2026D34328 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond bij enkele fracties behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de kabinetsreactie op de mededeling van de Europese Commissie (EC) inzake abortuszorg1.

De voorzitter van de commissie,

Mohandis

Adjunct-griffier van de commissie,

Heller

Inhoudsopgave

I.

Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower

II.

Reactie van de Minister

I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de kabinetsreactie op de mededeling van de Europese Commissie inzake abortuszorg. Deze leden onderschrijven het belang van goede, veilige en toegankelijke abortuszorg en waarderen dat het kabinet dit uitgangspunt deelt. Zij maken zich echter zorgen over de afnemende toegang tot abortuszorg in delen van Europa hebben hierover de volgende vragen en opmerkingen.

De leden van de D66-fractie vragen de Minister of de Nederlandse regering zich, in Europees verband, actief inzet voor de totstandkoming van een vrijwillig, EU-gefinancierd solidariteitsmechanisme zoals door de initiatiefnemers van «My Voice, My Choice» bepleit. Heeft de Minister hierover standpunten ingebracht in de Raad, of is het voornemens dit te doen? Zo nee, is de Minister bereid dit alsnog te overwegen, gegeven de eigen ervaring met toegankelijke abortuszorg in Nederland en de voorbeeldfunctie die Nederland hierin zou kunnen vervullen?

De Minister stelt dat de Europese Commissie formeel goedkeuring heeft gegeven aan het Nederlandse Europees Sociaal Fonds (ESF+)-programma en dat lidstaten zelf bepalen waar het geld aan wordt uitgegeven, mits dit binnen de met de EC afgesproken kaders valt. De leden van de D66-fractie vragen de Minister nader toe te lichten hoe rigide deze kaders in de praktijk zijn. Zou het leveren van abortuszorg binnen deze kaders kunnen vallen?

De Minister geeft aan dat de huidige ESF+-middelen reeds volledig zijn gealloceerd voor de resterende looptijd tot 2027. De leden van de D66-fractie vragen of zij voornemens is om bij de programmering van het ESF+ (of een eventueel opvolgend fonds) voor de periode na 2027 wél ruimte te maken voor de ondersteuning van toegankelijke en veilige abortuszorg voor vrouwen uit andere lidstaten.

De leden van de D66-fractie onderschrijven dat abortuszorg in Nederland gratis en toegankelijk is voor iedereen die hier woont of werkt. Zij wijzen er echter op dat dit voor vrouwen die niet aan deze voorwaarde voldoen, zoals buitenlandse vrouwen en ongedocumenteerden, in de praktijk een aanzienlijke drempel kan vormen. De Minister verwijst in dit verband naar de rol van maatschappelijke organisaties zoals Dokters van de Wereld en naar de financiële buffers van abortusklinieken. De leden van de D66-fractie vragen of de Minister zicht heeft op de mate waarin deze informele vangnetten daadwerkelijk toereikend zijn, en of er risico bestaat dat vrouwen alsnog tussen wal en schip vallen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister over de zorg rond zwangerschap en geboorte. Toegang tot een veilige abortus is wat deze leden betreft een fundamentele uiting van het zelfbeschikkingsrecht van een vrouw. Deze leden hebben nog enkele vragen.

De leden van de VVD-fractie delen de zorg dat vrouwenrechten en toegang tot veilige abortus binnen Europa steeds verder onder drukt komt te staan. Tegelijkertijd begrijpen zij dat de Nederlandse regering ervoor kiest om geen gebruik te maken van ESF+-middelen om abortuszorg in Nederland te financieren. Kan de Minister aangeven of zij andere stappen nodig acht om toegang tot veilige abortus in Nederland te garanderen?

In de brief geeft de Minister aan dat er jaarlijks 3.000 vrouwen naar Nederland komen voor abortuszorg. Kan de Minister aangeven of dit onderdeel is van een bredere trend, waarin vrouwen binnen Europa uitwijken naar een andere lidstaat, waar abortuszorg wel beschikbaar is?

Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie

De leden van de PRO-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de kabinetsreactie op de mededeling van de Europese Commissie inzake abortuszorg. Zij zouden allereerst hun waardering willen uitspreken voor het burgerinitiatief «My Voice, My Choice» en onderschrijven het belang van toegang tot abortuszorg.

De leden van de PRO-fractie herkennen net als het kabinet dat vrouwenrechten en de toegang tot veilige abortuszorg in verschillende Europese landen onder druk staan momenteel. Juist om deze reden zouden zij willen benadrukken dat Nederland een actieve rol zou moeten spelen bij het beschermen van deze rechten.

De leden van de PRO-fractie lezen dat de huidige ESF+-middelen al toegekend zijn. Zou nader toegelicht kunnen worden, stapsgewijs, hoe er vanuit de Minister aanspraak gemaakt zou kunnen worden op deze middelen, al dan niet voor abortuszorg, en hoe deze procedure eruitziet? Zou tevens nader toegelicht kunnen worden op welke wijze de huidige ESF+-middelen in Nederland verdeeld zijn? Is de Minister bereid om bij de volgende programmaperiode in 2027 eventueel een deel van de ESF+-middelen in te zetten voor de toegang tot abortuszorg?

De leden van de PRO-fractie lezen dat de Minister benadrukt dat buitenlandse vrouwen (zoals studenten of arbeidsmigranten) ook zonder overheidsfinanciering in de praktijk geholpen kunnen worden dankzij de inzet van maatschappelijke organisaties en abortusklinieken. Zij hebben veel waardering voor het werk wat deze organisaties en klinieken doen en hun bereidheid om vrouwen in kwetsbare situaties te helpen. Tegelijkertijd zouden zij willen vragen in hoeverre de Minister het wenselijk acht dat de toegang tot een medisch noodzakelijke en legale behandeling voor een groep vrouwen afhankelijk is van de financiële ruimte van individuele klinieken of van de inzet en fondsenwerving van maatschappelijke organisaties. Is de Minister het met ons eens dat juist het feit dat deze inzet nodig is erop wijst dat er gaten bestaan in de huidige systematiek? Op basis waarvan concludeert de Minister dat deze huidige opzet voldoende is? Wordt bijgehouden hoeveel vrouwen zich melden voor financiële ondersteuning, hoeveel aanvragen worden afgewezen of hoeveel vrouwen uiteindelijk afzien van een behandeling vanwege de kosten? Zo nee, hoe kan dan vastgesteld worden dat alle vrouwen die hulp nodig hebben, daadwerkelijk worden bereikt? Hoe wordt gereflecteerd op de houdbaarheid voor klinieken om de zorg te bekostigen uit reserves? Zijn er signalen dat deze opzet onder druk zou kunnen komen te staan?

Ten slotte vragen de leden van de PRO-fractie hoe de Minister haar uitgesproken steun voor goede en toegankelijke abortuszorg rijmt met de keuze om geen enkele publieke financiering beschikbaar te stellen voor vrouwen die vanwege beperkende wetgeving in hun eigen land naar Nederland moeten uitwijken. Is de Minister van mening dat toegang tot abortus een fundamenteel gezondheidsrecht is? Zo ja, waarom acht de Minister het dan acceptabel dat juist de meest kwetsbare groep vrouwen afhankelijk blijft van particuliere solidariteit?

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de kabinetsreactie op de mededeling van de Europese Commissie over het burgerinitiatief «My Voice, My Choice». Zij hebben hier verder geen vragen over en bedanken voor de mogelijkheid om deze te stellen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie

De leden van de BBB-fractie hebben de kabinetsreactie op de mededeling van de Europese Commissie inzake abortuszorg met interesse gelezen en hebben hierover vooralsnog geen vragen of opmerkingen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie

De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van de kabinetsreactie op de mededeling van de Europese Commissie over het gebruik van ESF+ voor de financiering van abortussen. Zij hebben hierover een aantal vragen en opmerkingen.

