Vragen van het lid Dassen (Volt) aan de Ministers van Klimaat en Groene Groei, van
Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en van Infrastructuur en Waterstaat
over de versnelde verzwakking van de Atlantische omloopstroming (AMOC) (ingezonden
28 april 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het onderzoek gepubliceerd op 16 april 2026 in Science Advances1, waaruit blijkt dat de Atlantic Meridional Overturning Circulation (AMOC) sneller
verzwakt dan gemiddelde klimaatmodellen voorspelden en mogelijk al rond het midden
van deze eeuw een kantelpunt bereikt, en wat is uw appreciatie van deze bevindingen?2
Vraag 2
Welke gevolgen heeft het nieuwe inzicht dat de AMOC voor het einde van deze eeuw met
meer dan 50% kan vertragen, mede door de versnelde smelting van het Groenlandse landijs,
voor de ambitie en urgentie van het Nederlandse klimaatbeleid, en bent u bereid het
klimaatbeleid hierop aan te scherpen?
Vraag 3
Deelt u de conclusie van de onderzoekers dat de tijd voor halve maatregelen voorbij
is en dat de bevindingen over de AMOC dwingen tot een fundamentele versnelling van
de klimaattransitie, en zo ja, welke concrete beleidsmaatregelen overweegt u op korte
termijn te nemen die verder gaan dan het bestaande beleid?
Vraag 4
Wordt het risico dat een ineenstorting van de AMOC zichzelf versterkt doordat opgeslagen
koolstof vrijkomt uit de oceaan en zo de opwarming verder versnelt, meegenomen in
de klimaatrisicoscenario’s van het ministerie, en zo niet, bent u bereid dit alsnog
te laten onderzoeken?
Vraag 5
Bent u bereid om de gevolgen van een mogelijke AMOC-ineenstorting voor de Nederlandse
economie, voedselvoorziening en het waterbeheer systematisch in kaart te brengen?
Vraag 6
Zijn de huidige Nederlandse waterkeringen en overstromingsscenario’s gebaseerd op
actuele AMOC-risicomodellen, en zo niet, wanneer worden deze geactualiseerd?
Vraag 7
Beschikt u over voldoende capaciteit en middelen om de gevolgen van AMOC-verzwakking
voor Nederland structureel te monitoren en door te vertalen naar beleidsrelevante
scenario’s?
Vraag 8
Worden de nieuwste AMOC-scenario’s, waarbij wetenschappers stellen dat het kantelpunt
mogelijk al rond het midden van deze eeuw bereikt wordt, actief meegenomen in langetermijnbeslissingen
over infrastructuur, ruimtelijke ordening en waterveiligheid, en zo ja, op welke wijze?
Vraag 9
Bent u bereid in Europees verband het gevaar van een ineenstorting van de AMOC aan
te kaarten en het klimaatbeleid hierop aan te scherpen, en zo nee, waarom niet?
Vraag 10
Op welke wijze integreert u de klimaatrechtvaardigheidsaspecten van een mogelijke
AMOC-ineenstorting, die ernstige gevolgen heeft voor landbouw, voedselzekerheid en
zeespiegelstijging in Afrika en de Amerika’s in regio’s die nauwelijks bijdragen aan
de uitstoot die dit veroorzaakt, in het Nederlandse beleid voor ontwikkelingssamenwerking
en internationaal klimaatbeleid?
Vraag 11
Hoe beoordeelt u de uitkomst dat de routekaart van COP30-gastland Brazilië geen verwijzing
naar fossiele brandstoffen bevat, mede vanwege de invloed van lobbyisten uit de industrie,
en welke concrete stappen onderneemt Nederland om bij COP30 alsnog een ambitieuze
afbouw van fossiele brandstoffen op de agenda te krijgen?
X Noot
1Portmann et al., Science Advances, vol. 12 (april 2026), «Observational constraints project a ~50% AMOC weakening by
the end of this century».
X Noot
1Portmann et al., Science Advances, vol. 12 (april 2026), «Observational constraints project a ~50% AMOC weakening by
the end of this century».