Vragen van de leden Buhler en Lohman (beiden CDA) aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat en van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over de toenemende kwetsbaarheid van de Nederlandse chemische industrie door goedkope Chinese importen (ingezonden 25 augustus 2026).

Vraag 1

Bent u bekend met het artikel «Rabo: goedkope Chinese chemie maakt Nederlandse economie kwetsbaarder»1 waaruit blijkt dat Nederland relatief veel geïmporteerde Chinese chemie verwerkt in de eigen productie en dat een eventuele verdere prijsdaling van Chinese chemische producten de Nederlandse chemische sector opnieuw fors kan raken?

Vraag 2

Deelt u de zorg dat een toenemende afhankelijkheid van Chinese chemische halffabrikaten en eindproducten de Nederlandse economie kwetsbaarder maakt voor geopolitieke druk, exportrestricties en handelsspanningen?

Vraag 3

Heeft u in beeld voor welke chemische grondstoffen, halffabrikaten en eindproducten Nederland en Europa in toenemende mate afhankelijk zijn van China en bij welke daarvan het verdwijnen van Europese productiecapaciteit een risico vormt voor onze economische veiligheid? Zo nee, bent u bereid dit in kaart te brengen?

Vraag 4

Hoe beoordeelt u de conclusie dat goedkope Chinese importen op korte termijn voor sommige sectoren voordelen kunnen opleveren, maar op langere termijn kunnen leiden tot verlies van strategische industriële capaciteit in Nederland en Europa?

Vraag 5

Op welke wijze betrekt u deze ontwikkeling bij de uitvoering van het rapport-Wennink en welke concrete stappen zijn sinds het verschijnen daarvan gezet om de Nederlandse chemische industrie en andere energie-intensieve sectoren structureel te versterken?

Vraag 6

Erkent u dat er inmiddels stappen zijn gezet op het gebied van compensatie voor hoge energiekosten, maar dat dit alleen onvoldoende is om structurele achterstand ten opzichte van concurrenten buiten Europa weg te nemen?

Vraag 7

Welke aanvullende maatregelen neemt u om te voorkomen dat energie-intensieve industrie in Nederland verder krimpt of verdwijnt voordat Europese instrumenten daadwerkelijk effect sorteren?

Vraag 8

Deelt u de opvatting dat Nederland zich bij de onderhandelingen over de EU-verordening Industrial Accelerator Act (IAA) actief moet inzetten voor concrete vraagcreatie naar Europese en koolstofarme industriële producten? Welke inzet pleegt Nederland hiervoor in Brussel?

Vraag 9

Welke mogelijkheden ziet u om publieke inkoop door Rijk, decentrale overheden en publieke instellingen nadrukkelijker in te zetten voor Europese, koolstofarme en strategisch belangrijke producten, binnen de kaders van het Europese aanbestedingsrecht?

Vraag 10

Deelt u de opvatting dat vraagcreatie en inkoop door overheidsorganen cruciaal zijn om de Europese industrie weer perspectief te geven, met name in strategische sectoren zoals chemie, staal, aluminium, cement, batterijen, net-zero technologieën en andere energie-intensieve industrie?

Vraag 11

Bent u bereid om in Europees verband te pleiten voor duidelijke, uitvoerbare en ambitieuze criteria voor «Made in EU» en koolstofarme producten bij publieke aanbestedingen en publieke steunregelingen?

Vraag 12

Wanneer komt u, via de Critical Chemicals Alliance (CCA), met een concreet actieplan voor vraagcreatie via publieke inkoop, inclusief tijdpad, verantwoordelijke departementen en betrokken publieke opdrachtgevers?

Vraag 13

Hoe voorkomt u dat overheidsinkoop primair blijft sturen op prijs als doorslaggevend criterium, terwijl daarmee onbedoeld de strategische afhankelijkheid van niet-Europese leveranciers wordt vergroot?

Vraag 14

Welke concrete stappen heeft u sinds de aanneming van de motie-Bühler c.s.2 gezet om binnen de EU te komen tot een snellere inzet van handelsbeschermende instrumenten tegen staatsgesteunde overcapaciteit en oneerlijke concurrentie, waaronder in de chemische sector?

Vraag 15

Bent u bereid om in EU-verband actiever te pleiten voor inzet van handelsinstrumenten, wederkerigheid in aanbestedingen en strengere voorwaarden voor markttoegang wanneer sprake is van staatssteun, dumping of strategische afhankelijkheidsrisico’s?

Vraag 16

Bent u bereid deze vragen tijdig te beantwoorden, voorafgaand aan het commissiedebat (formele) Raad voor Concurrentievermogen (interne markt en industrie, onderzoek) van 22 september 2026, zodat de Kamer de antwoorden kan betrekken bij het commissiedebat over de Nederlandse inzet voor de Raad van Concurrentievermogen van 24 en 25 september 2026?


X Noot
1

FD, 20 augustus 2026, «Rabo: goedkope Chinese chemie maakt Nederlandse economie kwetsbaarder» Rabo: goedkope Chinese chemie maakt Nederlandse economie kwetsbaarder

X Noot
2

Kamerstuk 32 852, nr. 411

Naar boven