Vragen van het lid Kostić (PvdD) aan de Ministers van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid
en Natuur en van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de Staatssecretaris van
Infrastructuur en Waterstaat over het groen in de Vlietzone (ingezonden 9 juli 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de Haagse gemeentelijke plannen om afvalbedrijven en daarnaast nog
verdere uitbreiding van een bedrijventerrein te realiseren in de nu nog groene Vlietzone?
Vraag 2
Bent u bekend met de petitie1 tegen deze plannen die inmiddels door duizenden mensen is ondertekend?
Vraag 3
Hoe betrekt u deze maatschappelijke zorgen bij uw beoordeling van de plannen?
Vraag 4
Past het verdwijnen van een omvangrijk groen gebied in stedelijk gebied volgens u
binnen het Rijksbeleid voor water en bodem als sturend principe en in de doelstellingen
voor klimaatadaptatie en gezonde leefomgeving? Zo ja, hoe precies?
Vraag 5
Hoe verhouden deze plannen zich volgens u tot de nationale ambitie om biodiversiteitsverlies
te stoppen en de kwaliteit van stedelijke natuur te verbeteren?
Vraag 6
Hoe verhouden deze plannen zich volgens u tot het natuurplan en het willen voldoen
aan de natuurherstelverordening?
Vraag 7
Hoe zijn deze plannen te verantwoorden, terwijl we volgens het Intergovernmental Panel
on Climate Change (IPCC) en het Intergovernmental Science-Policy Platform on Biodiversity
and Ecosystem Services (IPBES) te maken hebben met wat zij noemen zowel een klimaatcrisis
als een biodiversiteitscrisis, die elkaar versterken? Kunt u dit wetenschappelijk
onderbouwen?
Vraag 8
Kunt u uitleggen waarom het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(BZK) en Infrastructuur en Waterstaat (I&W) op 19 juni een intentieovereenkomst hebben
getekend met de gemeente Den Haag, waarin wordt uitgegaan van de verplaatsing van
afvalbedrijven van de Binckhorst naar de Vlietzone, terwijl nog veel onduidelijk is
over deze plannen?
Vraag 9
Op basis van welke onderbouwing kan dit bij een «doorbraakaanpak» passen, zoals nu
wordt gecommuniceerd? Zijn voor u alle belangrijke zaken voldoende in kaart gebracht,
zoals de gevolgen voor het milieu en de natuur, de financiële dekking en de alternatieven
voor deze plannen? Zo ja, waar blijkt dat precies uit en welke wetenschappelijke onderbouwing
is er over onder andere de natuur-, milieu en klimaaatgevolgen?
Vraag 10
Aangezien de gemeente Den Haag2 onduidelijk is over de gevolgen van deze plannen voor de natuur, terwijl vele beschermde
diersoorten (zoals marters en ijsvogels) in het gebied waar de ontsluitingsweg en
de afvalbedrijven zouden moeten komen leven, is bij u dan wel bekend welke (beschermde)
dier- en plantensoorten voorkomen in de Vlietzone? Zo nee, waarom niet en kunt u dat
alsnog op korte termijn in kaart brengen?
Vraag 11
Beschikt u over onafhankelijke ecologische inventarisaties van het gebied? Zo ja,
kunt u deze met de Kamer delen?
Vraag 12
Vindt u het wenselijk dat beschermde diersoorten worden verdreven met deze plannen?
Vraag 13
Aangezien in de plannen wordt aangegeven dat de bekostiging van de plannen grotendeels
vanuit de Rijksoverheid moet plaatsvinden (gesproken wordt over 300 tot 400 miljoen),
heeft u meer zicht in de totale kosten van de verplaatsing?
Vraag 14
Bent u voornemens om deze plannen te bekostigen en zo ja, uit welk budget wordt dat
precies gedaan (graag een exacte verwijzing naar de plek in de begroting)?
Vraag 15
Aangezien op dit moment op de beoogde locatie zich weilanden, natuur en een natuurinclusief
golfterrein bevinden, maar er geen grote stroomaansluiting is, acht u het realistisch
dat hier op korte termijn (passend bij de «doorbraakaanpak») zware stroomaansluitingen
komen voor de vele hectares aan bedrijventerrein die hier zouden moeten komen? Zo
ja, kunt u de onafhankelijke toetsing daarvan naar de Kamer sturen?
Vraag 16
Aangezien er alternatieven zijn voor de verplaatsing van deze afvalbedrijven naar
de Haagse Vlietzone, zoals door het beoogde park in de Binckhorst anders vorm te geven
of door een verplaatsing naar een dichtbij gelegen en al eerder hiervoor bestemde
bedrijventerrein (de GAVI-kavel), bent u bereid alternatieven nadrukkelijk mee te
wegen alvorens Rijksmiddelen beschikbaar te stellen? Zo ja, op welke wijze gaat u
dit doen?
Vraag 17
Bent u bereid geen financiële toezeggingen te doen zolang onvoldoende duidelijkheid
bestaat over de natuurgevolgen, de financiële uitvoerbaarheid en de onderzochte alternatieven?
Vraag 18
Kunt u de vragen één voor één en uiterlijk binnen de hiervoor gestelde termijn beantwoorden?