Vragen van het lid Hamstra (CDA) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het rapport «Geldzaken in de praktijk (2026)» van het Nibud (ingezonden 26 juni 2026).

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het onderzoek Geldzaken in de praktijk van het Nibud?1

Vraag 2

Constaterende dat uit het Nibud-rapport blijkt dat de financiële situatie van jongvolwassenen het meest verslechterd is ten opzichte van 2024, en dat op dit moment 54% van de jongvolwassenen aangeeft moeite te hebben met rondkomen, welke verklaring ziet u hiervoor en welke gerichte maatregelen neemt u om te voorkomen dat jongvolwassenen in de schulden belanden?

Vraag 3

Constaterende dat uit het Nibud-rapport blijkt dat inmiddels meer dan de helft van de huishoudens ten minste één betalingsprobleem heeft gehad en dat betalingsproblemen zich opstapele, en dat de financiële problemen vaak al groot zijn voordat huishoudens geholpen kunnen worden door gemeenten of schuldhulp, en dat de moties Hamstra2 door de Kamer zijn aangenomen en dat deze de regering oproepen te onderzoeken of banken hun klanten en werkgevers hun werknemers kunnen doorverwijzen naar schuldhulpverlening bij signalen van geldzorgen, welke aanvullende maatregelen neemt u om mensen eerder in beeld te krijgen voordat betalingsachterstanden uitgroeien tot problematische schulden?

Vraag 4

Constaterende dat uit het rapport van het Nibud blijkt dat inkomenszekerheid ministens zo belangrijk is als de inkomstenhoogte, en dat mensen met weinig grip op hun inkomen in 80% van de gevallen moeite hebben met rondkomen, en dat in het coalitieakkoord staat het streven naar één vaste betaaldag, welke stappen heeft u al genomen om dit te bereiken en welke stappen bent u nog voornemens om te nemen om dit te bereiken? Welke andere maatregelen neemt u om de voorspelbaarheid en beheersbaarheid van inkomen te bevorderen?

Vraag 5

Constaterende dat huishoudens met wisselende inkomens en jongvolwassenen vaak niet weten op welke inkomensondersteuning zij recht hebben en waar zij informatie kunnen vinden over toeslagen, terwijl deze doelgroep juist vaak recht heeft op inkomensondersteuning, en dat de Wet proactieve dienstverlening een stap in de goede richting is om niet-gebruik tegen te gaan, bent u het eens dat verregaandere stappen vereist zijn om toe te werken naar automatisch uitkeren? Welke stappen bent u voornemens om te nemen en op welk termijn?

Vraag 6

Constaterende dat uit het Nibud-rapport blijkt dat de meeste huishoudens bij geldproblemen hun vaste lasten zo lang mogelijk proberen te betalen en als eerste bezuinigen op voeding, kleding, hobby’s, sociale activiteiten en zorg, hoe voorkomt u dat huishoudens, in het bijzonder huishoudens met kinderen, niet in staat zijn om deel te nemen aan het sociale leven omdat zij anders hun vaste lasten niet kunnen betalen?

Vraag 7

Constaterende dat uit het Nibud-rapport volgt dat 25% van de huishoudens aankopen via creditcard of achteraf betalen niet betalen wanneer zij in geldproblemen zitten, en dat hierdoor een grote kans bestaat dat schulden ontstaan of verergeren, en met name jongvolwassenen zijn kwetsbaar hiervoor, bent u het eens dat deze doelgroep daartegen beschermd moet worden en op welke wijze is de Minister van plan om dit te doen?

Vraag 8

Hoewel op papier de koopkracht de afgelopen jaren is verbeterd, constateert het Nibud dat huishoudens een duidelijke verslechtering ervaren in hun financiële situatie, hoe verklaart u dit verschil?


X Noot
1

Nibud, juni 2026, «Rapport Geldzaken in praktijk 2026» (https://www.nibud.nl/onderzoeksrapporten/rapport-geldzaken-in-de-praktijk-2026/).

X Noot
2

Kamerstuk 24 515, nr. 838 en Kamerstuk 24 515, nr. 839.


X Noot
1

Nibud, juni 2026, «Rapport Geldzaken in praktijk 2026» (https://www.nibud.nl/onderzoeksrapporten/rapport-geldzaken-in-de-praktijk-2026/).

X Noot
2

Kamerstuk 24 515, nr. 838 en Kamerstuk 24 515, nr. 839.

Naar boven