld? |
|
110 |
Hoeveel Nederlanders hebben sinds 2006 hun Nederlanderschap verloren of zien intrekken wegens het niet nakomen van een verplichting tot afstand van een andere nationaliteit? |
|
111 |
Hoeveel personen hebben in ieder afzonderlijk jaar sinds 2006 hun Nederlanderschap door intrekking verloren, uitgesplitst naar iedere afzonderlijke wettelijke intrekkingsgrond van artikel 14 van de RWN? |
|
112 |
Hoeveel personen hebben sinds 2006 hun Nederlanderschap verloren wegens terroristische misdrijven, misdrijven tegen de veiligheid van het Koninkrijk, internationale misdrijven, vreemde krijgsdienst of aansluiting bij een terroristische organisatie? |
|
113 |
Hoeveel procedures tot intrekking van het Nederlanderschap wegens terrorisme zijn sinds 2006 gestart maar niet tot definitieve intrekking gekomen, uitgesplitst naar de reden waarom intrekking niet mogelijk bleek? |
|
114 |
Hoeveel personen met de Nederlandse én ten minste één andere nationaliteit zouden, op basis van de veroordelingen in de afgelopen vijf jaar, in aanmerking zijn gekomen voor intrekking van het Nederlanderschap indien iedere onherroepelijke veroordeling voor een misdrijf waarop een wettelijke maximumgevangenisstraf van ten minste vijf jaar is gesteld, een grond voor intrekking van het Nederlanderschap zou zijn geweest? |
|
115 |
Hoeveel besluiten tot intrekking van het Nederlanderschap zijn sinds 2006 geheel of gedeeltelijk door een rechter vernietigd en op welke juridische gronden? |
|
116 |
In hoeveel gevallen sinds 2006 kon het Nederlanderschap niet worden ingetrokken omdat betrokkene daardoor staatloos zou worden? |
|
117 |
Hoeveel personen die wegens hun gedragingen in beginsel binnen een wettelijke intrekkingsgrond vielen hebben het Nederlanderschap behouden omdat zij uitsluitend de Nederlandse nationaliteit bezaten? |
|
118 |
Hoeveel personen met zowel de Nederlandse als een andere nationaliteit zijn sinds 2006 wegens een strafrechtelijke veroordeling onderzocht op de mogelijkheid van intrekking van het Nederlanderschap en hoeveel van deze onderzoeken hebben daadwerkelijk tot intrekking geleid? |
|
119 |
Hoeveel personen van wie sinds 2006 het Nederlanderschap is ingetrokken verbleven op het moment van intrekking in Nederland en hoeveel verbleven op dat moment in het buitenland? |
|
120 |
Hoeveel personen van wie sinds 2006 het Nederlanderschap is ingetrokken en die op dat moment in Nederland verbleven zijn daarna aantoonbaar zelfstandig vertrokken, gedwongen uitgezet, met onbekende bestemming vertrokken of nog steeds in Nederland aanwezig? |
|
121 |
Hoeveel personen van wie het Nederlanderschap sinds 2006 is ingetrokken hebben vervolgens een Nederlandse verblijfsvergunning gekregen en op welke verblijfsgrond werd deze vergunning verleend? |
|
122 |
Hoeveel personen van wie sinds 2006 het Nederlanderschap is ingetrokken konden niet uit Nederland worden verwijderd doordat het land van hun resterende nationaliteit niet meewerkte aan toelating of documentverstrekking? |
|
123 |
Hoeveel personen van wie sinds 2006 het Nederlanderschap is ingetrokken zijn na vertrek opnieuw Nederland binnengekomen en op welke juridische grond kregen zij toegang tot Nederland? |
|
124 |
Hoeveel personen van wie sinds 2006 het Nederlanderschap is ingetrokken hebben vervolgens opnieuw geprobeerd het Nederlanderschap of een verblijfsrecht in Nederland te verkrijgen? |
|
125 |
Wat is voor iedere persoon van wie sinds 2006 het Nederlanderschap is ingetrokken uiteindelijk de migratierechtelijke uitkomst geweest, uitgesplitst naar vertrek, uitzetting, verblijf in Nederland, verblijf in het buitenland of onbekende bestemming? |
|
126 |
Hoeveel personen bevinden zich momenteel in een Nederlandse Justitiële Inrichtingen, uitgesplitst naar uitsluitend Nederlandse nationaliteit, uitsluitend buitenlandse nationaliteit en voor zover bekend zowel de Nederlandse als ten minste één buitenlandse nationaliteit? |
|
127 |
Welke andere nationaliteiten bezitten Nederlandse gedetineerden met een dubbele of meervoudige nationaliteit, uitgesplitst naar nationaliteit en aantal personen? |
