Vragen van het lid Den Hollander (VVD) aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het terugdringen van erfelijke aandoeningen en schadelijke raskenmerken bij gezelschapsdieren (ingezonden 3 juli 2026).

Vraag 1

Bent u bekend met de omvang van erfelijke aandoeningen en schadelijke uiterlijke kenmerken bij gezelschapsdieren, in het bijzonder bij honden? Hoe beoordeelt u de huidige situatie?

Vraag 2

Deelt u de opvatting dat het terugdringen van erfelijke aandoeningen en schadelijke raskenmerken niet alleen van belang is voor het dierenwelzijn, maar ook kan bijdragen aan lagere dierenartskosten voor huisdiereigenaren?

Vraag 3

Welke maatregelen neemt het kabinet momenteel om het fokken met schadelijke uiterlijke kenmerken en erfelijke aandoeningen verder terug te dringen? Acht u deze maatregelen voldoende om de gewenste omslag daadwerkelijk te realiseren?

Vraag 4

In hoeverre acht u het wenselijk dat bij fokbeslissingen niet alleen wordt gekeken naar uiterlijke kenmerken, maar juist ook naar gezondheidsgegevens, genetische informatie, inteeltcoëfficiënten, gedrag en overige veterinaire informatie?

Vraag 5

Welke rol ziet u voor onafhankelijke veterinaire screening van fokdieren bij het terugdringen van erfelijke aandoeningen en schadelijke raskenmerken?

Vraag 6

Bent u bekend met de stichting Fair2Breed (voorheen FairDog) en de door het Expertisecentrum Genetica Diergeneeskunde ontwikkelde systematiek voor verantwoord fokken?

Vraag 7

Klopt het dat uw ministerie eerder een opstartsubsidie heeft verstrekt aan FairDog/Fair2Breed om deze systematiek verder te ontwikkelen? Welke resultaten zijn met deze subsidie bereikt?

Vraag 8

Bent u bekend met de ambities van Stichting Fair2Breed om de ontwikkelde systematiek voor verantwoord fokken landelijk uit te rollen? Op welke wijze beziet u de mogelijke bijdrage van dit initiatief aan het terugdringen van erfelijke aandoeningen en schadelijke raskenmerken bij gezelschapsdieren?

Vraag 9

Op basis van welke criteria beoordeelt u een eventuele vervolgaanvraag voor subsidie van Fair2Breed? Welke aspecten, zoals effectiviteit, wetenschappelijke onderbouwing, uitvoerbaarheid en borging van publieke middelen, zijn daarbij leidend?

Vraag 10

Deelt u de opvatting dat initiatieven die aantoonbaar bijdragen aan gezondere fokkerij, vermindering van erfelijke aandoeningen en lagere veterinaire zorgkosten serieus moeten worden beoordeeld, ongeacht uit welke organisatie deze afkomstig zijn?

Vraag 11

Hoe verhoudt een eventuele landelijke uitrol van een dergelijk systeem zich volgens u tot artikel 3.4 van de Wet dieren, het Dierendagakkoord en de voorgenomen Europese Verordening inzake het welzijn en de traceerbaarheid van honden en katten?

Vraag 12

Bent u bereid de Kamer voor het einde van dit jaar te informeren over uw beoordeling van Fair2Breed en de wijze waarop u de verdere verbetering van de gezondheid van gezelschapsdieren wilt stimuleren?

Naar boven