Vragen van het lid Mohandis (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Langdurige Zorg,
Jeugd en Sport over het Sportakkoord 2 en het rapport van de evaluatie Sportakkoord
(ingezonden 22 mei 2026).
Vraag 1
Wat is uw reactie op de evaluatie van het Sportakkoord?1
Vraag 2
Kan worden toegelicht hoeveel meer mensen zijn gaan sporten of bewegen als gevolg
van het Sportakkoord?
Vraag 3
Kan nader worden toegelicht wat «landelijk is een strategisch kader voor topsport
tot stand gebracht» concreet betekent voor de topsport?
Vraag 4
Zijn topsporters tevredener, behalen ze betere prestaties of is hun positieve maatschappelijke
impact toegenomen als gevolg van het Sportakkoord?
Vraag 5
Kan nader worden toegelicht wat het concreet betekent dat «De ambitie om de governance
van top- en breedtesport samen te brengen is deels waargemaakt; de fysieke samenvoeging
van coördinatieteams is niet doorgezet, maar er vindt wel samenwerking op specifieke
thema’s plaats»?
Vraag 6
Wat zijn de consequenties van de «verbeterde samenwerking» tussen gemeentes en sportverenigingen?
Hoe vertaalt deze verbetering zich concreet?
Vraag 7
Wat zijn de concrete consequenties voor het sportaanbod als de breedtesport niet gebord
wordt omdat de sportakkoordmiddelen wegvallen, zoals gesteld in de evaluatie?
Vraag 8
Welke resultaten verdwijnen precies door het gebrek aan structurele financiering,
zoals beschreven op pagina 5?
Vraag 9
Hoe doelmatig en doeltreffend was het besteedde geld aan het Sportakkoord, uitgedrukt
in toename in sporten en bewegen?
Vraag 10
In hoeverre bent u van mening dat het effectief en doelmatig is om middelen niet gewoon
lokaal in te zetten, maar aan adviseurs lokale sport, wanneer adviseurs aangeven dat
toegang tot lokale en regionale netwerken lastig is?
Vraag 11
Wat heeft de gemiddelde sportclub aan administratieve ontlasting gehad als gevolg
van het Sportakkoord? Was dit doeltreffend en doelmatig?
Vraag 12
Zijn gemeentes tevreden met het Sportakkoord? Of zijn er ook gemeentes die alternatieven
aandragen?
Vraag 13
Zijn sportverenigingen tevreden met het Sportakkoord – zij moeten immers de doelen
waarmaken? Of zijn er ook sportverenigingen die de alternatieven aandragen?
Vraag 14
Waarom is er geen enquête gehouden onder sportverenigingen over hoe de middelen zo
goed mogelijk verdeeld kunnen worden?
Vraag 15
Zijn sporters tevreden met het Sportakkoord?
Vraag 16
Kan worden toegelicht wat er wordt bedoeld met een betere samenwerking tussen breedtesport
en topsport? Kunt u dit toelichten aan de hand van drie illustratieve voorbeelden?
Vraag 17
Wat betekent het volgende citaat concreet «Op basis van landelijke interviews en de
casestudies concluderen we dat de sportinfrastructuur in Nederland de afgelopen jaren
op verschillende vlakken merkbaar versterking heeft gekregen, maar de mate van robuustheid
verschilt sterk tussen gemeenten»?
Vraag 18
Zijn sportverenigingen tevreden over het ondersteuningsaanbod voor sportaanbieders,
die duidelijk zijn toegenomen?
Vraag 19
Kunt u deze vragen beantwoorden voor het Commissiedebat Sportbeleid d.d. 30 juni 2026?