Vragen van het lid Van Asten (D66) aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke
Ordening over bouwprojecten die door de schorsing van kwaliteitsborgers dreigen stil
te vallen (ingezonden 2 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Tot dertienhonderd bouwprojecten dreigen stil te vallen
door schorsing controleur»?1
Vraag 2
Wat is uw reactie op dit bericht?
Vraag 3
Klopt het dat tot ongeveer 1.300 lopende bouwprojecten geraakt worden door de recente
schorsing van één of meer kwaliteitsborgers? Kunt u aangeven hoeveel projecten daadwerkelijk
zijn stilgelegd of op korte termijn dreigen te worden stilgelegd?
Vraag 4
Wanneer zijn uw ministerie en de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw op de
hoogte geraakt van de problemen bij de betrokken kwaliteitsborgers? Welke maatregelen
zijn sinds dat moment genomen om de gevolgen voor lopende bouwprojecten te beperken?
Vraag 5
Deelt u de opvatting dat het stilleggen van mogelijk honderden bouwprojecten grote
gevolgen kan hebben voor woningzoekenden, bouwbedrijven en opdrachtgevers, en dat
bij de huidige woningnood iedere vermijdbare bouwstop moet worden voorkomen?
Vraag 6
Klopt het bericht dat gemeenten zich genoodzaakt kunnen zien de bouw stil te leggen
totdat de schorsing wordt opgeheven of een andere kwaliteitsborger via een nieuwe
bouwmelding is aangesteld? Op welke wettelijke bepalingen en regels is dit precies
gebaseerd?
Vraag 7
Klopt tevens het bericht dat de Toelatingsorganisatie stelt dat bij een schorsing
geen nieuwe projecten mogen worden aangenomen, maar dat lopende projecten in de regel
mogen worden afgemaakt?
Vraag 8
Kunt u op korte termijn samen met de Toelatingsorganisatie, de VNG, de instrumentaanbieders
en de bouwsector tot één landelijke handelwijze komen, zodat gemeenten en bouwers
niet ieder afzonderlijk hoeven uit te zoeken of en onder welke voorwaarden kan worden
doorgebouwd?
Vraag 9
Welke mogelijkheden bestaan er om lopende projecten waarbij geen concrete twijfel
bestaat over de uitgevoerde controles, tijdelijk en onder aanvullende voorwaarden
te laten doorgaan?
Vraag 10
Kan voor getroffen projecten een versnelde overdracht naar een andere erkende kwaliteitsborger
worden georganiseerd, waarbij eerder uitgevoerde en deugdelijk gedocumenteerde controles
zoveel mogelijk worden overgenomen?
Vraag 11
Is er bij de overige kwaliteitsborgers voldoende capaciteit om de getroffen projecten
snel over te nemen? Zo nee, welke maatregelen neemt u om deze capaciteit tijdelijk
te vergroten en welke maximale overdrachtstermijn acht u aanvaardbaar?
Vraag 12
Bent u bereid een landelijk coördinatiepunt in te richten waar in de toekomst opdrachtgevers,
aannemers en gemeenten getroffen projecten kunnen aanmelden en ondersteuning krijgen
bij het vinden van een vervangende kwaliteitsborger?
Vraag 13
Wie draagt de kosten van stillegging, vertraging, aanvullende controles en het inschakelen
van een nieuwe kwaliteitsborger? Acht u het aanvaardbaar dat de schorsing van één
grotere kwaliteitsborger zoveel bouwprojecten tegelijk kan raken? Wat zegt dit volgens
u over de concentratie, capaciteit en kwetsbaarheid van het stelsel?
Vraag 14
Was bij de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen voorzien in een
continuïteitsregeling voor het faillissement, wegvallen of de schorsing van een grote
kwaliteitsborger? Zo nee, bent u bereid zo’n regeling alsnog op te stellen?
Vraag 15
Kunt u deze vragen gezien de dreigende bouwstops en de gevolgen voor toekomstige bewoners,
bouwers en opdrachtgevers en met spoed beantwoorden?