Vragen van het lid Wiersma (BBB) aan de Ministers van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid
en Natuur en van Infrastructuur en Waterstaat over de afsluiting kwelders Wierum en
Ternaard en beperking recreatief gebruik Waddenzee (ingezonden 23 april 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met recente berichten over het afsluiten van delen van de Waddenzee,
waaronder de kwelders bij Wierum en Ternaard, en het stopzetten van excursies naar
Rottum?
Vraag 2
Klopt het dat Rijkswaterstaat inzet op het afsluiten van meerdere gebieden in de Waddenzee
voor publiek gebruik in het kader van Natura 2000-doelstellingen?
Vraag 3
Welke concrete ecologische problemen liggen volgens het kabinet ten grondslag aan
deze maatregelen en welke rol speelt recreatie daarin ten opzichte van andere factoren,
zoals visserij, scheepvaart, industrie en baggerwerkzaamheden?
Vraag 4
Kunt u onderbouwen welk aandeel recreatief medegebruik heeft in de verstoring van
natuurwaarden in de Waddenzee?
Vraag 5
Waarom is in deze gevallen gekozen voor een vergaande en vaak jaarronde afsluiting,
terwijl recreatie in het Waddengebied grotendeels seizoensgebonden, weersafhankelijk
en tijdelijk van aard is?
Vraag 6
In hoeverre zijn alternatieven onderzocht, zoals seizoensgebonden openstelling, zonering,
vergunningen of begeleide toegang?
Vraag 7
Hoe weegt u het feit dat lokale gebruikers, zoals wadlopers, vissers, schippers en
bewoners al generaties lang verbonden zijn met het gebied en een belangrijke rol vervullen
als «ogen en oren» van de natuur?
Vraag 8
Deelt u de zorg dat het uitsluiten van deze groepen kan leiden tot verlies van lokale
kennis, minder toezicht in het gebied en afname van betrokkenheid bij natuurbeheer?
Vraag 9
Kunt u toelichten hoe de belangen van natuur, leefbaarheid en cultureel gebruik van
het gebied tegen elkaar zijn afgewogen bij deze besluiten?
Vraag 10
Waarom richt het beleid zich volgens signalen uit de regio relatief sterk op het beperken
van recreatie, terwijl grotere drukfactoren mogelijk onderbelicht blijven?
Vraag 11
Bent u het ermee eens dat natuur en mens in veel gevallen samen kunnen gaan en dat
volledige uitsluiting van mensen niet altijd de meest effectieve maatregel is?
Vraag 12
Hoe voorkomt u dat maatregelen vooral bijdragen aan het behalen van papieren natuurdoelen,
zonder aantoonbaar effect op daadwerkelijke natuurverbetering?
Vraag 13
Bent u bereid om samen met regionale partijen, gebruikers en bewoners te werken aan
gebiedsgerichte oplossingen met draagvlak, in plaats van generieke afsluitingen?
Vraag 14
Kunt u toezeggen dat toekomstige maatregelen in de Waddenzee expliciet worden getoetst
op effectiviteit, proportionaliteit en draagvlak?
Vraag 15
Waarom is specifiek gekozen voor locaties zoals ’t Skoar bij Ternaard en de nieuwe
kwelder bij Wierum en bijvoorbeeld niet voor kwelders in de Peazumerlannen?
Vraag 16
Waarom worden dergelijke besluiten volgens signalen uit de regio in sterke mate top-down
genomen, zonder voldoende overleg met de lokale gemeenschap, lokale politiek en omwonenden?
Vraag 17
Heeft het afsluiten van buitendijkse gebieden gevolgen voor lopende dijkversterkingsprojecten?
Vraag 18
Waarom wordt de lokale gemeente volgens signalen op geen enkele manier betrokken bij
dergelijke besluiten, terwijl zij over belangrijke gebiedskennis beschikt en de gevolgen
ook haar plannen rond toerisme raken?
Vraag 19
Bent u zich ervan bewust dat dergelijke besluiten plaatsvinden in regio’s aan de randen
van Nederland, waar voorzieningen onder druk staan en waar deze gebieden juist bijdragen
aan de leefkwaliteit en het gevoel van verbondenheid van bewoners?
Vraag 20
Deelt u de zorg dat het op deze wijze afsluiten van gebieden negatieve gevolgen kan
hebben voor het vertrouwen van inwoners in de overheid?