Vragen van het lid Daniël van den Berg (JA21) aan de Staatssecretarissen van Economische
Zaken en Klimaat en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de negatieve
BTI-toets in het kader van de overname van het bedrijf Solvinity (Platform DigiD)
(ingezonden 27 mei 2026).
Vraag 1
Wat betekent een negatief BTI-oordeel concreet voor de continuïteit, stabiliteit en
beschikbaarheid van het bedrijf Solvinity en daarmee voor DigiD?
Vraag 2
Kunt u uiteenzetten welke risico’s er bestaan voor burgers alsmede voor de overheidsdienstverlening
als de huidige situatie langer voortduurt?
Vraag 3
Welke exitstrategie is er richting 2028, zeker omdat Logius/BZK zelf meldt dat het
Solvinity-contract op 27 maart 2026 met twee jaar is verlengd omdat een overstap vóór
augustus 2026 niet veilig werd geacht?
Vraag 4
Kunt u in het licht van de in de vorige vraag benoemde risico’s, de eerdere namens
de JA21-fractie gestelde Kamervragen omtrent de overname van Solvinity deze week beantwoorden,
zodat de risico’s duidelijk in kaart kunnen worden gebracht?
Vraag 5
Kunt u toelichten op basis van welke criteria, risicoanalyses en wettelijke kaders
het BTI-advies tot stand is gekomen?
Vraag 6
Welke specifieke veiligheids-, afhankelijkheids-, governance- of soevereiniteitsrisico’s
lagen ten grondslag aan het negatieve oordeel en speelt digitale autonomie hierin
ook een rol?
Vraag 7
Kunt u het volledige BTI-advies, inclusief de onderliggende overwegingen en risicoanalyses
met de Kamer delen?
Vraag 8
Op welke exacte grondslag wordt de overname tegengehouden: Wet Vifo, hoofdstuk 14a
van de Telecommunicatiewet, beide, of andere gronden? Zo ja, welke specifieke gronden?
Vraag 9
Kunt u toelichten welke Europese of nationale technologische alternatieven zijn onderzocht
voor de overname van IT-dienst van DigiD? Kunt u tevens uitleggen of deze alternatieven
van gelijkwaardige technologie zijn als die van Kyndryl, aangezien blijkt dat Europa
en Nederland, de Verenigde Staten niet kunnen bijbenen op het gebied van technologische
innovatie op vele gebieden?
Vraag 10
Kunt u uitleggen dat indien het alternatief niet van gelijkwaardige technologische
kwaliteit is, er voldoende rekening is gehouden met het verhoogde risico op cyberaanvallen
en daarmee met de veiligheid van burgers?
Vraag 11
Welke gevolgen verwacht het kabinet dat dit oordeel heeft voor het investerings- en
vestigingsklimaat voor internationale technologiebedrijven in Nederland?
Vraag 12
Binnen welke termijn verwacht het kabinet duidelijkheid te kunnen geven over een definitieve
oplossing?
Vraag 13
Kunt u uitleggen waarom betrokkenheid van internationale technologiepartijen binnen
het GRIP-IT-project van Defensie wel verenigbaar werd geacht met nationale veiligheidsbelangen,
nota bene bij de hervorming van de Defensie-ICT, terwijl in de onderhavige casus een
negatief BTI-oordeel is afgegeven?
Vraag 14
Welke lessen worden getrokken voor toekomstige aanbestedingen van vitale digitale
infrastructuur?
Vraag 15
Wat wordt aan burgers verteld behalve «DigiD blijft werken»?
Vraag 16
Kunt u de vragen los van elkaar en op de kortst mogelijke termijn beantwoorden?