Niet-dossierstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 2026D35260 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 2026D35260 |
De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei heeft op 3 juli 2026 een aantal vragen en opmerkingen aan de Minister van Klimaat en Groene Groei voorgelegd over de brief inzake vaststelling van het Circulair Materiaalplan (Kamerstuk 30 872, nr. 321).
De voorzitter van de commissie,
Zwinkels
De griffier van de commissie,
Nava
Inhoudsopgave
|
I |
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties |
|
II |
Antwoord/Reactie van de Minister |
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de brief over de vaststelling van het Circulair Materialenplan (CMP). Zij hebben hierbij nog enkele vragen.
De leden van de D66-fractie vragen of de Minister ook kan ingaan op de uitkomsten van de uitvoerbaarheidstoets van Rijkswaterstaat en de handhaafbaarheids-, uitvoerbaarheids- en fraudebestendigheidstoets (HUF-toets) van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), en welke aanpassingen van het CMP hieruit zijn voortgekomen.
De leden van de D66-fractie vragen de Minister nader toe te lichten hoe de drie ambities van het CMP, het verbreden van de informatievoorziening aan bedrijven, het sturen op hoogwaardige verwerking van afvalstromen, en het verstevigen van de juridische basis concreet vorm krijgen, en welke resultaten hierbij op korte termijn worden verwacht.
De leden van de D66-fractie vragen op welke wijze invulling wordt gegeven aan de toezegging dat het CMP «voortdurend in ontwikkeling» blijft, en welke criteria worden gehanteerd om te bepalen wanneer aanpassing van het CMP nodig is.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de onderhavige brief en hierover geen vragen. Zij hechten waarde aan het verantwoord gebruik van staalslakken om zo bij te dragen aan de circulaire economie en de Nederlandse productie van groen staal.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO- en de PvdD-fractie
De leden van de PRO- en de PvdD-fractie hebben nog enkele vragen over het definitieve CMP)dat op 30 december 2025 in werking is getreden.
Deze leden vinden het onoverzichtelijk dat er geen document is waarin alles van het circulair materialenplan bij elkaar is gebracht. De voorganger van het CMP (Lap 3) had wel een overzichtsdocument. Is het kabinet bereid om het circulaire materialenplan ook nog in documentvorm met de Kamer te delen en op die manier op de website te zetten? Is het kabinet bereid dit bestand op de website te vernieuwen wanneer er wijzigingen in het CMP worden aangebracht? En is het kabinet bereid de Kamer proactief te informeren bij inhoudelijke wijzigingen aan het CMP?
De leden van de PRO – en de PvdD-fractie willen vooropstellen dat zij het goed vinden dat het ministerie toewerkt naar een circulaire economie. Wel vinden deze leden het belangrijk om te benadrukken dat een circulaire economie ook een schone economie moet zijn, waarin gewerkt wordt met materialen die geen schade berokkenen aan mensen, dieren en milieu. Deze leden stellen daarom dat er regels moeten zijn die een schone economie ondersteunen, en voorkomen dat hergebruik van materialen leidt tot allerlei problemen voor gezondheid en milieu. Als het circulair materialenplan vooral bedoeld is om te legitimeren dat meer afvalstoffen of afvalstoffen die nu nog als «restmateriaal» geclassificeerd zijn verspreid worden door Nederland, dan is het circulair materialenplan een achteruitgang ten opzichte van het Lap3.
De leden van de PRO – en de PvdD-fractie wijzen erop dat het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) in december 2025 een brief heeft gestuurd naar lokale overheden met de oproep om geen algemene regels over staalslakken en AVI-bodemassen in te voeren. Na grote ophef onder gemeenten en in de media, gaf de Staatssecretaris van IenW in een brief aan de Kamer van 13 maart 2026 aan dat er sprake is van een misverstand: «Het CMP doet op geen enkele wijze afbreuk aan de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het bevoegd gezag.» Maar ook zou het CMP oproepen om: «geen generieke lokale beperkingen in te stellen». De verwarring bleef. In de Kamerbrief van 23 april komt de Staatssecretaris ook hierop terug: «Deze oproep betekent echter niet dat een generieke beperking niet mogelijk is. Een bevoegd gezag mag hiertoe besluiten.» Gelet op deze gang van zaken, zou het CMP aangepast moeten worden, zodat alle mogelijke twijfel over de bevoegdheden van lokale overheden wordt uitgesloten. Het CMP is echter niet aangepast en zorgt juist voor nog meer verwarring. Waarom is het CMP nog niet aangepast en is het kabinet bereid om dit alsnog te doen?