In antwoord op Kamervragen heeft de Minister eerder aangegeven dat het kabinet van mening is dat het burgerinitiatief en de mededeling van de Europese Commissie niet in strijd zijn met de bevoegdheidsverdeling. Kan de Minister verduidelijken of dit de eigenstandige zienswijze van het kabinet is, of dat Nederland hierin gewoon de uitleg van de Commissie volgt? Verder vragen de leden van de SGP-fractie om te verduidelijken hoe het kan dat het burgerinitiatief zou voldoen aan de bevoegdheidsverdeling in het Werkingsverdrag van de Europese Unie (artikel 168), maar de Commissie in haar reactie aangeeft gebonden te zijn aan precies diezelfde bevoegdheidsverdeling en dus niet kan overgaan tot Europese regelgeving en financiering van abortus.

In de kabinetsreactie heeft de Minister het overigens over «afspraken» over nationale bevoegdheden. De leden van de SGP-fractie hechten eraan te benadrukken dat het hier gaat om verdragsrechtelijk vastgelegde bevoegdheidsverdeling.

Het valt de leden van de SGP-fractie op dat het kabinet kiest voor een pragmatische reactie. De ESF+-middelen in Nederland zijn tot 2027 reeds toegekend aan sociale en arbeidsmarktgerelateerde doelen. Het is niet meer mogelijk om dit te wijzigen. Nederland zal daarom ESF+ niet gaan benutten voor het financieren van abortus.

De mededeling van de Europese Commissie geeft het volgende aan: «To introduce this type of action, a Member State may need to amend the relevant ESF+ programme so that access to abortion healthcare can be provided in line with their national laws.» Kan de Minister aangeven of het überhaupt mogelijk is om het ESF+ programma aan te passen, zoals de Commissie suggereert? De leden van de SGP-fractie vragen of er andere EU-lidstaten zijn die het ESF+ wél gaan gebruiken voor de financiering van abortus.

In de kabinetsreactie gaat de Minister helemaal niet in op de overwegingen van de Europese Commissie. Zo blijft zij weg van de vraag of het kabinet het principieel eens of oneens is met de Europese Commissie dat het ESF+ ingezet mag worden voor het financieren van abortussen. De leden van de SGP-fractie vragen de Minister om het kabinetsstandpunt hierover alsnog duidelijk te maken. Hoe verhoudt de mededeling van de Europese Commissie zich in de ogen van de Minister met de kaders van het ESF+, een fonds dat bedoeld is om economische en sociale cohesie te stimuleren? Hoe kijkt zij naar de uitleg van de Commissie ten aanzien van de internationale en Europese verdragen en uitspraken?

De leden van de SGP-fractie lezen in de mededeling van de Europese Commissie dat het ESF+ gebruikt kan worden voor het vergroten van de toegang tot «person-centred care including healthcare; modernising social protection systems, including promoting access to social protection, with a particular focus on children and disadvantaged groups (...)». Betekent dit dat het ESF+ ook gebruikt kan worden voor sociale hulp en ondersteuning aan onbedoeld zwangere vrouwen en hun kindje (zowel voor als na de geboorte)?

Kan de Minister ook reflecteren op het feit dat de Europese Commissie een direct financieel mechanisme om abortus te financieren ondermijnend vindt voor de democratisch tot stand gekomen wetgeving in lidstaten, maar intussen wél toestaat dat EU-gelden kunnen worden gebruikt voor het financieren van abortussen? Wat is volgens de Minister het verschil?

Heeft het Nederlandse kabinet haar standpunt ten aanzien van het gebruik van ESF+ ook kenbaar gemaakt bij de Europese Commissie? Zo ja, zou de Minister de communicatie hierover met de commissie met de Kamer kunnen delen?

De leden van de SGP-fractie vragen of er andere EU-lidstaten zijn die het oneens zijn met deze mededeling van de Europese Commissie. Welke lidstaten zijn dit?

Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractie

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van de reactie van het kabinet op de mededeling van de Europese Commissie inzake het burgerinitiatief «My Voice, My Choice». Deze leden zijn van mening dat ieder mens, van het prille begin tot het einde, een elementaire beschermwaardigheid heeft. Met medisch-ethische kwesties moet bijzonder voorzichtig en zorgvuldig omgegaan worden. Deze leden maken daarom van de gelegenheid gebruik om vragen te stellen.

Dit burgerinitiatief roept de Europese Commissie op om maatregelen te nemen ter verbetering van de toegang tot veilige en legale abortuszorg binnen de EU. De leden van de ChristenUnie-fractie lezen de redenering dat de EU hier een ondersteunende, coördinerende en aanvullende rol aanneemt waardoor de EC niet buiten de kaders van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) komt. Deze leden zijn van mening dat abortuszorg een nationale aangelegenheid is. Dit erkent de Minister ook in beantwoording op schriftelijke vragen. De leden van de ChristenUnie-fractie kunnen dit standpunt moeilijk rijmen met de mededeling van de EC dat Europese middelen uit het ESF+ fonds ingezet kunnen worden voor het financieren van abortus. Besteding van Europese middelen is niet «neutraal»: de EC verschuift met financiering via het ESF+ fonds in de ogen van de leden van de ChristenUnie-fractie het standpunt dat medisch-ethische zaken een nationale aangelegenheid is naar meer Europese betrokkenheid op dit thema. Hoe ziet de Minister dit? Erkent zij ook de tegenstrijdigheid tussen het zijn van een nationale aangelegenheid enerzijds en het financieren van abortus via Europese middelen anderzijds?

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen in de reactie van het kabinet dat er jaarlijks ongeveer 3.000 buitenlandse vrouwen naar Nederland komen voor een abortus. Voor deze vrouwen zijn er mogelijkheden om financiële steun te ontvangen vanuit maatschappelijke organisaties of de financiële buffers van abortusklinieken, die zij kunnen opbouwen vanuit de gesubsidieerde abortuszorg. Is er informatie bekend uit welke landen deze vrouwen afkomstig zijn en in hoeverre dit relatie houdt met de mogelijkheden tot abortus in eigen land? Wat zijn de reguliere kosten voor deze vrouwen? Is er informatie bekend hoeveel van de 3.000 vrouwen de abortus zelf financieren en hoeveel behandelingen gefinancierd worden via een lager tarief of hulp van een maatschappelijke organisatie?

Het kabinet stelt zich op het standpunt dat medisch-ethische kwesties een nationale aangelegenheid zijn. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Minister op grond waarvan het kabinet meent dat de EU het recht heeft om een andere visie op abortus, bijvoorbeeld zoals die tot uitdrukking komt in stringentere wetgeving in andere lidstaten, te ondergraven door Europese financiering mogelijk te maken.

De leden van de ChristenUnie-fractie vinden het belangrijk dat er geld wordt uitgetrokken voor het voorkomen en verminderen van het aantal abortussen. Deze leden vragen de Minister of de Europese Commissie ook toestaat dat geld uit het ESF+ fonds ook gebruikt kan worden voor dit doel. Zo nee, waarom niet?

Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de kabinetsreactie op de mededeling van de Europese Commissie inzake abortuszorg. Zij hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen over.

De leden van de SP-fractie constateren dat de Minister opnieuw verwijst naar maatschappelijke organisaties als het gaat om het toegankelijk maken van abortuszorg voor vrouwen in kwetsbare posities. Waarom ziet de Minister hier geen rol voor haar eigen ministerie? Waarom wordt abortuszorg bijvoorbeeld buiten de CAK-regelingen gehouden? Waarom kiest de Minister ervoor om specifiek abortuszorg niet toegankelijk te maken voor vrouwen die afhankelijk zijn van die regelingen?

Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower

De leden van de fractie van Groep Markuszower hebben met interesse kennisgenomen van de voorliggende stukken en wachten de beantwoording van de Minister met belangstelling af.

II. Reactie van de Minister


X Noot
1

Kamerstuk 32 279, nr. 292


X Noot
1

Kamerstuk 32 279, nr. 292

Naar boven