|
128 |
Hoeveel Nederlandse gedetineerden hebben het Nederlanderschap door naturalisatie of optie verkregen en in welk jaar verkregen zij het Nederlanderschap? |
|
129 |
Hoeveel Nederlandse gedetineerden met één of meer andere nationaliteiten zijn sinds 2006 onderzocht op de mogelijkheid het Nederlanderschap in te trekken? |
|
130 |
Hoeveel gedetineerden hebben sinds 2006 tijdens of na hun detentie daadwerkelijk het Nederlanderschap verloren en hoeveel van deze personen zijn na afloop van hun detentie uit Nederland vertrokken of verwijderd? |
|
131 |
Indien DJI niet volledig registreert welke Nederlandse gedetineerden tevens een andere nationaliteit bezitten, welke belemmering bestaat voor registratie van deze informatie en welke gevolgen heeft dit voor mogelijke toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap? |
|
132 |
Hoeveel meerderjarigen hebben in ieder afzonderlijk jaar sinds 2006 het Nederlanderschap automatisch verloren op grond van de artikelen 15 en 15a van de RWN, uitgesplitst naar iedere afzonderlijke verliesgrond? |
|
133 |
Hoeveel Nederlanders hebben sinds 2006 vrijwillig afstand gedaan van het Nederlanderschap en welke andere nationaliteit bezaten zij op het moment van afstand? |
|
134 |
Hoeveel Nederlanders hebben sinds 2006 het Nederlanderschap verloren wegens langdurig verblijf buiten Nederland, het Koninkrijk of de Europese Unie terwijl zij tevens een andere nationaliteit bezaten? |
|
135 |
Hoeveel Nederlanders hebben sinds 2006 automatisch verlies van het Nederlanderschap voorkomen door tijdig een Nederlands paspoort, identiteitsbewijs of verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap aan te vragen? |
|
136 |
Hoeveel personen die het Nederlanderschap automatisch hadden verloren hebben dit na een proportionaliteitstoets, gerechtelijke procedure of toepassing van het Unierecht alsnog behouden of herkregen? |
|
137 |
Hoeveel minderjarigen hebben sinds 2006 het Nederlanderschap verloren op grond van de artikelen 16 en 16a van de RWN, uitgesplitst naar iedere afzonderlijke wettelijke verliesgrond en naar de nationaliteit die zij na verlies behielden? |
|
138 |
Welke wijzigingen van de RWN, de Wet BRP of uitvoeringsregelgeving zijn nodig om jaarlijks exact inzicht te kunnen geven in hoeveel personen Nederlander worden, welke andere nationaliteiten zij bezitten of behouden, hoeveel personen het Nederlanderschap verliezen en hoeveel personen na intrekking daadwerkelijk Nederland verlaten? |
|
139 |
Hoeveel opgeroepen zelfmelders hebben door de OV-staking van woensdag 9 september 2026 de PI waar zij zich moesten melden niet kunnen bereiken? |
|
140 |
Kunt u inzicht geven in de dekking van de middelen uit het amendement-Coenradie (Kamerstuk 36 800 VI, nr. 128) over de capaciteit bij DJI voor de periode 2027–2029? Wat is de status van de benodigde wetswijziging? |
|
141 |
Kunt u aangeven waarom de middelen uit het amendement-Coenradie (Kamerstuk 36 800 VI, nr. 128) over de capaciteit bij DJI zijn doorgeschoven naar 2029 en niet naar 2027? |
|
142 |
Waardoor wordt het liquiditeitsoverschot bij de Raad voor Rechtsbijstand veroorzaakt? |
|
143 |
Heeft de vertraging in het programma Vernieuwing Missiekritische Communicatie (VMX), en de kasschuif naar aanleiding daarvan, gevolgen voor het alarmeringssysteem (luchtalarm) en de overgang naar een nieuw alarmeringssysteem? Zo ja, hoe gaat u voorkomen dat er een gat zit tussen de ingebruikname van het nieuwe systeem en het stoppen van het oude systeem? |
|
144 |
Kunt u toelichten waarom er in de september suppletoire begroting € 11,7 miljoen meer nodig is voor de loon- en prijsbijstellingen dan toegekend bij de 1e suppletoire begroting uit maart dit jaar? |
|
145 |
Kunt u verklaren hoe de in september verdeelde loon- en prijsbijstelling (€ 549,8 miljoen) aansluit op de bij de eerste suppletoire begroting toegekende bedragen (€ 432,6 miljoen loonbijstelling en € 105,5 miljoen prijsbijstelling) en welke aanvullende mutaties daarbij zijn verwerkt? Zijn er bijvoorbeeld begrote uitgaven verlaagd om de € 11,7 miljoen extra aan loon- en prijsbijstelling mogelijk te maken? |
