Vragen van de leden Boelsma-Hoekstra (CDA) en Vellinga-Beemsterboer (D66) aan de Minister
van Infrastructuur en Waterstaat over aanhoudende zorgen over buitenproportionele
eisen voor de vrijwillige scheepsvaart (ingezonden 21 mei 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Rondvaartbedrijf Amersfoortse grachten wil uitzondering
op Europees schippersdiploma»?1
Vraag 2
Hoe reflecteert u op signalen dat vrijwilligers bij vele organisaties en stichtingen
vrezen dat zij hun activiteiten in de toekomst niet kunnen voortzetten vanwege de
aangescherpte kwalificatie-eisen? Kunt u aangeven van welke organisaties zorgen hierover
bij u bekend zijn?
Vraag 3
Kunt u reflecteren op de kosten die gepaard gaan met de aangescherpte kwalificatie-eisen,
specifiek de scholingskosten en de tweejaarlijkse medische keuring? Acht u die draagbaar
en redelijk voor dergelijke, van vrijwilligers afhankelijke, organisaties?
Vraag 4
Kunt u toelichten waarom bij de vrijstellingsmogelijkheid voor open rondvaartboten,
die met lage snelheden varen in beperkte en afgesloten vaargebieden, is gekozen voor
een certificaat met verzwaarde kwalificatie-eisen, in plaats van een daadwerkelijke
vrijstelling waarin voor deze groep vastgehouden wordt aan de bestaande situatie met
het klein vaarbewijs? Kunt u hierbij ook reflecteren op de situatie in Amersfoort
waar sprake is van een beperkt en afgesloten vaargebied met ondiepe wateren, waar
met lage snelheid wordt gevaren en geen ander gemotoriseerd vaarverkeer en geen verkeerstekens
aanwezig zijn en de bestuurders over praktijkervaring beschikken?
Vraag 5
Kunt u toelichten hoe u het begrip afdoende veiligheidsniveau bij de implementatie van de Richtlijn (EU) 2017/2397 (hierna: de Richtlijn) heeft
geïnterpreteerd?
Vraag 6
Kunt u bevestigen dat de Richtlijn niet voorschrijft dat uitsluitend een praktijkexamen
kan bijdragen aan een afdoende veiligheidsniveau, maar ruimte laat voor andere vormen
van veiligheidsborging? Hoe is deze ruimte door Nederland geïnterpreteerd?
Vraag 7
Kunt u aangeven in hoeverre bij de implementatie van de Richtlijn rekening is gehouden
met het proportionaliteitsbeginsel, mede gelet op het feit dat de aangescherpte kwalificatie-eisen
met name negatieve gevolgen hebben voor vrijwilligers en kleine stichtingen?
Vraag 8
Bent u het ermee eens dat artikel 7 van de Richtlijn ruimte laat voor een functionele
beoordeling van veiligheid, waarbij niet uitsluitend gekeken hoeft te worden naar
de inhoud of zwaarte van een diploma, maar ook naar de aard van de exploitatie en
de feitelijke risico’s van de vaart?
Vraag 9
Kunt u toelichten waarom Nederland ervoor gekozen heeft de uitzonderingsmogelijkheid
van artikel 7 van de Richtlijn beperkt toe te passen, terwijl deze bepaling juist
bedoeld lijkt om maatwerk mogelijk te maken voor minder complexe of lokaal begrensde
vormen van binnenvaart?
Vraag 10
Klopt de constatering dat u, gezien de beantwoording van eerdere Kamervragen op dit
onderwerp, geen ruimte ziet om tegemoet te komen aan de in de artikelen geschetste
zorgen van onder andere de traditionele scheepsvaartsector – zoals de Berkelse en
de Enterse Zompen – en de vrijwillige rondvaartsector?2, 3
Vraag 11
Bent u bereid, met inachtneming van de bovengenoemde zorgen, in overleg met de Commissie
te treden over de Nederlandse implementatie van de Richtlijn?
Vraag 12
Bent u bereid, indien uit overleg met de Commissie blijkt dat een ruimere interpretatie
van de Richtlijn mogelijk is, met een nieuw voorstel voor de implementatie van de
kwalificatie-eisen te komen?
X Noot
1Schuttevaer, 15 mei 2026, Rondvaartbedrijf Amersfoortse grachten wil uitzondering
op Europees schippersdiploma | Schuttevaer.nl
X Noot
2Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1448
X Noot
3Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1836
X Noot
1Schuttevaer, 15 mei 2026, Rondvaartbedrijf Amersfoortse grachten wil uitzondering
op Europees schippersdiploma | Schuttevaer.nl
X Noot
2Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1448
X Noot
3Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1836