Vragen van het lid Koorevaar (CDA) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid
en Natuur (LVVN) over het sluiten van bezoekcentra door Staatsbosbeheer (ingezonden
8 juli 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Staatsbosbeheer wil alle bezoekerscentra sluiten: «Prioriteit
bij natuurbeheer»?»1
Vraag 2
Klopt het dat Staatsbosbeheer voornemens is alle zeven buitencentra (De Pelen, Almeerderhout,
Oostvaardersplassen, Schoorlse Duinen, Sallandse Heuvelrug, Drents-Friese Wold en
het Boomkroonpad op de Hondsrug) te sluiten? Zo ja, op welke termijn en in welke fasering?
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat bezoekerscentra een belangrijke bijdrage leveren aan het
draagvlak voor natuurbeheer, natuureducatie van (met name jonge) bezoekers en de lokale
en regionale economie rond natuurgebieden? Zo ja, hoe verhoudt zich dat tot het voornemen
om deze centra te sluiten?
Vraag 4
Onderkent u de bredere maatschappelijke waarde van natuur, zoals voor gezondheid,
welzijn, educatie, recreatie en regionale economie? Zo ja, hoe weegt u deze maatschappelijke
waarde mee in de besluitvorming rond de financiering van Staatsbosbeheer?
Vraag 5
Bent u van mening dat de sluiting van alle bezoekerscentra deze maatschappelijke waarde
van natuur ondermijnt, doordat de fysieke, laagdrempelige toegang tot natuureducatie
en voorlichting voor een breed publiek (1,3 miljoen bezoekers per jaar) verdwijnt?
Kunt u dit toelichten?
Vraag 6
Waarom is er sinds 2014 geen structurele rijksbijdrage meer beschikbaar gesteld voor
het in stand houden van deze bezoekerscentra, terwijl deze een belangrijke functie
vervullen in natuureducatie en publieksbereik?
Vraag 7
Bent u bereid te onderzoeken of (een deel van) de rijksbijdrage voor de buitencentra
van Staatsbosbeheer kan worden hersteld, bijvoorbeeld via de begroting van het Ministerie
van LVVN of via het Programma Natuur? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn
kan de Kamer hierover een voorstel verwachten?
Vraag 8
Bent u bereid de Kamer te informeren over de uitkomst van het traject bij de ondernemingsraad
en een eigen appreciatie te geven van het definitieve besluit, voordat tot onomkeerbare
stappen (zoals sluiting per 1 januari 2027) wordt overgegaan?
Vraag 9
Deelt u de opvatting dat het maatschappelijk draagvlak voor de Natura 2000-doelen,
waarvan de doelen conform coalitieakkoord worden geëvalueerd, mede afhankelijk is
van de mate waarin burgers direct met natuur en natuurbeheer in aanraking komen, bijvoorbeeld
via bezoekerscentra? Weegt u dit effect mee bij de evaluatie en is de Minister bereid
dit punt daarin expliciet te betrekken?
Vraag 10
Hoe kijkt u naar het feit dat er relatief grote bedragen beschikbaar zijn voor reducerende
maatregelen in zones rondom soms kleine natuurgebieden, terwijl er voor de relatief
beperkte kosten van publieksvoorlichting en natuureducatie via bezoekerscentra geen
structurele middelen worden vrijgemaakt? Bent u bereid om, bij de nadere uitwerking
van de zoneringsaanpak en de bijbehorende middelen, te bezien of een deel hiervan
kan worden ingezet voor het behoud van publieksfuncties zoals bezoekerscentra, gezien
hun bijdrage aan het draagvlak voor natuurbeleid?
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Vellinga-Beemsterboer
(CDA), ingezonden op 7 juli 2026 (vraagnummer 2026Z15900)