Vragen van het lid Maeijer (PVV) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
over het bericht dat VUmc in 2040 stopt als ziekenhuis en de zorgtaken naar locatie
AMC gaan (ingezonden 25 juni 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht «VUmc stopt in 2040 als ziekenhuis, zorgtaken
gaan naar locatie AMC»1 en van de strategische huisvestingsroute van Amsterdam UMC richting 2040?2
Vraag 2
Wat betekent dit voorgenomen besluit concreet voor patiënten die momenteel gebruikmaken
van de zorg op locatie VUmc?
Vraag 3
Begrijpt u dat patiënten, ouderen, chronisch zieken en mensen met een beperking zich
zorgen kunnen maken als een ziekenhuislocatie in hun buurt op termijn verdwijnt?
Vraag 4
Wat betekent het verdwijnen van de ziekenhuisfunctie op locatie VUmc voor de bereikbaarheid
van ziekenhuiszorg voor inwoners van Amsterdam-Zuid, Amstelveen en omliggende gemeenten?
Vraag 5
Is onderzocht hoeveel langer patiënten straks onderweg zijn naar het ziekenhuis, zowel
met de auto, het openbaar vervoer als de ambulance?
Vraag 6
Kunt u uitsluiten dat deze concentratie van ziekenhuiszorg leidt tot langere reistijden,
langere wachttijden of minder toegankelijke zorg voor patiënten?
Vraag 7
Klopt het dat financiële redenen, zoals te veel vierkante meters en hoge huisvestingskosten,
een belangrijke rol spelen bij dit voorgenomen besluit?
Vraag 8
Hoe voorkomt u dat betaalbaarheid, vastgoed en efficiency zwaarder gaan wegen dan
goede en bereikbare zorg voor patiënten?
Vraag 9
Hoe kijkt u terug op het eerdere verdwijnen van de spoedeisende hulp en de huisartsenpost
op locatie VUmc, juist omdat toen al zorgen bestonden over werkdruk en toegankelijkheid
van zorg?
Vraag 10
Hoe beoordeelt u de waarschuwing dat het door dit besluit moeilijker kan worden om
de geneeskundeopleiding van de Vrije Universiteit in stand te houden?
Vraag 11
Welke gevolgen heeft dit voorgenomen besluit volgens u voor de opleidingscapaciteit
van artsen en medisch specialisten in Amsterdam?
Vraag 12
Deelt u de zorg dat het verminderen van ziekenhuiscapaciteit onverstandig kan zijn
met het oog op de vergrijzing, waarbij de zorgvraag juist verder zal toenemen?
Vraag 13
Deelt u de zorg dat met het verdwijnen van ziekenhuiscapaciteit ook de beschikbare
capaciteit voor rampen, calamiteiten, infectie-uitbraken of oorlogssituaties verder
afneemt?
Vraag 14
Welke gevolgen heeft dit voorgenomen besluit voor het zorgpersoneel op beide locaties,
en hoe wordt voorkomen dat medewerkers door onzekerheid over hun werkplek of toekomst
afhaken?
Vraag 15
Heeft de cliëntenraad Amsterdam UMC al advies uitgebracht over dit voorgenomen besluit
en zo ja, kunt u dit advies met de Kamer delen? Zo nee, waarom is de cliëntenraad
nog niet om advies gevraagd?
Vraag 16
Bent u bereid de Kamer voor het definitieve besluit te informeren over de gevolgen
voor patiënten, bereikbaarheid, acute zorg, wachttijden, personeel, opleidingscapaciteit,
rampenopvang en de toegankelijkheid van ziekenhuiszorg in de regio? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 17
Klopt het dat het eerder genoemde plan voor een volledig nieuwe gezamenlijke ziekenhuislocatie
voor Amsterdam UMC, waarover in 2025 werd bericht, niet langer aan de orde is? Zo
nee, welke onderdelen van dat plan spelen nog wel een rol bij de huidige strategische
huisvestingsroute?3