Vragen van het lid Stoffer (SGP) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over de gevolgen van het Circulair Materialenplan voor de verwerking van bodemas (ingezonden 26 mei 2026).

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van de grote zorgen bij het bedrijfsleven over de gevolgen van het Circulair Materialenplan (CMP) voor de verwerking van bodemas van afvalverbrandingsinstallaties1 in combinatie met de afnemende afzetmogelijkheden in eigen land?

Vraag 2

Hoe waardeert u deze zorgen?

Vraag 3

Is de veronderstelling juist dat de huidige afzetproblematiek en de snel opgelopen voorraden van ongereinigde bodemas niet zijn meegenomen bij de vaststelling van het CMP?

Vraag 4

Verwacht u dat de huidige overgangstermijn voldoende is voor het realiseren van voldoende wascapaciteit voor het reinigen van bodemas? Zo ja, waar baseert u dat op?

Vraag 5

Ziet u mogelijkheden voor het tijdelijk toestaan van export van bodemas ten behoeve van nuttige toepassingen, bijvoorbeeld voor opvulling of andere toepassing in de diepe ondergrond, om zo de voorraadproblematiek op te lossen?

Vraag 6

Is het u bekend dat verschillende gemeenten het gebruik van gewassen bodemas verbieden dan wel sterk beperken, terwijl het CMP deze ruimte voor gebruik van gewassen bodemas, gelet op de gewenste circulariteit, nadrukkelijk wel biedt en zich verzet tegen dergelijke generieke verboden en beperkingen?

Vraag 7

Hoe waardeert u deze beperkingen?

Vraag 8

Wat bent u voornemens te doen om onnodige inperking van de ruimte voor gebruik van gewassen bodemas te beperken?

Vraag 9

Deelt u de analyse dat de kwaliteit van Nederlands bodemas relatief slecht is ten opzichte van de bodemas uit onder meer België en Frankrijk, mede vanwege de keuze voor snelle verbranding?

Vraag 10

Welke maatregelen neemt u voor verbetering van de kwaliteit van het bodemas?

Naar boven