2026D44262 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

De vaste commissie voor Financiën heeft op 17 september 2026 een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de indieners over de op 24 juni 2026 toegezonden brief over ingediende initiatiefnota van de leden Inge van Dijk, Grinwis en Struijs over een toekomstbestendig giftenstelsel (Kamerstuk 36 969, nr. 2).

De voorzitter van de commissie,

Jansen

Adjunct-griffier van de commissie,

Van der Steur

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de initiatiefnota «Een toekomstbestendig giftenstelsel». Deze leden hebben hierover een aantal vragen.

De leden van de D66-fractie hebben sympathie voor de wens van de indieners om het verenigingsleven te versterken. Deze leden vragen of de indieners bij hun voorstellen ook rekening hebben gehouden met de mogelijkheid dat contributies worden vervangen door aftrekbare giften. In dat geval zouden niet de inkomsten van verenigingen toenemen, maar wel de aftrekbaarheid van bestaande bijdragen worden verruimd. Zien de indieners dit als een gewenste ontwikkeling?

De leden van de D66-fractie vragen hoe de indieners de verdelingseffecten tussen organisaties beoordelen. Deze leden vragen of de indieners verwachten dat verenigingen met meer draagkrachtige leden meer profijt zullen hebben van een ruimere giftenaftrek dan verenigingen waarvan de leden minder ruimte hebben om te doneren. Hoe kijken de indieners aan tegen de vraag of de overheid langs fiscale weg aan dat verschil zou moeten bijdragen? Deze leden vragen of de indieners hebben overwogen hetzelfde doel te bereiken via een directe voorziening waarbij de overheid wel kan sturen op de vraag waar de middelen terechtkomen.

De leden van de D66-fractie vragen hoe de indieners kijken naar de aanbeveling van SEO om de fiscale regeling om te vormen naar een subsidie, met name in het kader van een eenvoudiger belastingstelsel en het afbouwen van fiscale regelingen? Is een subsidie niet een doelmatiger instrument om het verenigingsleven en de bijbehorende maatschappelijke waarde te stimuleren?

Ten aanzien van het eerste beslispunt vragen de leden van de D66-fractie hoe de indieners de afbakening van projectgerichte giften voor zich zien. Deze leden vragen op basis van welke criteria zou worden bepaald welke projecten kwalificeren, wie die toets uitvoert en hoe wordt voorkomen dat regulier onderhoud of reguliere exploitatie als project wordt aangemerkt. Zij vragen de indieners tevens hoe dit voorstel zich verhoudt tot de aanbeveling in het adviesrapport «Beter Geven II», waarnaar de nota zelf verwijst, om de aftrek voor giften aan steunstichtingen SBBI te schrappen.

De leden van de D66-fractie waarderen het voorstel van de indieners om onderzoek te laten doen naar de maatschappelijke waarde van verenigingen, stichtingen en vrijwilligerswerk. Deze leden delen de opvatting dat beter inzicht in die waarde behulpzaam is bij de verdere ontwikkeling van het geef- en filantropiebeleid. Deze leden vragen daarom of de indieners bereid zijn het onderzoek, waar de indieners in het negende beslispunt om verzoeken, uit te breiden met de vraag welke typen organisaties en welke inkomensgroepen op dit moment gebruikmaken van de giftenaftrek en in welke mate zij daarvan profiteren.

Ten aanzien van het derde beslispunt lezen de leden van de D66-fractie dat de voorwaarde vervalt dat de ANBI de vrijwilligersvergoeding daadwerkelijk zou kunnen en willen betalen. Deze leden vragen hoe zonder deze voorwaarde wordt geborgd dat alleen vergoedingen in aftrek komen waarop daadwerkelijk aanspraak had kunnen worden gemaakt en welke alternatieve waarborg de indieners daarbij voor zich zien.

