Vragen van het lid Coenradie (JA21) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
over het bericht «Désirée (38) haar donor eist vaderrol: «In plaats van leuke dingen
doen met Lenny, ben ik continu met rechtszaken bezig»» (ingezonden 15 mei 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Désirée (38) haar donor eist vaderrol: «In plaats van
leuke dingen doen met Lenny, ben ik continu met rechtszaken bezig»»?1
Vraag 2
Kunt u, zonder in te gaan op deze individuele zaak, uiteenzetten welk wettelijk toetsingskader
geldt wanneer een bekende donor, ondanks vooraf mondeling en schriftelijk gemaakte
afspraken dat hij géén vaderrol krijgt, later alsnog erkenning, omgang of een vaderrol
opeist?
Vraag 3
Klopt het dat een bekende donor niet automatisch recht heeft op omgang enkel omdat
hij biologisch vader is, maar dat hij onder omstandigheden wel een beroep kan doen
op een nauwe persoonlijke betrekking of family life? Welke juridische waarde heeft
in dat kader een donorovereenkomst waarin expliciet is vastgelegd dat de donor geen
juridische, opvoedkundige of verzorgende vaderrol zal krijgen?
Vraag 4
Klopt het dat een donorovereenkomst niet volledig kan uitsluiten dat een rechter later
alsnog omgang of family life aanneemt? Acht u dat voor alleenstaande wensmoeders voldoende
duidelijk voordat zij met een bekende donor in zee gaan?
Vraag 5
Hoe wordt in dit soort zaken het «belang van het kind» concreet vastgesteld? Kunt
u aangeven welke factoren rechters en de Raad voor de Kinderbescherming daarbij in
de praktijk meewegen?
Vraag 6
Wordt bij de beoordeling van het belang van het kind ook meegewogen of sprake is van
bedreiging, stalking, intimidatie, psychische druk, dwingende controle of andere signalen
die kunnen wijzen op onveiligheid?
Vraag 7
Deelt u de opvatting dat onveiligheid van de verzorgende ouder ook kan doorwerken
in de veiligheid en ontwikkeling van het kind, en daarom niet los mag worden gezien
van het belang van het kind?
Vraag 8
Hoe voorkomt het huidige stelsel dat een juridische procedure over omgang of erkenning
zelf wordt gebruikt als middel van druk, controle of intimidatie richting de moeder?
Vraag 9
Hoe verhoudt de aanpak van femicide en psychisch geweld zich tot het familierechtelijke
uitgangspunt dat contact met een ouder of biologische vader in beginsel in het belang
van het kind kan zijn?
Vraag 10
Aangezien de Raad voor de Kinderbescherming stelt dat contact met beide ouders alleen
uitgangspunt is «als dat veilig kan»; hoe wordt geborgd dat dit uitgangspunt ook consequent
wordt toegepast bij bekende donoren die geen oorspronkelijke vaderrol zouden hebben?
Vraag 11
Beschikt u over cijfers van zaken waarin een donorovereenkomst door de rechter anders
wordt gewogen dan de wensmoeder vooraf mocht verwachten? Zo nee, acht u het wenselijk
hier meer inzicht in te krijgen?
Vraag 12
Acht u de huidige informatievoorziening aan alleenstaande wensmoeders en bekende donoren
voldoende duidelijk over de juridische risico’s van donorconceptie met een bekende
donor, waaronder het verschil tussen een donor, een juridische ouder, een erkenner,
een gezaghebbende ouder en iemand met omgangsrecht?
Vraag 13
Bent u bereid stappen te zetten om de rechtspositie en rechtszekerheid van alleenstaande
wensmoeders bij gebruik van een bekende donor beter te borgen? Zo ja, op welke wijze
wilt u dat doen, bijvoorbeeld via wetgeving, betere voorlichting, richtlijnen of aanvullende
waarborgen in de beoordeling van omgangs- en erkenningsverzoeken?