Vragen van het lid Vermeer (BBB) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over windturbines en grensregio’s (ingezonden 21 mei 2026).

Vraag 1

Deelt u dat bij windturbines net over de Duitse grens ook de Nederlandse Staat verantwoordelijk is voor naleving van Europese en internationale verplichtingen?

Vraag 2

Op basis waarvan concludeert u dat geen sprake is van significante grensoverschrijdende milieueffecten bij windturbines van circa 250 meter hoog, op korte afstand van de Nederlandse grens?

Vraag 3

Erkent u dat het Verdrag van Espoo en artikel 7 van de MER-richtlijn gelden zodra grensoverschrijdende effecten niet kunnen worden uitgesloten, los van nationale MER-drempels?

Vraag 4

Hoe beoordeelt u dat Nederlandse inwoners in de praktijk nauwelijks effectief kunnen participeren in Duitse procedures door taal-, kosten- en juridische drempels?

Vraag 5

Heeft het Rijk hierover overleg gevoerd met de provincie Overijssel, en zo ja wanneer en met welk resultaat richting Duitsland?

Vraag 6

Kunt u de verslagen hiervan aan ons doen toekomen?

Vraag 7

Deelt u dat overlegstructuren zoals de Nederlands Duitse Commissie Ruimtelijke Ordening (NDCRO) geen vervanging zijn voor juridisch afdwingbare verplichtingen uit het EU-milieurecht?

Vraag 8

Bent u bereid te komen tot een helder Rijkskader voor grensoverschrijdende windprojecten ter bescherming van leefomgeving, inwoners en gemeenten?

Vraag 9

En zo ja, per wanneer?

Vraag 10

En zo nee, waarom niet?

Vraag 11

Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?

Naar boven