Ten aanzien van het vierde beslispunt vragen de leden van de D66-fractie welk beeld de indieners hebben van de werknemers die van een dergelijke regeling gebruik kunnen maken. Deze leden constateren dat niet iedere werkgever zijn werknemers de mogelijkheid biedt om via het werk aan een goed doel te geven en vragen of de indieners verwachten dat deze maatregel alle werkenden in gelijke mate bereikt. Deze leden vragen tevens of het voordeel van deze wijziging naar verwachting voor iedere werknemer even groot is en hoe de indieners dat waarderen.

Ten aanzien van het zesde beslispunt vragen de leden van de D66-fractie hoe de indieners de gevolgen van één gezamenlijke categorie voor verenigingen inschatten. Deze leden constateren dat ANBI’s op dit moment een beschikking aanvragen en zijn gebonden aan een publicatie- en administratieplicht en dat voor verenigingen en SBBI’s geen vergelijkbare verplichtingen gelden. Deze leden vragen of de indieners voor ogen hebben dat verenigingen die onder de nieuwe toets komen te vallen aan vergelijkbare verplichtingen worden onderworpen of dat de verplichtingen voor alle organisaties lichter zouden moeten worden.

De indieners stellen voor om nieuwe categorieën toe te voegen: projectgiften, een sociale multiplier, een nieuwe Algemeen Nut Toets en verruimde regelingen voor werkgevers en vrijwilligers. De leden van de D66-fractie vragen hoe de indieners de uitvoerbaarheid van hun voorstellen beoordelen. Terwijl SEO adviseert om de giftenaftrek eenvoudiger te maken, voegen de indieners juist categorieën toe. Wegen de baten van de nieuwe categorieën op tegen de kosten en toegenomen complexiteit, met name voor de Belastingdienst?

De leden van de D66-fractie lezen in de financiële paragraaf dat de indieners verwachten dat de budgettaire impact van de voorstellen beperkt is. Verder lezen deze leden enerzijds dat de indieners verwachten dat hun voorstellen ertoe leiden dat er meer wordt gegeven en anderzijds dat de budgettaire impact beperkt blijft omdat het veelal om verschuivingen gaat. Deze leden vragen of de indieners deze verwachting nader kunnen onderbouwen en kwantificeren. Deze leden vragen of de indieners al richtingen voor ogen hebben waar dekking gevonden zou kunnen worden en of de indieners daarbij ook denken aan dekking binnen de giftenaftrek zelf.

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

De VVD-fractie heeft met belangstelling kennisgenomen van de initiatiefnota van de leden Inge van Dijk, Grinwis en Struijs over een toekomstbestendig giftenstelsel. Deze leden onderschrijven het grote belang van maatschappelijke organisaties, verenigingen, vrijwilligers en filantropie voor een sterke samenleving en waarderen de aandacht, die de indieners vragen voor belemmeringen die burgers, verenigingen en ondernemers kunnen ervaren bij het ondersteunen van maatschappelijke doelen. Tegelijkertijd achten deze leden het van belang dat eventuele aanpassingen van het giftenstelsel aantoonbaar effectief, uitvoerbaar en budgettair verantwoord zijn en dat zij niet leiden tot onbedoelde fiscale constructies of een toename van complexiteit. Vanuit die invalshoek hebben de leden van de VVD-fractie de volgende vragen.

Ten aanzien van de maatschappelijke waarde van verenigingen en sociale initiatieven vinden de leden van de VVD-fractie dat verenigingen, vrijwilligersorganisaties en maatschappelijke initiatieven aanzienlijke maatschappelijke waarde creëren, onder meer op het gebied van gezondheid, sociale cohesie en preventie. Tegelijkertijd lezen deze leden dat deze organisaties fiscaal minder gunstig worden behandeld dan ANBI’s, ondanks hun maatschappelijke bijdrage. Kunnen de indieners aangeven op basis van welke objectieve criteria kan worden vastgesteld dat een vereniging of maatschappelijke organisatie voldoende maatschappelijke meerwaarde creëert om in aanmerking te komen voor aanvullende fiscale faciliteiten. Hoe wordt voorkomen dat subjectieve beoordelingen leiden tot rechtsongelijkheid?

