Vragen van het lid Goudzwaard (JA21) aan de Staatssecretaris van Financiën over het afschaffen van het laag btw-tarief op sierteelt (ingezonden 22 april 2026).

Vraag 1

Kunt u duidelijkheid scheppen in de ramingsmethodiek achter de begrote jaarlijkse btw-opbrengst van 328 miljoen euro van het afschaffen van het laag btw-tarief op sierteelt?

Vraag 2

Bent u bekend met het WUR-rapport doorrekening effecten van btw-verhoging op sierteeltproducten in Nederland en de Europese Unie (2023-120)?

Vraag 3

Hoe verklaart u het verschil tussen de maximale netto btw-opbrengst van 159 miljoen euro volgens het WUR-rapport en de begrote 328 miljoen euro volgens de Voorjaarsnota?

Vraag 4

In hoeverre zijn de financiële gevolgen van het mogelijke verlies van 2.440 voltijdbanen, waaronder extra uitgaven aan sociale zekerheid en lagere belastinginkomsten uit arbeid, volgens het WUR-rapport meegenomen in de Voorjaarsnota?

Vraag 5

Het verlaagde btw-tarief is onder andere ingevoerd om bloemen en planten betaalbaar te maken en werkgelegenheid te stimuleren: hoe verhoudt het besluit van het kabinet zich tot deze voormalige doelstelling?

Vraag 6

Heeft u onderzocht of deze maatregel per saldo contraproductief kan uitpakken voor de belastingopbrengst, indien de vraaguitval groter blijkt dan geraamd?

Vraag 7

Welke meer doelmatige alternatieven heeft u overwogen alvorens te kiezen voor afschaffing van het verlaagde btw-tarief op sierteelt?

Vraag 8

Welke lessen trekt u uit Spanje, waar een vergelijkbare btw-verhoging op sierteelt in 2012 één van de oorzaken was van een omzetdaling van ruim 25 procent en aanzienlijke bedrijfssluitingen, waarna de maatregel weer is teruggedraaid?

Vraag 9

Bent u bereid de ramingen te actualiseren, waarbij op onderzoek gebaseerde prijselasticiteiten expliciet worden meegenomen en deze voordat verdere besluitvorming plaatsvindt aan de Kamer te sturen?

Vraag 10

Kunt u toelichten hoe de maatregel zich verhoudt tot het doel van vergroening van stedelijk gebied en de publieke ruimte?

Naar boven