Vragen van het lid Den Hollander (VVD) aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij,
Voedselzekerheid en Natuur over ernstige bijtincidenten met honden en preventieve
maatregelen rond hoog-risicohonden (ingezonden 1 juni 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de berichtgeving over de aanval door een hond op een 7-jarige
jongen in Hilversum, waarbij het slachtoffer ernstig gewond is geraakt?1
Vraag 2
Kunt u aangeven hoeveel ernstige bijtincidenten met honden de afgelopen vijf jaar
bekend zijn en in hoeveel gevallen daarbij kinderen betrokken waren?
Vraag 3
Welke ontwikkelingen ziet u in het aantal meldingen van ernstige bijtincidenten met
honden?
Vraag 4
Deelt u de opvatting dat verantwoord hondenbezit vraagt om duidelijke verantwoordelijkheid
van eigenaren, zeker wanneer sprake is van honden met een verhoogd risico op agressief
gedrag?
Vraag 5
Hoe beoordeelt u de werking van de huidige Nederlandse aanpak rond hoog-risicohonden
en ernstige bijtincidenten?
Vraag 6
In hoeverre verschillen gemeentelijke beleidsregels en handhaving momenteel als het
gaat om hoog-risicohonden en acht u deze verschillen wenselijk?
Vraag 7
Welke mogelijkheden bestaan momenteel om eerder in te grijpen wanneer sprake is van
signalen van gevaarlijk gedrag van honden of onverantwoord eigenaarschap?
Vraag 8
Welke rol ziet u voor preventieve maatregelen, zoals gedragsbeoordelingen, trainingen
voor eigenaren, socialisatie of aanvullende voorwaarden bij honden met een verhoogd
risico?
Vraag 9
Wordt momenteel voldoende ingezet op verantwoord fokken en voorlichting aan hondenbezitters
om agressief gedrag zoveel mogelijk te voorkomen?
Vraag 10
Heeft u kennisgenomen van buitenlandse voorbeelden, zoals in Ierland, waar voor specifieke
hoog-risicohonden aanvullende regels gelden zoals een muilkorf- en aanlijnplicht in
de openbare ruimte?
Vraag 11
Welke lessen ziet u in dergelijke buitenlandse aanpakken voor Nederland waar het gaat
om het voorkomen van ernstige bijtincidenten?
Vraag 12
In hoeverre acht u aanvullende landelijke kaders voor hoog-risicohonden, zoals duidelijke
regels rond aanlijnen, muilkorven of verantwoordelijkheid van eigenaren, wenselijk
of effectief?
Vraag 13
Waar ziet u op dit moment de belangrijkste tekortkomingen in wet- en regelgeving of
handhavingsmogelijkheden als het gaat om het voorkomen van ernstige bijtincidenten
met honden?
Vraag 14
Welke mogelijkheden ziet u om deze tekortkomingen weg te nemen en de bescherming van
omwonenden, voorbijgangers en in het bijzonder kinderen verder te versterken?
Vraag 15
Hoe beoordeelt u de huidige mogelijkheden om op te treden tegen eigenaren van honden
die ernstig letsel veroorzaken of betrokken zijn bij fatale incidenten? Acht u het
bestaande instrumentarium voldoende effectief en afschrikwekkend?
Vraag 16
Deelt u de opvatting dat van eigenaren van honden die een verhoogd risico vormen voor
hun omgeving een grotere verantwoordelijkheid mag worden verwacht en dat daar waar
nodig passende consequenties tegenover moeten staan wanneer die verantwoordelijkheid
onvoldoende wordt genomen?
Vraag 17
Kunt u de Kamer informeren over de voortgang van de aangekondigde maatregelen rondom
hoog-risicohonden, waaronder het landelijk meldpunt, de ontwikkeling van een houdercursus
en overige preventieve maatregelen?
Vraag 18
Welke resultaten zijn sinds de aankondiging van deze maatregelen bereikt en op welke
wijze wordt gemonitord of deze daadwerkelijk bijdragen aan het terugdringen van ernstige
bijtincidenten?
Vraag 19
Deelt u de opvatting dat de veiligheid van mensen en in het bijzonder van kinderen
altijd voorop moet staan bij beleid rond hoog-risicohonden?