De leden van de VVD-fractie lezen op het punt van nut en effectiviteit van fiscale stimulering dat fiscale regels gedrag beïnvloeden en dat het huidige stelsel bepaalde vormen van geven ontmoedigt. Welke empirische onderbouwing bestaat er dat verruiming van de giftenaftrek daadwerkelijk leidt tot een substantiële toename van giften in plaats van da het een fiscale tegemoetkoming is voor giften die ook zonder deze maatregel zouden zijn gedaan?

De leden van de VVD-fractie lezen een voorstel om de huidige inkomensafhankelijke drempel voor gewone giftenaftrek te vervangen door een vaste drempel van € 100. Volgens de indieners maakt dit het systeem eenvoudiger, voorspelbaarder en begrijpelijker voor belastingplichtigen. Kunnen de indieners inzicht geven in de budgettaire gevolgen van vervanging van de huidige drempel door een vaste drempel van € 100?

De leden van de VVD-fractie lezen dat de indieners de giftenaftrek voor steunstichtingen SBBI willen uitbreiden van jubileumprojecten naar andere projectmatige investeringen, zoals verduurzaming van sportaccommodaties of verenigingsgebouwen. Hoe wordt voorkomen dat de voorgestelde verruiming van steunstichtingen SBBI leidt tot een sterke uitbreiding van fiscale claims zonder duidelijke afbakening van welke projecten wel en niet kwalificeren?

De leden van de VVD-fractie lezen dat de indieners voorstellen de eis te schrappen dat een ANBI moet kunnen aantonen dat zij een vrijwilligersvergoeding daadwerkelijk had kunnen en willen uitbetalen. Hoe beoordelen de indieners het risico dat zonder deze voorwaarde fictieve of onvoldoende onderbouwde vrijwilligersvergoedingen als gift worden opgevoerd en hebben zij alternatieven onderzocht die tot dezelfde reductie van administratieve lasten leidt?

De leden van de VVD-fractie lezen dat de indieners constateren dat donaties, die werknemers via hun werkgever aan een zelfgekozen goed doel laten doen, fiscaal als loon in natura kunnen worden aangemerkt. De indieners vinden dit een onnodige belemmering voor geefgedrag. Hoe wordt voorkomen dat de voorgestelde uitzondering wordt gebruikt voor constructies waarbij feitelijk sprake is van een individueel werknemersvoordeel of van een vorm van fiscaal gefaciliteerde loonbesteding? Zien indieners hier nog mogelijkheden in een aanpassing of verruiming van de werkkostenregeling, denk aan de inzet van de vrije ruimte?

De leden van de VVD-fractie lezen dat volgens de indieners ondernemers een praktische drempel ervaren doordat zij btw moeten afdragen over gratis verstrekte producten of diensten voor maatschappelijke doeleinden. Zij stellen daarom een gerichte vrijstelling of vereenvoudiging voor. Hebben de indieners zicht op hoe een dergelijke btw-vrijstelling zich verhoudt tot Europese btw-richtlijnen en welke risico’s er bestaan op concurrentieverstoring of oneigenlijk gebruik?

De leden van de VVD-fractie lezen dat een belangrijk langetermijnvoorstel een nieuwe Algemeen Nut Toets 2.0 betreft, waarbij niet langer de juridische vorm van een organisatie centraal staat, maar de maatschappelijke of sociale waarde die zij creëert. Hierdoor zouden ANBI’s, verenigingen en andere maatschappelijke organisaties mogelijk onder één regime kunnen vallen. Welke concrete, meetbare en juridisch houdbare criteria stellen de indieners voor om maatschappelijke of sociale waarde vast te stellen en hoe voorkomen zij dat dit leidt tot een aanzienlijke toename van uitvoeringslasten voor de Belastingdienst?

Naar analogie van de culturele multiplier stellen de indieners een sociale multiplier voor organisaties voor die sociale cohesie, participatie, gelijke kansen en ondersteuning van kwetsbare groepen bevorderen. Daarbij constateren de indieners dat bestaande definities van kwetsbare groepen volgens hen beperkt worden toegepast. De leden van de VVD-fractie hoe objectief wordt bepaald welke organisaties recht krijgen op een sociale multiplier en hoe wordt voorkomen dat afbakeningsdiscussies leiden tot een steeds grotere groep instellingen die aanspraak maakt op extra fiscale voordelen?

