Vragen van de leden Ellian en De Beer (beiden VVD) aan de Ministers van Asiel en Migratie,
van Buitenlandse Zaken, en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht «Palestijnen
uit Gaza na maanden toch met Nederlandse hulp geland op Schiphol» (ingezonden 25 juni
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Palestijnen uit Gaza na maanden toch met Nederlandse
hulp geland op Schiphol»?1
Vraag 2
Welke ondersteuning hebben verschillende ministeries geboden aan de 42 Gazanen om
van Gaza naar Jordanië te reizen?
Vraag 3
Hoe verhoudt deze ondersteuning zich tot de uitspraak van de Raad van State van 19 maart
2026 waarin de Minister slechts verplicht wordt om een geringe inspanning te verrichten?
Vraag 4
Waarom is er niet gewacht met het bieden van ondersteuning aan de rest van de groep
van 42 Gazanen totdat er een uitspraak in de bodemprocedure ligt?
Vraag 5
Welke ondersteuning hebben verschillende ministeries geboden aan de 42 Gazanen om
van Jordanië naar Nederland te reizen?
Vraag 6
Hoe verklaart u dat er naast 21 Gazaanse studenten ook 18 meereizende gezinsleden
naar Nederland zijn gekomen? Op grond van welke rechterlijke uitspraak heeft Nederland
de plicht om deze meereizende gezinsleden ondersteuning te bieden?
Vraag 7
Hoe verklaart u dat de verhouding studenten versus meereizende gezinsleden bijna 1
op 1 is? Hoe verhoudt zich dit tot het gemiddelde aantal gezinsleden dat meereist
met migranten met een studievisum?
Vraag 8
Klopt het dat Gazaanse studenten tijdens het verblijf de meereizende gezinsleden financieel
moeten onderhouden? In hoeverre is dit mogelijk gezien de levensstandaard in Gaza
en het feit dat deze Gazanen naar Nederland komen om te studeren?
Vraag 9
Klopt het dat deze meereizende gezinsleden geen zelfstandig verblijfsrecht hebben
en Nederland dus moeten verlaten zodra de gezinsband wordt verbroken?
Vraag 10
Hoe groot schat u de kans in dat deze meereizende gezinsleden daadwerkelijk Nederland
zullen verlaten en zullen terugkeren naar Gaza indien de gezinsband wordt verbroken?
Vraag 11
Op basis waarvan bepalen universiteiten welke buitenlandse studenten zij toelaten
tot hun universiteit?
Vraag 12
Welke ondersteuning hebben universiteiten geboden om deze studenten van Jordanië naar
Nederland te laten reizen? Hebben zij bijvoorbeeld één of meerdere overnachtingen
in Jordanië en de vliegtickets betaald?
Vraag 13
Hoe komen de Nederlandse universiteiten aan het geld om deze Gazaanse studenten te
ondersteunen?
Vraag 14
Welke ondersteuning bieden universiteiten aan deze studenten tijdens hun verblijf
in Nederland? Valt onder deze ondersteuning ook huisvesting?
Vraag 15
Hoe verhoudt deze ondersteuning zich tot de ondersteuning die Nederlandse studenten
krijgen van universiteiten in hun zoektocht naar een studentenkamer, indien universiteiten
inderdaad huisvesting aan deze groep bieden?
Vraag 16
Hoe verhoudt het toelaten van deze Gazaanse studenten zich tot het kabinetsvoornemen
om het aantrekken van internationale studenten zo veel als kan te beperken tot internationaal
toptalent? Is daar hier sprake van?
Vraag 17
Hoe verhoudt het toelaten van deze Gazaanse studenten zich voorts tot de ambitie uit
het regeerakkoord om te zorgen voor genoeg vakmensen in de sectoren waar de uitdagingen
het grootst zijn? Is daar hier sprake van?
Vraag 18
Hoe past het toelaten van deze Gazaanse studenten in de huidige bestuurlijke afspraken
met onderwijsinstellingen over de capaciteit van anderstalige opleidingen dan wel
de regionale draagkracht?
Vraag 19
Welke ondersteuning bieden universiteiten aan de meereizende gezinsleden?
Vraag 20
Wat zijn de totale kosten voor de universiteiten om deze Gazaanse studenten in Nederland
te laten studeren?
Vraag 21
Deelt u de mening dat het volstrekt onwenselijk is dat universiteiten actief ondersteuning
bieden bij het naar Nederland halen van studenten en hun gezinsleden uit oorlogsgebieden?