Vragen van het lid Vellinga-Beemsterboer (D66) aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het bericht dat de Nederlandse visserijsector een nieuwe vangstmethode (de «flyshoot») grootschalig inzet zonder de impact op de visstand te onderzoeken (ingezonden 23 april 2026).

Vraag 1

Op welke wetenschappelijke basis wordt de flyshoot-methode momenteel beoordeeld als aanvaardbaar vanuit het oogpunt van ecosysteembeheer en acht u die onderbouwing voldoende, gezien de schaal waarop deze methode inmiddels wordt toegepast?1

Vraag 2

Deelt u de analyse dat flyshoot in zijn geïndustrialiseerde Nederlandse vorm met zware kabels en hoog motorvermogen wezenlijk verschilt van de oorspronkelijke, kleinschalige Deense snurrevaad-methode en wat betekent dat voor de ecologische beoordeling?

Vraag 3

Hoe reflecteert u op de visserij die volgens het artikel niet mee willen werken aan het onderzoek van 4,8 miljoen euro naar de ecologische impact van flyshoot vissen?

Vraag 4

Herkent u zich in de analyse dat het risico op overbevissing toeneemt door het uitblijven van onderzoek, dataverzameling en beheermaatregelen?

Vraag 5

Welk instrumentarium heeft u om deelname aan het onderzoek alsnog te bevorderen? Kunt u toezeggen dat instrumentarium in te zetten?

Vraag 6

Hoe wordt de bijvangst van niet-doelsoorten bij flyshoot-schepen momenteel gemonitord en acht u die monitoring toereikend voor soorten waarvoor geen quota bestaan?

Vraag 7

Hoe verhoudt het huidige vergunningenbeleid voor flyshoot zich tot de verplichting om te handelen op basis van het voorzorgsprincipe uit het Gemeenschappelijk Visserijbeleid? Bent u voornemens dit beleid aan te passen?

Vraag 8

Kunt u in Europees verband pleiten voor uniforme transparantie-eisen en monitoringsverplichtingen voor visserijmethoden met een vergelijkbare vangstkracht als de huidige Nederlandse flyshoot?

Vraag 9

Welke andere concrete stappen gaat u nemen om overbevissing te voorkomen, te voorkomen dat we een herhaling krijgen van de situatie waar Nederland eerder mee te maken had omtrent de pulsvisserij en welke stappen gaat u zetten om te zorgen dat de relatie met onze buurlanden constructief blijft?

Vraag 10

In welke mate zorgt flyshoot-vissen voor bodemberoering in vergelijking met conventionele boomkor- en pulsvisserij?

Vraag 11

Wat is de klimaatimpact van bodemberoering door de vormen van visserij in voorgaande vraag en in hoeverre wordt die impact meegenomen in de klimaatscenario’s en uitstootcijfers van deze sector?

Vraag 12

Welke stappen zet u om de ecologische en klimaatimpact van bodemberoerende visserij te beperken?

Vraag 13

Kunt u uiteenzetten welke maatregelen de reeds aangekondigde «energie-efficiëntieregeling visserij» van 25 miljoen euro zal bekostigen (Kamerstuk 36 933, nr. 1)?

Vraag 14

Wordt bij de toekenning van de verduurzamingssubsidie onderscheid gemaakt tussen investeringen die de vangstkracht verhogen en investeringen die de milieu-impact per gevangen kilo vis verlagen? Zo ja, hoe?

Vraag 15

Kunt u bevestigen dat het ministerie in de periode 2025–2029 80 miljoen euro apart heeft gezet voor de verduurzaming van de vloot, bovenop eerdere middelen uit het klimaatfonds?

Vraag 16

Hoeveel procent van de kotters en andere vissersschepen verwacht u dat met deze nieuwe 25 miljoen euro bovenop de reeds gereserveerde 80 miljoen euro te kunnen verduurzamen?

Vraag 17

Hoe wordt voorkomen dat deze middelen ten goede komen aan methoden die de visstand verder onder druk zetten?

Vraag 18

Is de Staatssecretaris bereid de subsidiecriteria zo in te richten dat vissers die meewerken aan wetenschappelijk onderzoek naar de impact van hun vangstmethode voorrang of een toeslag krijgen?

Vraag 19

Welke ruimte ziet u om de verduurzamingssubsidies specifiek te benutten voor de overgang naar kleinschaligere en meer selectieve vismethoden, zoals handlijnvisserij en passieve visserij, als alternatief voor opschaling van de flyshoot?

Naar boven