De leden van de VVD-fractie zijn het eens met de indieners, die vinden dat giften door ondernemingen minder gunstig worden behandeld dan sponsoring of bepaalde MVO-uitgaven. De indieners stellen daarom voor de plafondbedragen voor giftenaftrek te verhogen en sociaal ondernemerschap beter te faciliteren. Kunnen zij aangeven waarom een verruiming van de giftenaftrek voor ondernemingen doelmatiger zou zijn dan het huidige systeem en welke waarborgen noodzakelijk zijn om te voorkomen dat ondernemingswinsten via giften voornamelijk worden aangewend voor fiscale optimalisatie?

Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie

De leden van de PRO-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de initiatiefnota van de leden Inge van Dijk, Grinwis en Struijs over een toekomstbestendig giftenstelsel. Deze leden danken de indieners voor hun werk. Zij hebben een aantal vragen en opmerkingen.

De leden van de PRO-fractie onderschrijven het belang dat de indieners hechten aan maatschappelijke initiatieven en betreuren de financiële problemen waar deze organisaties tegenaan lopen. Zij zijn blij om te lezen dat fiscale stimulering voor de initiatiefnemers geen doel op zich is, maar een middel voor maatschappelijke waardecreatie. Wel missen zij in de initiatiefnota de overweging of de giftenaftrek een geschikt middel is om deze maatschappelijke initiatieven te ondersteunen. Uit het evaluatieonderzoek van SEO, dat in de initiatiefnota wordt aangehaald, blijkt namelijk dat de giftenaftrek beperkt of niet doelmatig is. De belastingkorting is immers groter dan de toename aan giften door de giftenaftrek, de giftenaftrek is ingewikkeld in de uitvoering en het fiscale voordeel komt vooral terecht bij hoge inkomens. Deze leden vragen daarom of de indieners kunnen reflecteren op het evaluatierapport van SEO en in het bijzonder op de doelmatigheid van de giftenaftrek. Vinden de indieners het in het licht van de door SEO gesignaleerde ondoelmatigheid wenselijk om de giftenaftrek verder uit te breiden? Zien zij wellicht mogelijkheden om de doelmatigheid van de giftenaftrek te verbeteren?

De leden van de PRO-fractie zijn blij om te lezen dat de indieners initiatieven op het gebied van bijvoorbeeld zorg en armoedebestrijding willen ondersteunen. Zij willen hierbij echter opmerken dat zorg en armoedebestrijding kerntaken van de overheid zijn. Om continuïteit te waarborgen zouden deze kerntaken gefinancierd moeten worden via de belastingen, waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Het SEO-evaluatieonderzoek wijst uit dat aftrekbare giften zich grotendeels concentreren bij huishoudens met hoge inkomens en een groep grote bedrijven. Deze leden merken dan ook op dat het risico hiermee ontstaat dat een klein, vermogend deel van de samenleving bepaalt waar een aanzienlijk deel van het belastinggeld naartoe gaat. Deze leden vragen of de indieners dat wenselijk vinden en hoe dit volgens hen voorkomen kan worden. Ook vragen zij of de indieners het ermee eens zijn dat zorg en armoedebestrijding in de eerste plaats overheidstaken zijn en gefinancierd zouden moeten worden uit belastinggeld.

De leden van de PRO-fractie vragen de indieners of een verruiming van de geefmogelijkheden aan steunstichtingen SBBI bijdraagt aan het gestelde doel van maatschappelijke waardecreatie. Sinds 2021 zijn er slechts 11 steunstichtingen SBBI aangemeld en in heel 2025 maar twee. Daarom vragen deze leden of er wel een noodzaak is om deze regeling uit te breiden. Ook vragen de leden van de PRO-fractie de indieners of deze uitbreiding de uitvoerbaarheid van de giftenaftrek ten goede komt.