|
146 |
Waarom komen de middelen van het amendement-Coenradie (Kamerstuk 36 800 VI, nr. 128) niet tot besteding in 2026? Waarom wordt dit ook niet besteed in 2027 en 2028, maar pas in 2029? |
|
147 |
Waarom loopt het wetstraject Andromeda vertraging op? |
|
148 |
Wat zijn de oorzaken van deze lagere uitgaven? Kunt u een uitsplitsing geven van bij welke projecten deze bedragen niet zijn uitgegeven? |
|
149 |
Kunt u aangeven welke projecten bij de politie niet meer tot uitgaven leiden waardoor er een terugvordering van € 132,7 miljoen is ingeboekt op artikel 31 politie? Kunt u daarbij aangeven wat de oorzaken en consequenties zijn van de lagere uitgaven? |
|
150 |
Welke bewindspersoon wordt politiek eindverantwoordelijk voor de aanpak van geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en femicide? |
|
151 |
Welke opdracht, bevoegdheden, doorzettingsmacht en structurele middelen krijgt de Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld concreet? |
|
152 |
Waaruit bestaat de verhoging van de apparaatsuitgaven van de Raad voor de Kinderbescherming met € 2,726 miljoen? Kan deze verhoging worden uitgesplitst naar loon- en prijsbijstelling, personeel, ICT en overige uitgaven? |
|
153 |
Hoeveel fte zijn in 2026 bij de Raad voor de Kinderbescherming beschikbaar en hoe verhoudt dit aantal zich tot de oorspronkelijke begroting voor 2026 en de realisatie in 2025? |
|
154 |
Waarvoor wordt de verhoging van het ICT-budget van de Raad voor de Kinderbescherming met € 1,299 miljoen ingezet? |
|
155 |
Wat zijn de actuele gemiddelde doorlooptijden bij de Raad voor de Kinderbescherming, uitgesplitst naar beschermingsonderzoeken, gezag- en omgangsonderzoeken en strafonderzoeken? |
|
156 |
Hoeveel onderzoeken bij de Raad voor de Kinderbescherming waren op de meest recente peildatum nog niet gestart of afgerond en welk deel daarvan overschrijdt de daarvoor geldende normtijd? |
|
157 |
Waaruit bestaat de verhoging van de bijdrage aan DJI voor forensische zorg met € 53,808 miljoen? Kan dit bedrag worden uitgesplitst naar loon- en prijsbijstelling, capaciteitsuitbreiding, tarieven en overige mutaties? |
|
158 |
Hoeveel forensischezorgplaatsen zijn in 2026 beschikbaar, uitgesplitst naar beveiligingsniveau en zorgvorm, en hoe verhoudt dit aantal zich tot de oorspronkelijke raming? |
|
159 |
Wat zijn de actuele wachttijden voor plaatsing in de verschillende vormen van forensische zorg en hoeveel personen wachten op een passende plaats? |
|
160 |
Waaruit bestaat de verhoging van € 3,780 miljoen van de bijdrage aan de Stichting Verslavingsreclassering GGZ? |
|
161 |
Hoeveel cliënten en trajecten worden in 2026 door de Stichting Verslavingsreclassering GGZ ondersteund en hoe verhoudt dit aantal zich tot de oorspronkelijke raming? |
|
162 |
Kunt u de verhoging van het totale budget voor slachtofferzorg met € 2,054 miljoen uitsplitsen naar loon- en prijsbijstelling, beleidsmatige mutaties en overige technische mutaties? |
|
163 |
Kunt u de totale verhoging van het budget voor «Veiligheid jeugd» met € 9,780 miljoen uitsplitsen naar loon- en prijsbijstelling en overige mutaties? |
|
164 |
Waaruit bestaat de verhoging van de bijdrage aan DJI Jeugd met € 6,913 miljoen en welk deel daarvan betreft loon- en prijsbijstelling? |
|
165 |
Hoeveel operationele plaatsen in JJI’s zijn in 2026 beschikbaar, wat is de gemiddelde bezettingsgraad en hoeveel plaatsen zijn tijdelijk niet inzetbaar? |
|
166 |
Hoeveel jongeren verbleven op de meest recente peildatum in een JJI en hoeveel van hen verbleven daar op basis van preventieve hechtenis, jeugddetentie of een PIJ-maatregel? |
|
167 |
Hoeveel jongeren wachten vanuit een JJI op een passende vervolgplek of behandeling en wat is hun gemiddelde wachttijd? |
|
168 |
Waaruit bestaat de verhoging van de bijdrage aan Halt met € 499.000 en welk deel betreft loon- en prijsbijstelling, volumeontwikkeling en overige oorzaken? |
|
169 |
