Vragen van de leden Steen en Tijs van den Brink (beiden CDA) aan de Ministers van
Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over
het artikel «In de Rotterdamse probleemwijk Carnisse lachen de pandjesbazen de woningcontroleurs
«vierkant uit»» (ingezonden 20 mei 2026).
Vraag 1
Zou u willen reflecteren op de belangrijkste bevindingen in het artikel over de situatie
in Carnisse en de signalen dat woonfraude, uitbuiting en illegale huisvesting van
arbeidsmigranten structureel voortduren ondanks nieuwe wetgeving?1
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het feit dat, ondanks de invoering van de Wet goed verhuurderschap
en andere maatregelen, misstanden in wijken zoals Carnisse onverminderd doorgaan?
Vraag 3
Kunt u aangeven in hoeverre de doelen van de Wet goed verhuurderschap tot op heden
zijn gerealiseerd, specifiek voor de bescherming van arbeidsmigranten?
Vraag 4
Hoe verklaart u dat gemeenten, ondanks uitgebreid dossiermateriaal en herhaalde constateringen
van overtredingen, in de praktijk beperkt overgaan tot handhaving?
Vraag 5
In hoeverre is het huidige instrumentarium tot handhaving toereikend, maar in de praktijk
onvoldoende effectief? Zo ja, waar zit volgens u de kern van dit probleem?
Vraag 6
Zou u, gegeven het feit dat de problematiek samenhangt met de verdeling van verantwoordelijkheden
en eventuele gaten hierin, helder in kaart willen brengen welk bestuursniveau (Rijk,
gemeente, inspectiediensten) verantwoordelijk is voor:
-
a) toezicht op verhuurders
-
b) handhaving bij illegale bewoning
-
c) aanpak van arbeidsuitbuiting en mensenhandel
-
d) inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP)?
Vraag 7
Zou u willen reflecteren op de vraag of deze verantwoordelijkheden in de praktijk
voldoende op elkaar zijn afgestemd?
Vraag 8
Welke bevoegdheden of instrumenten hebben gemeenten in uw ogen nodig om effectief
te kunnen optreden wanneer bewoners de deur niet openen, sprake is van intimidatie,
of sprake is van snel wisselende bewoners, de zogenaamde carrouselconstructies?
Vraag 9
Welke mogelijkheden zijn er tot binnentreden of bestuursrechtelijk ingrijpen bij ernstige
signalen van uitbuiting en overbewoning?
Vraag 10
Zou u samen met de VNG in kaart willen brengen hoeveel capaciteit gemeenten nodig
hebben om een stevige aanpak van deze problematiek neer te zetten, gezien het voorbeeld
dat een grote stad als Rotterdam slechts enkele inspecteurs beschikbaar heeft voor
toezicht op naleving?
Vraag 11
Herkent u het beeld dat dossiers blijven liggen, handhaving uitblijft en overtreders
feitelijk wegkomen met illegale praktijken?
Vraag 12
Welke concrete maatregelen neemt u om te zorgen dat constateringen van overtredingen
sneller en daadwerkelijk leiden tot sancties?
Vraag 13
Hoe beoordeelt u de kwetsbare positie van arbeidsmigranten die geen huurcontract hebben,
afhankelijk zijn van hun werkgever voor huisvesting en uit angst voor verlies van
werk of woning geen melding durven doen?
Vraag 14
Zou u in kaart willen brengen welke mogelijkheden er zijn om deze groep beter te beschermen,
op het gebied van fatsoenlijke huisvesting, het tegengaan van misstanden en afbouwen
van onwenselijke afhankelijkheidsrelaties?
Vraag 15
Bent u bekend met signalen dat uitzendbureaus en huisvesters arbeidsmigranten ontmoedigen
of zelfs intimideren om zich in te schrijven bij gemeenten? Deelt u de opvatting dat
dit volstrekt onnacceptabel is?
Vraag 16
Welke acties onderneemt u tegen uitzendbureaus of huisvesters die arbeidsmigranten
ontmoedigen of intimideren om zich in te schrijven in de BRP?
Vraag 17
Welke sancties staan momenteel op het belemmeren van inschrijving, en in hoeverre
en hoeveel worden deze in de praktijk toegepast?
Vraag 18
Zou u inzicht willen geven in welke maatregelen er nog meer mogelijk zijn, zoals een
meldplicht voor huisvesting van arbeidsmigranten, strengere vergunningseisen voor
uitzendbureaus, of koppeling van huisvesting en registratiecontrole?
Vraag 19
Hoe wordt de samenwerking tussen gemeenten, de Arbeidsinspectie, politie en andere
instanties momenteel vormgegeven, en waar schiet deze tekort?
Vraag 20
Bent u bereid te komen tot een landelijke, integrale aanpak waarbij huisvesting, arbeid
en migratiebeleid nadrukkelijker met elkaar worden verbonden?
Vraag 21
Welke concrete aanvullende maatregelen gaat u op korte termijn nemen om situaties
zoals in Carnisse daadwerkelijk te beëindigen?