Vragen van het lid Moinat (Groep Markuszower) aan de Minister van Werk en Participatie over fraude bij inburgeringsexamens (ingezonden 28 april 2026).

Vraag 1

Deelt u de opvatting dat fraude bij inburgeringsexamens directe consequenties moet hebben voor het verblijfsrecht van betrokkenen? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan?1

Vraag 2

Welke mogelijkheden bestaan er om reeds verleende verblijfsvergunningen of naturalisaties, die (mede) zijn gebaseerd op frauduleus verkregen inburgeringscertificaten, in te trekken?

Vraag 3

Hoeveel personen hebben mogelijk ten onrechte een inburgeringscertificaat verkregen als gevolg van deze fraude, en wat betekent dit voor de betrouwbaarheid van het huidige systeem?

Vraag 4

Op welke wijze wordt structureel gecontroleerd op fraude bij examenafname in het buitenland, en bent u bereid deze controles aanzienlijk te intensiveren?

Vraag 5

Welke rol spelen tussenpersonen, commerciële bureaus of opleidingsinstituten bij deze fraude, en welke maatregelen worden genomen om deze partijen aan te pakken of te verbieden?

Vraag 6

Bent u bereid om een onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de omvang en organisatie van deze fraudepraktijken, inclusief mogelijke netwerken die hierbij betrokken zijn?

Vraag 7

In hoeverre acht u het huidige inburgeringsstelsel nog robuust genoeg om misbruik te voorkomen, en welke fundamentele aanpassingen acht u noodzakelijk?

Vraag 8

Wordt overwogen om de afname van inburgeringsexamens in het buitenland (tijdelijk) op te schorten totdat de integriteit van het systeem kan worden gegarandeerd?

Vraag 9

Hoe wordt samengewerkt met buitenlandse autoriteiten om fraude bij examenafname tegen te gaan en daders op te sporen?

Vraag 10

Bent u bereid om aanvullende sancties in te voeren, zoals langdurige uitsluiting van het inburgeringstraject of boetes, voor personen die fraude plegen of faciliteren?

Naar boven