Vragen van het lid Westerveld (GroenLinks-PvdA) aan de Staatssecretaris van Justitie
en Veiligheid en de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over het te lang
liggen van meldingen kindermishandeling (ingezonden 26 mei 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Meldingen kindermishandeling blijven te lang liggen
bij Veilig Thuis, nog steeds»?1
Vraag 2
Deelt u de analyse van het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling (LECK) dat
het aantal kinderen dat als slachtoffer van kindermishandeling wordt herkend, aan
het stijgen is? Over hoeveel kinderen gaat het volgens u? In hoeveel gevallen gaat
het over ernstige mishandelingen? Hoe vaak gaat het om seksueel misbruik?
Vraag 3
Kunt u in een overzicht aangeven hoeveel meldingen van kindermishandeling er zijn
gedaan sinds 2019? In hoeveel situaties is de wettelijke termijn voor de beoordeling
van vijf dagen overschreden?
Vraag 4
Welke rol speelt volgens u het personeelstekort bij deze problematiek of zijn er andere
oorzaken? Zo ja, welke zijn dat?
Vraag 5
In hoeveel situaties sinds 2019 is na een veiligheidsbeoordeling besloten over te
gaan tot onderzoek? Hoe vaak is de termijn van tien weken overschreden? Hoe vaak is
de Raad voor de Kinderbescherming ingeschakeld?
Vraag 6
Hoe lang moeten kinderen en gezinnen gemiddeld wachten op hulp van Veilig Thuis? Kunt
u dit ook aangeven vanaf 2019? Hoeveel kinderen zitten er nu in een situatie die onveilig
is?
Vraag 7
Hoe reflecteert u op het feit dat regelmatig de termijnen voor enerzijds de veiligheidsbeoordeling
en anderzijds het onderzoek erna worden overschreden?
Vraag 8
Herkent u de constatering van de heer Feiner van de Vereniging Sociale Advocatuur
Nederland die stelt dat Veilig Thuis moeite heeft «om het kaf van het koren te scheiden:
wanneer is er echt sprake van ernstige vermoedens en wanneer niet»? Zo ja, welke concrete
maatregelen gaat u nemen om verbetering te realiseren? Zo nee, waarom niet?
Vraag 9
Wat kunnen ouders doen wanneer er ernstige vermoedens zijn van mishandeling van hun
kind door hun (ex-)partner of onveiligheid en zij het gevoel hebben dat dit niet serieus
wordt genomen door betrokken instanties, of zij wachten op een onderzoek?
Vraag 10
Herkent u het beeld dat Veilig Thuis nog onvoldoende regelmatig de Raad voor de Kinderbescherming
inschakelt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke gevolgen heeft dit volgens u en ziet
u mogelijkheden om dit alsnog te stimuleren?
Vraag 11
Welke concrete verbeterpunten zijn er gerealiseerd na het debat van 4 maart 2025 over
«het onderzoek naar de pleegzorg van een mishandeld meisje in Vlaardingen» om de positie
van kinderen zelf te verbeteren en naar hen te luisteren bij situaties van mogelijk
misbruik? Bent u van mening dat Nederland momenteel voldoet aan het Internationale
Verdrag inzake de Rechten van het Kind?
Vraag 12
Welke concrete verbeterpunten zijn er gerealiseerd na het debat van 4 maart 2025 om
het toezicht te verbeteren? Hoe reflecteert u op het feit dat er momenteel nog steeds
geen onafhankelijk toezicht is op het handelen van Veilig Thuis?
Vraag 13
Welke concrete verbeterpunten zijn er gerealiseerd na het debat van 4 maart 2025 om
de werkwijze van organisaties te verbeteren en jeugdzorg en jeugdbescherming beter
op elkaar aan te laten sluiten? Wordt er gewerkt aan wetsvoorstellen? Wat is de planning?
Vraag 14
Welke concrete verbeterpunten zijn er gerealiseerd na het debat van 4 maart 2025 om
scholen en andere betrokkenen een betere terugkoppeling te geven als zij melding doen
bij Veilig Thuis van vermoedens over kindermishandeling?
Vraag 15
Op welke manier is de screening van pleegouders verbeterd na het debat van 4 maart
2025? En op welke manier de ondersteuning van pleegouders?
Vraag 16
Hoe kan het dat de aantallen kinderen die herkend worden als slachtoffer van kindermishandeling
stijgt, maar de financiering van het LECK niet meegroeit? Wat heeft u concreet gedaan
met de aangenomen motie Krul-Westerveld waarin wordt gevraagd de expertise van het
LECK te borgen (Kamerstuk 31 015, nr. 299)?
Vraag 17
Hoe reflecteert u, gezien de forse problemen in het stelsel, op het gebrek aan financiële
middelen voor het Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming en het uitblijven van
gerichte, structurele investeringen in de jeugdbescherming?