De leden van de PRO-fractie lezen dat de indieners de drempel voor reguliere aftrek willen bijstellen naar € 100. Zij begrijpen dat dit de voorwaarden voor aftrek zou kunnen versimpelen en dat dit voor veel mensen die kleine schenkingen doen gunstig is. Het evaluatieonderzoek van SEO toont echter dat bijna de helft van de respondenten hetzelfde geeft met of zonder giftenaftrek. Zij vragen daarom of dit voorstel zou bijdragen aan hogere giften of dat het slechts een fiscaal voordeel oplevert voor de mensen die toch al geven.

De leden van de PRO-fractie lezen over de vereenvoudiging van de giftenaftrek voor een vrijwilligersvergoeding. Deze leden erkennen het enorme belang van vrijwilligers voor de samenleving, maar vragen de indieners of er vanuit vrijwilligers de behoefte is aan deze verruiming. Dit voorstel lijkt moeilijk te handhaven en daarmee complex in de uitvoering voor de Belastingdienst. Hoe kijken de indieners naar de complexiteit in de handhaving en uitvoering?

De leden van de PRO-fractie lezen over het voorstel om geven via de werkgever gemakkelijker te maken. De initiatiefnota schrijft dat werkgevers hun werknemers «soms» een goed doel laten kiezen voor donatie. De leden van de PRO-fractie vragen de indieners hoe vaak dit voorkomt. De Commissie Beter Geven twijfelt bovendien aan de noodzaak van dit voorstel, aangezien het iedereen nu al vrijstaat om vanuit hun salaris schenkingen aan goede doelen te doen.1 Het rapport wijst daarnaast op de administratieve lastenverzwaring voor werkgevers. Hoe kijken de indieners naar deze lastenverzwaring in de uitvoering?

De leden van de PRO-fractie lezen het voorstel om een gerichte vrijstelling bij donaties van producten en diensten te onderzoeken. In het rapport Beter Geven III lezen zij dat een schenking niet onderhevig is aan btw-heffing. Zij vragen daarom of een gerichte vrijstelling wel nodig is en of dit niet voor onnodige complexiteit zorgt.

De introductie van een Algemeen Nut Toets 2.0 roept enkele vragen op bij de leden van de PRO-fractie. Zij vrezen dat afbakening van «algemene of sociale waarde» voor complexiteit zorgt voor de uitvoerende organisaties, zoals ook geschreven wordt in het rapport Beter Geven III. Deze leden vragen daarom aan de indieners of en hoe creatie van «algemene of sociale waarde» af te bakenen is. Ook willen zij graag weten hoeveel extra budgettaire derving een groei van het aantal kwalificerende instellingen met zich zou meebrengen. De leden van de PRO-fractie hebben dezelfde zorgen over de complexiteit in de uitvoering ook bij de invoering van een sociale multiplier. Zij vragen hoe de indieners de uitvoerbaarheid van een sociale multiplier beoordelen. Ook vinden deze leden dat de verantwoordelijkheid voor zaken als kansengelijkheid en ondersteuning van kwetsbare groepen bij de overheid ligt en dat het onwenselijk zou zijn als deze zaken door middel van giften moeten worden vormgegeven.

De leden van de PRO-fractie lezen het voorstel om de plafonds voor giftenaftrek voor ondernemingen te verhogen. Zij zijn benieuwd of dit volgens de indieners leidt tot hogere giften en hoeveel de verwachte budgettaire derving is. Zij willen graag weten hoe de indieners deze derving afwegen tegen de effecten van het voorstel. Daarnaast vragen zij hoe misbruik van deze regeling kan worden voorkomen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie

De leden van de SGP-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de voorliggende initiatiefnota. Deze leden danken de indieners voor het vele werk. Deze leden delen met de indieners de wens om het giftenstelsel toekomstbestendig te maken. De aanbevelingen die in de nota gedaan worden, kunnen daaraan bijdragen. Een stevig en ruimhartig giftenstelsel is cruciaal voor onze samenleving en voor het waardevolle werk van verenigingen, stichtingen, kerken, maatschappelijke initiatieven en van vele vrijwilligers. De leden van de SGP-fractie hebben op dit moment geen vragen.

Naar boven