De leden van de PRO – en de PvdD-fractie merken op dat in het afvalplan «Procesafhankelijk industrieel afval»1 staat dat staalslakken zeer zorgwekkende stoffen bevatten. Verder regelt het CMP, als nieuw onderwerp, het gebruik van afvalstoffen in immobilisaten, als vulstof of als toeslagmateriaal in vormgegeven bouwstoffen2. Over het veilig gebruiken van niet-vormgegeven staalslakken zegt het CMP echter niets, terwijl dit wel een groot deel van de staalslakken betreft. Waarom is ervoor gekozen om in CMP niks op te nemen over niet-vormgegeven staalslakken?
De leden van de PRO – en de PvdD-fractie zien drie grote problemen met het CMP op het onderwerp staalslakken. Deelt het kabinet de mening dat het ontbreken van regels voor het veilig hergebruiken van niet-vormgegeven staalslakken in het CMP een omissie is, gezien het feit dat deze staalslakken volgens het afvalplan «Procesafhankelijk industrieel afval» zeer zorgwekkende stoffen kunnen bevatten en dit een aanzienlijk deel van de vrijkomende staalslakken betreft? Zo ja, is het kabinet bereid dit alsnog in het CMP te regelen? Zo nee, waarom niet?
De leden van de PRO – en de PvdD-fractie merken op dat in het hoofdstuk over vormgegeven bouwstoffen wordt geen melding gemaakt van de mogelijke aanwezigheid van zeer zorgwekkende stoffen. Die waarschuwing zou moeten worden toegevoegd, net als een waarschuwing voor de grote milieuproblemen die staalslakken kunnen veroorzaken als ze in contact komen met water of bodem. Zo heeft de ILT bij negen van tien onderzochte locaties milieuschade geconstateerd, ondanks naleving van de regelgeving3. Waarom is deze waarschuwing tot op heden nog niet opgenomen? Is de Minister bereid om in het hoofdstuk over vormgegeven bouwstoffen alsnog een waarschuwing op te nemen voor de mogelijke aanwezigheid van zeer zorgwekkende stoffen in staalslakken, evenals een waarschuwing voor de milieuschade die kan ontstaan wanneer staalslakken in contact komen met water of bodem? Zo nee, waarom niet?
Deze leden merken op dat het CMP het tegenovergestelde doet. Het waarschuwt lokale overheden niet en bevat geen extra veiligheidseisen, maar stelt juist dat het niet de bedoeling is dat lokale overheden zelf lokale beperkingen opleggen: «Heeft uw gemeente of wil uw gemeente regels voor secundaire bouwstoffen? Bijvoorbeeld voor staalslakken, AVI-bodemas, thermisch gereinigde grond of immobilisaten? Dan moet u zorgen dat de regels binnen een jaar na inwerkingtreding van het CMP in overeenstemming zijn met de wetgeving en het CMP. Zie hiervoor het onderwerp Immobilisaat, vulstof en toeslagmateriaal. Het gaat om materiaal dat voldoet aan de kwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen uit de Regeling bodemkwaliteit 2022. Neemt de gemeente wel beperkingen op, dan is sprake van afwijken van het CMP.4»
Bovenstaande passage zou volgens de leden van de PRO – en de PvdD-fractie uit het CMP moeten worden verwijderd. Is het kabinet daartoe bereid? Zo nee, waarom niet? Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) waarschuwt namelijk juist dat de kwaliteitseisen uit het Rbk 2022 voor bouwstoffen: «nu niet genoeg rekening houden met de bijzondere eigenschappen die sommige soorten bouwstoffen kunnen hebben. Ze worden nu te algemeen beoordeeld.»5 De stelling dat de huidige kwaliteitseisen in het Rbk 2022 volstaan, is nog opvallender omdat in de Staalslakken-circulaire van I&W zelf staat dat de wettelijke uitloognormen: «op zichzelf onvoldoende bescherming bieden tegen de thans bekende effecten».6
De leden van de PRO – en de PvdD-fractie stellen dat het CMP, net als bij AVI-bodemassen, wasverplichtingen zou moeten bevatten voor staalslakken. Dit wordt ook overwogen, maar: «Voor die afvalstoffen wordt eerst nog beter in kaart gebracht in welke mate sprake is van reinigbaarheid en tot hoeveel te storten niet reinigbare partijen en reinigingsresiduen dit kan leiden.» Deze passage roept de vraag op welke belangen hier meespelen. Wordt hiermee bedoeld dat als uit dit onderzoek blijkt dat er door strengere regels te veel staalslakken blijven liggen, er geen strengere voorschriften in het CMP komen? Op welke manier wordt dit in kaart gebracht, en op basis van welke data en criteria wordt een afweging gemaakt?
