Vragen van het lid Bolhuis (PRO) aan de Minister van Werk en Participatie over de
obstakels bij integratie voor de buitenlandse partners van Nederlanders (ingezonden
25 juni 2026).
Vraag 1
Deelt u de mening dat Nederlanders die een liefdesrelatie hebben met een niet-EU-inwoner
en aan de inkomenseisen voldoen, de mogelijkheid zouden moeten hebben om samen met
hun geliefde een leven op te bouwen in Nederland, waarbij de niet-Nederlandse partner
zo snel mogelijk zou moeten kunnen inburgeren?
Vraag 2
Deelt u de mening dat praktische obstakels die de vlotte inburgering van deze liefdespartners
in de weg staan, zo veel mogelijk vermeden en opgeheven moeten worden?
Vraag 3
Acht u het wenselijk dat liefdespartners van Nederlanders honderden euro’s kwijt zijn
louter en alleen aan de reiskosten om het basisexamen inburgering in het buitenland
te kunnen afleggen?
Vraag 4
Is het mogelijk om buitenlandse partners van Nederlanders het basisexamen inburgering
in het buitenland digitaal van op afstand te laten afleggen wanneer er geen examenfaciliteit
in hun stad of dorp beschikbaar is? Zo nee, wat is ervoor nodig om dat wel mogelijk
te maken?
Vraag 5
Wat is de gemiddelde doorlooptijd van het basisexamen inburgering in het buitenland?
En wat is de gemiddelde doorlooptijd van de procedure voor een machtiging tot voorlopig
verblijf?
Vraag 6
Kan de termijn van acht weken waarover DUO beschikt om de examenuitslag bekend te
maken, ingekort worden? Zo ja, met hoeveel weken? Zo nee, wat precies staat een inkorting
in de weg?
Vraag 7
Hoe verhoudt de lange duurtijd van de combinatie van het basisexamen inburgering in
het buitenland plus de procedure voor een machtiging tot voorlopig verblijf zich tot
het recht op gezinsleven uit artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van
de Mens (EVRM), wanneer aan alle inkomens- en huisvestingseisen wordt voldaan, en
wanneer de wachttijd in de praktijk samenvalt met perioden waarin echtgenoten elkaar
door visumtellingen niet eens fysiek mogen ontmoeten?
Vraag 8
Is het mogelijk bij het inplannen van het basisexamen inburgering in het buitenland
al het proces voor een machtiging tot voorlopig verblijf op te starten, zodat deze
processen parallel lopen en mensen dus niet onnodig lang hoeven te wachten? Zo nee,
wat concreet staat dat in de weg?
Vraag 9
Op welke objectieve gronden zijn partners uit Australië, Canada, Japan, Monaco, Nieuw-Zeeland,
Vaticaanstad, Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten van Amerika, Zuid-Korea of
Zwitserland vrijgesteld van het basisexamen buitenland, terwijl partners uit andere
landen deze eis wel krijgen opgelegd? Is dit onderscheid nog te rechtvaardigen?
Vraag 10
Overweegt u de vrijstelling van het basisexamen inburgering in het buitenland uit
te breiden naar andere landen wanneer het gaat om de liefdespartners van Nederlanders?
Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?
Vraag 11
Is het kabinet bereid te onderzoeken of inburgering in Nederland zelf, onder begeleiding
van de Nederlandse echtgenoot en familie, een gelijkwaardig of beter alternatief kan
zijn voor het examen in het buitenland? Zo nee, waarom niet?
Vraag 12
Hoe weegt het kabinet de mentale en relationele schade van maandenlange gedwongen
scheiding mee in de proportionaliteitstoets? Welke maatregelen zal het kabinet nemen
om een vlottere inreis en integratie van liefdespartners van Nederlanders te garanderen
om dit soort mentale en relationele schade te voorkomen?
Vraag 13
Kunt u iedere vraag afzonderlijk beantwoorden?