Vragen van het lid Armut (CDA) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en van
Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over het bericht «Forse stijging meldingen huwelijksdwang
en achterlating richting zomervakantie» (ingezonden 24 juni 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Forse stijging meldingen huwelijksdwang en achterlating
richting zomervakantie» van het Landelijk Knooppunt Huwelijksdwang en Achterlating
(LKHA)?1
Vraag 2
Wat is uw reactie op de constatering dat het aantal meldingen van huwelijksdwang en
achterlating in 2025 met 41 procent is gestegen ten opzichte van een jaar eerder?
En op het feit dat begin juni 2026 al 74 meldingen zijn gedaan en dat het aantal meldingen
in de eerste maanden van dit jaar 65 procent hoger lag dan een jaar eerder? Ziet u
hierin vooral een betere vindbaarheid van hulp en meldpunten, een daadwerkelijke toename
van de problematiek, of beide?
Vraag 3
Kunt u de Kamer een overzicht geven van het aantal meldingen van huwelijksdwang, achterlating
en combinaties daarvan in de afgelopen vijf jaar, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht,
minderjarigheid/meerderjarigheid en of de betrokkene zich in Nederland of in het buitenland
bevond?
Vraag 4
Deelt u de zorg dat de periode vlak voor en tijdens de zomervakantie een verhoogd
risico vormt, omdat jongeren onder druk kunnen worden meegenomen naar het buitenland,
hun documenten kunnen worden afgenomen of zij niet mogen terugkeren naar Nederland?
Vraag 5
Welke concrete extra maatregelen worden vóór en tijdens de zomervakantie genomen om
huwelijksdwang en achterlating te voorkomen, met name richting jongeren, ouders, scholen,
huisartsen, wijkteams, Veilig Thuis-organisaties en gemeenten?
Vraag 6
Hoe wordt geborgd dat scholen, mentoren, leerplichtambtenaren en mbo-professionals
weten welke signalen kunnen wijzen op huwelijksdwang of achterlating, zoals angst
voor een vakantie, plotselinge afwezigheid, sterke controle door familie of geruchten
over een gedwongen huwelijk?
Vraag 7
Worden scholen en onderwijsinstellingen actief en landelijk geïnformeerd over wat
zij moeten doen bij vermoedens van huwelijksdwang of achterlating voorafgaand aan
de zomervakantie? Zo ja, op welke wijze en met welk bereik? Zo nee, bent u bereid
dit alsnog te doen?
Vraag 8
Is de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling in de praktijk voldoende toegesneden
op vermoedens van huwelijksdwang, achterlating en eergerelateerd geweld? Welke knelpunten
ervaren professionals hierbij?
Vraag 9
Hoe vaak is in de afgelopen vijf jaar advies gevraagd aan het Landelijk Knooppunt
Huwelijksdwang en Achterlating door onderwijsprofessionals, gemeenten, Veilig Thuis,
politie, zorgprofessionals en familieleden of vrienden?
Vraag 10
Wat gebeurt er concreet wanneer een jongere of volwassene in het buitenland wordt
achtergelaten en contact zoekt met Nederlandse instanties? Welke rol hebben ambassades,
consulaten, gemeenten, Veilig Thuis en politie in zo’n situatie?
Vraag 11
Hoe vaak is het de afgelopen vijf jaar gelukt om slachtoffers van achterlating of
huwelijksdwang met ondersteuning van Nederlandse instanties terug te laten keren naar
Nederland? In hoeveel gevallen is terugkeer niet gelukt, en wat waren daarvoor de
belangrijkste redenen?
Vraag 12
Hoe vaak is in de afgelopen vijf jaar aangifte gedaan van huwelijksdwang of aanverwante
strafbare feiten en hoe vaak heeft dit geleid tot opsporing, vervolging of veroordeling?
Vraag 13
Ziet u juridische of praktische knelpunten bij het strafrechtelijk aanpakken van daders
wanneer dwang, achterlating of het gedwongen huwelijk deels in het buitenland plaatsvindt?
Vraag 14
Wordt bij signalen van huwelijksdwang of achterlating standaard gekeken naar bredere
risico’s van eergerelateerd geweld, psychische druk, controle, mishandeling of bedreiging
binnen het gezin of de familiekring?
Vraag 15
Bent u bereid om samen met het LKHA, Veilig Thuis, onderwijsinstellingen en gemeenten
vóór iedere zomervakantie een terugkerende landelijke signaleringsaanpak te organiseren,
zodat professionals en omstanders tijdig weten wat zij kunnen doen?
Vraag 16
Bent u bereid de Kamer in het najaar te informeren over het aantal meldingen in de
zomerperiode, de aard van deze meldingen, de opvolging daarvan en eventuele knelpunten
in preventie, signalering, hulpverlening, terugkeer en strafrechtelijke aanpak?