Vragen van het lid Van den Berg (JA21) aan de Minister en Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie over de berichtgeving dat de AIVD en MIVD niet zorgvuldig zijn omgegaan met verzamelde persoonsgegevens (ingezonden 2 juli 2026).

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht dat de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) heeft geoordeeld dat de AIVD en MIVD niet zorgvuldig zijn omgegaan met verzamelde persoonsgegevens? (Kamerstuk 36 263, nr. 50)

Vraag 2

Onderschrijft u dat juist van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD), gelet op de aard en gevoeligheid van de gegevens die zij verwerken, mag worden verwacht dat zij de wettelijke waarborgen voor gegevensverwerking strikt naleven? Zo nee, waarom niet?

Vraag 3

Welke concrete tekortkomingen heeft de CTIVD vastgesteld in de wijze waarop de AIVD en MIVD-persoonsgegevens verwerken, bewaren en toegankelijk maken?

Vraag 4

Hoe heeft het kunnen gebeuren dat deze tekortkomingen zijn ontstaan, terwijl de diensten beschikken over uitgebreide interne controlemechanismen en extern toezicht?

Vraag 5

Zijn de geconstateerde tekortkomingen het gevolg van onvoldoende capaciteit, onvoldoende deskundigheid, tekortschietende sturing of een andere oorzaak? Kunt u dit toelichten?

Vraag 6

Heeft de CTIVD eerder vergelijkbare tekortkomingen gesignaleerd? Zo ja, welke aanbevelingen zijn destijds gedaan en waarom hebben deze kennelijk niet voorkomen dat de huidige situatie is ontstaan?

Vraag 7

Is naar uw oordeel sprake van tekortschietende uitvoering van bestaande wettelijke regels, of acht u de huidige wettelijke kaders onvoldoende duidelijk, vaag, uitvoerbaar of te strict? Kunt u uw antwoord toelichten?

Vraag 8

Welke organisatorische en technische maatregelen zijn inmiddels getroffen om ervoor te zorgen dat wettelijke waarborgen, waaronder autorisatiebeheer, bewaartermijnen en interne controles, structureel worden nageleefd?

Vraag 9

Wanneer zijn de geconstateerde tekortkomingen voor het eerst ontstaan en sinds wanneer was u hiervan op de hoogte?

Vraag 10

Hoe wordt periodiek gecontroleerd of deze maatregelen daadwerkelijk functioneren en hoe wordt de Kamer hierover geïnformeerd, voor zover de staatsveiligheid zich daar niet tegen verzet?

Vraag 11

Wordt bij de ontwikkeling of aanbesteding van nieuwe informatiesystemen standaard getoetst of wettelijke bewaartermijnen, autorisaties en logging automatisch worden afgedwongen?

Vraag 12

Bent u van oordeel dat de huidige systemen van de AIVD en MIVD zodanig zijn ingericht dat wettelijke waarborgen technisch worden afgedwongen («security by design» en «privacy by design»)? Zo nee, waarom niet?

Vraag 13

Kunt u uitsluiten dat vergelijkbare tekortkomingen zich ook voordoen bij andere overheidsorganisaties die grote hoeveelheden gevoelige persoonsgegevens verwerken? Zo nee, bent u bereid hiernaar onderzoek te laten verrichten?

Vraag 14

Deelt u de opvatting dat de bescherming van gevoelige persoonsgegevens in de eerste plaats afhankelijk is van een zorgvuldige uitvoering van wettelijke waarborgen, goed ingerichte processen en deugdelijk toezicht, ongeacht de herkomst van de gebruikte technologie of leveranciers? Zo nee, waarom niet?

Vraag 15

Welke lessen trekt u uit deze bevindingen om te voorkomen dat vergelijkbare tekortkomingen zich in de toekomst opnieuw voordoen?

Vraag 16

Kunt u de vragen afzonderlijk beantwoorden?

Naar boven