Van hoeveel Halt-trajecten wordt voor 2026 uitgegaan en hoe verhoudt dit aantal zich tot de oorspronkelijke raming voor 2026 en de realisatie in 2025? |
|
170 |
Waaruit bestaat de verhoging van het subsidiebudget voor jeugdbescherming en jeugdsancties met € 610.000 en aan welke organisaties of activiteiten worden deze middelen verstrekt? |
|
171 |
Waaruit bestaat de verhoging van het opdrachtenbudget voor jeugdbescherming en jeugdsancties met € 1,394 miljoen? |
|
172 |
Waaruit bestaat de verhoging van het budget voor taakstraffen en erkende gedragsinterventies met € 138.000? |
|
173 |
Hoeveel taakstraffen en erkende gedragsinterventies voor jeugdigen kunnen naar verwachting in 2026 worden uitgevoerd en hoe verhoudt dit aantal zich tot de oorspronkelijke raming? |
|
174 |
Welke bedragen zijn binnen artikel 34.5 in 2026 specifiek beschikbaar voor het verbeteren van de rechtspositie en rechtsbescherming van kinderen in de jeugdbescherming? |
|
175 |
Hoeveel van het budget van € 35,398 miljoen voor subsidies voor jeugdbescherming en jeugdsancties is in 2026 beschikbaar voor jeugdbescherming en hoeveel voor jeugdsancties? |
|
176 |
Kan het budget voor subsidies voor jeugdbescherming en jeugdsancties worden uitgesplitst naar subsidieontvanger, activiteit en bedrag? |
|
177 |
Hoeveel middelen zijn binnen de JenV-begroting in 2026 beschikbaar voor het aanpakken van de wachtlijsten bij gecertificeerde instellingen? |
|
178 |
Hoeveel kinderen wachtten op de meest recente peildatum op de start van een jeugdbeschermings- of jeugdreclasseringsmaatregel, uitgesplitst naar regio en gecertificeerde instelling? |
|
179 |
Hoeveel kinderen hebben op de meest recente peildatum langer dan vijf werkdagen moeten wachten op de toewijzing van een vaste jeugdbeschermer? |
|
180 |
Wat was op de meest recente peildatum de gemiddelde caseload per jeugdbeschermer, uitgesplitst naar gecertificeerde instelling? |
|
181 |
Welk aandeel van de jeugdbeschermers had op de meest recente peildatum een caseload boven de afgesproken of gehanteerde norm? |
|
182 |
Hoeveel vacatures stonden op de meest recente peildatum open bij gecertificeerde instellingen en hoeveel fte werd op dat moment extern ingehuurd? |
|
183 |
Welke middelen zijn in 2026 beschikbaar voor het terugdringen van het personeelsverloop en ziekteverzuim binnen de jeugdbescherming? |
|
184 |
Hoeveel kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel wachten momenteel op passende jeugdhulp en wat is hun gemiddelde wachttijd? |
|
185 |
Hoeveel kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel ontvangen momenteel niet de hulp die volgens de gecertificeerde instelling of rechter noodzakelijk is? |
|
186 |
Welk bedrag is binnen artikel 34.5 beschikbaar voor rechtsbijstand of andere vormen van onafhankelijke ondersteuning van kinderen en ouders die met een jeugdbeschermingsmaatregel te maken hebben? |
|
187 |
Welke opdrachten worden gefinancierd uit de verhoging van het opdrachtenbudget voor jeugdbescherming en jeugdsancties met € 1,394 miljoen? Kan dit worden uitgesplitst naar opdrachtnemer, doel, looptijd en bedrag? |
|
188 |
Hoeveel klachten zijn in 2025 en tot nu toe in 2026 ingediend over de uitvoering van jeugdbeschermingsmaatregelen, uitgesplitst naar gecertificeerde instelling en uitkomst van de klacht? |
|
189 |
Hoeveel rechterlijke uitspraken over jeugdbeschermingsmaatregelen zijn in 2025 en tot nu toe in 2026 niet of niet tijdig uitgevoerd doordat passende hulp of een passende plek ontbrak? |
|
190 |
Welke middelen zijn in 2026 beschikbaar voor de voorbereiding of uitvoering van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming vanuit de JenV-begroting? |
|
191 |
Hoeveel middelen zijn in 2026 beschikbaar voor de afbouw van de huidige jeugdbeschermingsketen en hoeveel voor het ontwikkelen en beproeven van de toekomstige werkwijze? |
|
192 |
Kunt u aangeven welke mogelijke plannen er zijn om de € 19,3 miljoen zonder bestemming uit te geven in 2026? |
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/nds-tk-2026D45041.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.