Vragen van de leden Van den Berg en Hoogeveen (beiden JA21) aan de Minister van Klimaat
en Groene Groei over het bericht dat Polen en Italië met acht andere lidstaten de
aanval openen op de Europese CO2-beprijzing (ingezonden 20 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Polen en Italië openen met acht andere lidstaten aanval
op Europese CO2-beprijzing»?1
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het feit dat meerdere EU-lidstaten inmiddels openlijk aandringen
op herziening, afzwakking of tijdelijke opschorting van het ETS vanwege de gevolgen
voor energieprijzen, industrie en concurrentiekracht?
Vraag 3
Erkent u dat de kosten van het ETS in de praktijk niet beperkt blijven tot de papieren
handel in emissierechten, maar via de elektriciteitsprijs en productiekosten rechtstreeks
doorwerken in de rekening van bedrijven en uiteindelijk ook van consumenten?
Vraag 4
Waarom kiest u er niet voor zich actief aan te sluiten bij lidstaten als Polen en
Italië die pleiten voor een fundamentele herziening of tijdelijke opschorting van
het ETS?
Vraag 5
Klopt het dat in de Europese discussie over concurrentievermogen en energieprijzen
inmiddels expliciet wordt gewezen op de kosten die samenhangen met het ETS? Welke
conclusies trekt u daaruit voor de Nederlandse inzet?
Vraag 6
Bent u bereid in Brussel te pleiten voor een tijdelijke noodrem of opschorting van
onderdelen van het ETS zolang de energieprijzen uitzonderlijk hoog zijn en de concurrentiekracht
van de Europese industrie verder onder druk staat? Zo nee, waarom niet?
Vraag 7
Deelt u de mening dat ETS-opbrengsten in de eerste plaats ten goede moeten gaan van
de industrie en naar maatregelen die de energierekening en concurrentiedruk verlagen,
in plaats van te worden gebruikt om nieuw klimaatbeleid verder op te tuigen?
Vraag 8
Bent u bereid zich in te zetten voor een ingrijpende herziening van het ETS, waarbij
betaalbaarheid van energie, leveringszekerheid en een gelijk speelveld voor Europese
bedrijven zwaarder gaan wegen dan de huidige ideologische fixatie op steeds hogere
CO2-prijzen?
Vraag 9
Kunt u aangeven welke gevolgen het ETS volgens u momenteel heeft voor de Nederlandse
energie-intensieve industrie, waaronder de chemie, staal, raffinage en andere grootverbruikers?
Vraag 10
Kunt u daarbij ook inzichtelijk maken in hoeverre ETS-kosten doorwerken in de Nederlandse
elektriciteitsprijs en daarmee het vestigingsklimaat en de werkgelegenheid raken?
Vraag 11
Klopt het dat binnen het bestaande Europese ETS een deel van de opbrengsten van emissierechten
wordt aangewend voor een fonds ten behoeve van lagere-inkomenslidstaten, het zogenoemde
Modernisation Fund?
Vraag 12
Hoe beoordeelt u het principiële bezwaar dat Europese CO2-beprijzing daarmee niet alleen een prijsprikkel is, maar ook een herverdelingsmechanisme
wordt waarbij opbrengsten uit het ETS worden ingezet voor vergroening in andere lidstaten?
Vraag 13
Kunt u inzichtelijk maken welk deel van de totale ETS-opbrengsten binnen de Europese
Unie momenteel wordt gereserveerd voor het Modernisation Fund en in hoeverre dit leidt
tot minder ruimte voor lastenverlichting of concurrentieversterking in lidstaten als
Nederland?
Vraag 14
Deelt u de mening dat dit fonds de prikkel vergroot om ETS-opbrengsten te zien als
financieringsbron voor steeds verdergaande Europese klimaatpolitiek in plaats van
als middel dat juist zou moeten worden beperkt vanwege de schade voor koopkracht en
concurrentiekracht?
Vraag 15
Kunt u uitsluiten dat Nederland in toekomstige Europese onderhandelingen zal instemmen
met nieuwe of grotere ETS-gerelateerde herverdelingsfondsen ten behoeve van andere
lidstaten? Zo nee, waarom vindt u het aanvaardbaar dat Nederlandse huishoudens en
ondernemingen worden geconfronteerd met hogere energiekosten, terwijl ETS-opbrengsten
mede worden afgeroomd voor klimaatuitgaven elders in Europa?
X Noot
1De Telegraaf, 18 maart 2026, «Polen en Italië openen met acht andere lidstaten aanval
op Europese CO2-beprijzing»
X Noot
1De Telegraaf, 18 maart 2026, «Polen en Italië openen met acht andere lidstaten aanval
op Europese CO2-beprijzing»