Vragen van het lid Faber (PVV) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over bevoegdheden van boa's (ingezonden 8 juli 2026).

Vraag 1

Klopt het dat vanuit de landelijke leiding van de Nationale Politie is gecommuniceerd naar de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Natuurtoezicht dat vanaf 1 mei 2026 er geen nieuwe handhavingsarrangementen meer worden aangegaan, in afwachting van verdere besluitvorming over de uitvoering van de herziening van het boa-stelsel?

Vraag 2

Zo ja, op welke grondslagen is dit gebaseerd? En is dit geschied in overleg met u?

Vraag 3

Bent u het eens met de stelling dat hierdoor een situatie is ontstaan waarin werkgevers wel aan een wettelijke verplichting moeten voldoen, maar dit feitelijk niet meer kunnen, dit omdat sinds 1 mei 2026 een vastgesteld handhavingsarrangement tussen de boa-werkgever, het Openbaar Ministerie en de Nationale Politie een verplichte voorwaarde is voor het aanvragen of verlengen van geweldsmiddelen?

Vraag 4

Hoe is het mogelijk dat een wettelijke verplichting op dezelfde dag in werking treedt als waarop de mogelijkheid om aan die verplichting te voldoen, feitelijk wordt beëindigd?

Vraag 5

Welke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat boa's hun geweldsbevoegdheden verliezen door een bestuurlijke impasse?

Vraag 6

Op welke termijn kunnen organisaties weer handhavingsarrangementen sluiten?

Vraag 7

Welke tijdelijke oplossing wordt er geboden om de veiligheid van boa's en de continuïteit van de handhaving te waarborgen?

Naar boven