Vragen van de leden Köse (D66) en Jumelet (CDA) aan de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat over de aardbeving in Eleveld op 14 oktober 2026 en de belofte voor een nieuwe regeling (ingezonden 23 maart 2026).

Vraag 1

Gelet op het feit dat de Commissie Mijnbouwschade in eerdere gevallen 440.000 euro aan onderzoeks- en proceskosten heeft gemaakt tegenover slechts € 80.000 aan uitgekeerde herstelgelden en zij het hier zelf ook niet mee eens is, hoe wordt bij de uitwerking van een nieuwe regeling geborgd dat een proportioneel en maatschappelijk uitlegbaar deel van de middelen daadwerkelijk terechtkomt bij herstel en compensatie voor bewoners?

Vraag 2

Welke uitgangspunten hanteert u om te waarborgen dat de nieuwe regeling uitgaat van vertrouwen in bewoners, in plaats van wantrouwen en bewijsdruk?

Vraag 3

Welke waarborgen komen er voor een eenvoudige, laagdrempelige en snelle afhandeling van kleine en evidente schadegevallen?

Vraag 4

Op welke wijze wordt in de uitwerking expliciet rekening gehouden met de impact van schade en procedures op het welzijn en vertrouwen van bewoners, en welke ondersteuning wordt daarbij geboden?

Vraag 5

Hoe wordt voorkomen dat bewoners met vergelijkbare schade uitsluitend op basis van het moment van melding of afhandeling verschillend worden behandeld?

Vraag 6

Bent u bekend met het feit dat dat na de aardbeving bij Eleveld een situatie is ontstaan waarbij de straat of postcode van inwoners bepalend is voor de hoogte en toegankelijkheid van schadevergoeding, doordat er verschillende regelingen gelden van Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) en de Commissie Mijnbouwschade? Hoe beoordeelt u deze ontstane tweedeling, waarbij inwoners in vergelijkbare situaties ongelijk worden behandeld?

Vraag 7

Deelt u de opvatting dat de huidige situatie, met meerdere loketten en regelingen voor schadeafhandeling in hetzelfde gebied, leidt tot onduidelijkheid en ongelijkheid voor gedupeerden? In hoeverre ziet u een oplossing in het organiseren van één centraal loket voor mijnbouwschade (één loket voor alle gedupeerden) om in dit gebied te zorgen voor een eerlijkere, transparantere en toegankelijkere afhandeling?

Vraag 8

Welke andere mogelijkheden ziet u om de onwenselijke situatie te repareren waarin bewoners die dichter bij het epicentrum wonen soms juist onder een ongunstiger regime vallen, waarbij zij moeten aantonen dat schade door de aardbeving is veroorzaakt, terwijl in andere gebieden die met schade door dezelfde aardbeving kampen het bewijsvermoeden geldt?

Vraag 9

Wordt ook bezien of voor eerder afgehandelde gevallen een vorm van herbeoordeling, nabetaling of aanvullende compensatie mogelijk is om de gehanteerde regeling gelijk te trekken?

Naar boven