Vragen van het lid Van Eijk (VVD) aan de Ministers van Financiën en van Justitie en Veiligheid over de Panama Papers en de Nederlandse trustsector (ingezonden 17 april 2026).

Vraag 1

Bent u bekend met de artikelen in het FD van 3 april1 en 8 april2 jl. over de trustsector?

Vraag 2

Hoe beoordeelt u de wijze waarop in de media het functioneren en de maatschappelijke waarde van de Nederlandse trustsector wordt weergegeven?

Vraag 3

Deelt u de opvatting dat het sterk afgenomen aantal trustkantoren (circa 80%) en doelvennootschappen (circa 50%) niet uitsluitend als een morele overwinning moet worden gepresenteerd, maar ook economische consequenties heeft?

Vraag 4

Kunt u uiteenzetten welke rol de trustsector speelt in:

  • het faciliteren van internationale investeringsstromen;

  • naleving van internationale wet- en regelgeving;

  • het Nederlandse vestigingsklimaat;

  • werkgelegenheid en belastingopbrengsten?

Vraag 5

In hoeverre acht u het risico aanwezig dat negatieve beeldvorming en beleidsaanscherpingen ertoe leiden dat internationaal opererende bedrijven Nederland vermijden of verlaten?

Vraag 6

Hoe beoordeelt u het functioneren van De Nederlandsche Bank als toezichthouder op de trustsector?

Vraag 7

Herkent u signalen uit de sector dat er sprake zou zijn van een disproportioneel strikte of zelfs vijandige toezichtshouding?

Vraag 8

Hoe waarborgt u dat toezicht effectief is zonder het legitieme functioneren van de sector onnodig te belemmeren?

Vraag 9

Wat is naar uw inschatting de omvang van illegale trustdienstverlening in Nederland?

Vraag 10

Erkent en herkent u signalen dat illegale trustdienstverlening toeneemt?

Vraag 11

Wat zijn naar uw mening de belangrijkste oorzaken van deze ontwikkeling, mede in relatie tot aangescherpte regelgeving zoals de Wtt 2018?

Vraag 12

Wordt illegale trustdienstverlening naar uw oordeel voldoende bestreden? Zo nee, waar ziet u ruimte voor verbetering?

Vraag 13

Hoeveel signalen over mogelijke illegale trustdienstverlening worden jaarlijks afgegeven en in hoeverre worden deze opgevolgd?

Vraag 14

Klopt het dat overwogen is om intensiever op te treden tegen illegale dienstverlening, maar dat hiervan is afgezien vanwege kostenoverwegingen? Zo ja, wat is uw oordeel daarover?

Vraag 15

Wanneer wordt de evaluatie van de Wet toezicht trustkantoren 2018 afgerond?

Vraag 16

Indien blijkt dat strengere regelgeving leidt tot een verschuiving naar illegale dienstverlening, bent u bereid in overleg te treden met de sector om deze onbedoelde effecten te mitigeren?

Vraag 17

Hoe groot acht u de risico’s op witwassen en terrorismefinanciering bij illegale trustdienstverlening?

Vraag 18

Wat is de stand van zaken van het onderzoek naar risicovolle adressen (motie Van Nispen3)?

Vraag 19

Klopt het dat er een pilot loopt in Noord-Holland en wat zijn de eerste bevindingen?

Vraag 20

Hoe weegt u de rol van de trustsector in het licht van internationale ontwikkelingen zoals BEPS, ATAD en de wereldwijde minimumbelasting (Pijler 2)?

Vraag 21

Deelt u de analyse dat door deze internationale maatregelen de mogelijkheden voor belastingontwijking via Nederland sterk zijn beperkt?

Vraag 22

Hoe voorkomt u dat aanvullende nationale maatregelen het Nederlandse vestigingsklimaat verder onder druk zetten?

Vraag 23

Welke concrete stappen bent u bereid te zetten om Nederland aantrekkelijk te houden voor internationaal opererende bedrijven, mede gezien de geopolitieke en economische ontwikkelingen?

Naar boven