Vragen van de leden Müller en Peter de Groot (beiden VVD) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei en de Staatssecretaris van Defensie over het rapport «No fuel, no fight: The Dutch fuel industry and European military readiness» (ingezonden 13 mei 2026).

Vraag 1

Bent u bekend met het recente rapport van The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) getiteld «No fuel, no fight: the Dutch fuel industry and European military readiness»?1

Vraag 2

Hoe beoordeelt u de toenemende tekorten aan kerosine en diesel in het licht van de voortdurende afbouw van de nationale productiecapaciteit? In hoeverre deelt u de expliciete zorgen van de onderzoekers over de risico’s die deze trend met zich meebrengt voor de stabiliteit en capaciteit van de Nederlandse kritieke energie-infrastructuur?

Vraag 3

Hoe weegt u de strategische waarde van de Nederlandse energie-infrastructuur voor de bredere leveringszekerheid van diesel en kerosine binnen de Europese Unie, zeker gezien de Nederlandse rol als logistiek knooppunt?

Vraag 4

Bent u bereid om samen met de Ministeries van I&W, Defensie en EZK in kaart te brengen hoe de toekomstige afhankelijkheden van brandstoffen zich ontwikkelen en wat de concrete gevolgen hiervan zijn voor defensie, de burgerluchtvaart en kritieke energie-infrastructuur?

Vraag 5

Wat is uw reactie op de prognose uit het rapport dat de importafhankelijkheid voor brandstoffen in 2040 zal stijgen naar 46% voor Nederland en maar liefst 72% voor de gehele Europese Unie? Welke risico’s ziet u hierin voor onze strategische autonomie?

Vraag 6

Hoe reflecteert u op de aanbeveling dat de Nederlandse overheid, in EU-verband, een kritieke ondergrens voor productiecapaciteit moet vaststellen en de noodzakelijke instrumenten moet inzetten om deze capaciteit operationeel te houden voor de vitale brandstofvoorziening?

Vraag 7

Onderschrijft u de conclusie dat Nederland en de EU stevenen op een verhoogde kwetsbaarheid door een groeiende afhankelijkheid van externe brandstofimporten? Welke stappen ziet u om deze trend te keren?

Vraag 8

Op welke wijze borgt u het behoud van de kritieke energie-infrastructuur op Nederlands grondgebied? In hoeverre worden hierbij de specifieke vereisten voor militaire mobiliteit en de collectieve Europese verdediging meegewogen?

Vraag 9

Hoe beoordeelt u de bevinding dat de huidige Methaanverordening potentieel 90% van de huidige wereldwijde olie-import diskwalificeert en de kosten voor het Europese bedrijfsleven kan laten oplopen tot 80 miljard euro?

Vraag 10

Bent u bereid de conclusies uit dit rapport te integreren in de aangekondigde «Toekomstvisie brandstoffen- en chemiegrondstoffenproductie»? Zo ja, op welke termijn kan de Kamer deze visie tegemoet zien?

Vraag 11

Bent u, mede in het licht van de bevindingen over de leveringszekerheid, bereid om de extra voorwaarden voor de indirecte kostencompensatie (IKC-ETS) voor de raffinagesector te heroverwegen, aangezien dit momenteel fungeert als een nationale kop op Europese regelgeving?

Vraag 12

Hoe kijkt u aan tegen de gereedstelling van de krijgsmacht en de risico’s van brandstoftekorten die kunnen optreden in de toekomst?

Vraag 13

Kunt u uiteenzetten hoe hij tegen de conclusie aankijkt dat in geval van een conflict de krijgsmacht voorrang moet krijgen op de beschikbaarheid van brandstoffen?

Vraag 14

Welk specifiek beleid voert het Ministerie van Defensie op het hebben van voldoende brandstoffen in het geval van een conflict?

Vraag 15

Kunt u ingaan op de conclusies in het rapport in het licht van de huidige brandstofstrategie van Defensie, ook in NAVO en Europees verband?

Vraag 16

Welke aanvullende maatregelen gaat u nemen naar aanleiding van de conclusies van het rapport?

Vraag 17

Kunt u deze vragen 1 voor 1 beantwoorden?

Naar boven