De leden van de PRO – en de PvdD-fractie stellen kortom dat het CMP lokale overheden verkeerd inlicht over de risico’s van staalslakken en hun rechtspositie en mogelijkheden om lokale verboden in te voeren. Na alle commotie hierover vinden de leden dit onbegrijpelijk, en dient het CMP zo snel mogelijk te worden aangepast. Kan het kabinet per punt aangeven of het tot deze aanpassingen bereid is, waarom wel of niet, en op welke termijn?
De leden van de PRO – en de PvdD-fractie hebben ook nog wat vragen over de reactie van de Commissie mer op het CMP. Deze leden wachten sinds december 2025 op een reactie van het kabinet op het rapport van de Commissie mer. Wanneer kan deze brief verwacht worden? De Commissie mer is erg kritisch. De Commissie mer constateert onder andere dat de reikwijdte van het milieueffectrapport aanzienlijk beperkter is dan de reikwijdte van het CMP zelf: waar het milieueffectrapport zich richt op zes beleidsonderwerpen, omvat het CMP 54 afvalplannen en 6 ketenplannen. Hierdoor blijft volgens de Commissie mer de onderlinge samenhang en cumulatie van milieueffecten van het gehele plan onderbelicht en is het onduidelijk of de eigen gestelde doelen van het kabinet gehaald gaan worden. De leden van de PRO – en de PvdD-fractie vragen het kabinet of het deze conclusie van de Commissie mer deelt, en zo ja, welke gevolgen dit heeft voor de besluitvorming over het CMP? De Commissie mer merkt daarnaast op dat het milieueffectrapport vooral het afvalstadium belicht, terwijl grondstoffen en de rest van de keten nauwelijks aan bod komen. De leden vragen het kabinet hoe dit zich verhoudt tot de ambitie van het CMP om de gehele materiaalketen circulair te maken.
De leden van de PRO – en de PvdD-fractie merken op dat de Commissie mer er ook op wijst dat een kwantitatieve referentiesituatie ontbreekt, evenals uitgewerkte scenario’s voor 2030 en 2050. Deze leden constateren ook dat de Commissie mer diverse feitelijke onjuistheden en verouderde informatie in het milieueffectrapport heeft aangetroffen, onder meer met betrekking tot hout, plastic verpakkingen en beton. Zij vragen het kabinet hoe deze onjuistheden hebben kunnen ontstaan en welke gevolgen dit heeft gehad voor de onderliggende beleidskeuzes in het CMP?
Een ander punt van zorg voor deze leden betreft de constatering van de Commissie mer dat gezondheidsrisico’s van zorgstoffen, waaronder PFAS en microplastics, onvoldoende concreet en kwantitatief zijn uitgewerkt in het milieueffectrapport. Zij vragen het kabinet in hoeverre gezondheid als zwaarwegend argument is meegewogen bij de totstandkoming van het CMP, en of het kabinet bereid is een concrete, kwantitatieve uitwerking van deze gezondheidsrisico’s alsnog te laten opstellen. De leden lezen ook dat de Commissie mer een uitgewerkt monitorings- en evaluatieprogramma mist, waarmee kan worden getoetst of de doelen van het CMP daadwerkelijk worden gehaald. Wat gaat het kabinet hieraan doen? De leden van de PRO – en de PvdD-fractie vragen zich dan ook af hoe het CMP concreet bijdraagt aan het behalen van de doelstelling van 50% minder gebruik van primaire grondstoffen in 2030, gelet op de conclusie van het PBL dat Nederland op dit moment niet op koers ligt om deze doelstelling te halen. Is het kabinet bereid om op alle kritiekpunten uit het milieueffectrapport aan te vullen in het CMP? Zo nee, waarom niet?
ILT, «Toepassing LD-staalslakken op land te risicovol voor milieu», Signaalrapportage 17-04-2025.
ILT, «Toepassing LD-staalslakken op land te risicovol voor milieu», Signaalrapportage 17-04-2025.
E. Brand e.a., Evaluatie normeringskader (her)gebruik secundaire bouwstoffen, RIVM-rapport 2024-0074
Circulaire Toepassing van staalslak en hoogovenslak(zand) als bouwstof in een werk, geldend van 08-05-2024.
ILT, «Toepassing LD-staalslakken op land te risicovol voor milieu», Signaalrapportage 17-04-2025.
ILT, «Toepassing LD-staalslakken op land te risicovol voor milieu», Signaalrapportage 17-04-2025.
E. Brand e.a., Evaluatie normeringskader (her)gebruik secundaire bouwstoffen, RIVM-rapport 2024-0074
Circulaire Toepassing van staalslak en hoogovenslak(zand) als bouwstof in een werk, geldend van 08-05-2024.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/nds-tk-2026D35260.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.