Vragen van het lid Coenradie (JA21) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over
sepots en strafbeschikkingen door het Openbaar Ministerie (ingezonden 4 februari 2026).
Vraag 1
Hoeveel zaken zijn in 2023, 2024 en 2025 door het Openbaar Ministerie (OM) geseponeerd
(absoluut en als percentage van het totaal aantal afdoeningen)?
Vraag 2
Kunt u deze sepotcijfers uitsplitsen naar delictcategorie (bijvoorbeeld: geweld, vermogensdelicten,
zedendelicten, cybercriminaliteit/digital crime, drugsdelicten, verkeersdelicten,
overige) en daarbij de definities van de gebruikte categorieën vermelden?
Vraag 3
Kunt u de sepotcijfers daarnaast uitsplitsen naar sepotgrond (bijvoorbeeld: technisch
sepot, beleidssepot/opportuniteitssepot, onvoldoende bewijs, geringe ernst/geen maatschappelijk
belang, capaciteits-/prioriteringsredenen, anders) en aangeven welk deel van de sepots
(mede) samenhangt met capaciteits- of prioriteringskeuzes?
Vraag 4
Hoeveel sepots betroffen zaken die waren aangeleverd door de politie met het oordeel
«voldoende bewijs» of «verdenking blijft», en wat zijn daarvoor de belangrijkste redenen?
Vraag 5
Kunt u kwalitatief en kwantitatief uiteenzetten welke factoren in de praktijk ten
grondslag liggen aan het seponeren van strafzaken door het OM, bijvoorbeeld capaciteits-
en prioriteringskeuzes, kwaliteit en volledigheid van politiedossiers, complexiteit
van zaken en bewijslast, beleidsmatige keuzes in het kader van het opportuniteitsbeginsel
of overige oorzaken?
Vraag 6
Hoeveel zaken zijn in 2023, 2024 en 2025 afgedaan met een strafbeschikking (absoluut
en als percentage van het totaal aantal afdoeningen)?
Vraag 7
Kunt u de strafbeschikkingscijfers uitsplitsen naar delictcategorie (zoals genoemd
in vraag 2) en ook aangeven welk deel ziet op first offenders en welk deel op recidivisten?
Vraag 8
Kunt u aangeven hoeveel strafbeschikkingen in 2023, 2024 en 2025 zijn betaald/nagekomen
binnen de gestelde termijn, bij hoeveel verzet is aangetekend (en met welk resultaat),
hoeveel zijn ingetrokken of aangepast, en hoeveel niet ten uitvoer zijn gelegd wegens
onvindbaarheid, betalingsonmacht of een andere reden?
Vraag 9
Kunt u toelichten welke factoren bepalend zijn voor de keuze van het OM om strafzaken
af te doen via een strafbeschikking in plaats van dagvaarding en kunt u daarbij inzichtelijk
maken in hoeverre deze keuze wordt beïnvloed door beschikbare capaciteit binnen het
OM en de rechtspraak, beleidsmatige aansturing en standaardisering van afdoeningen,
aard en ernst van het delict, doorlooptijden en efficiëntieoverwegingen of andere
relevante factoren?
Vraag 10
Zijn er binnen de sepots en strafbeschikkingen de afgelopen tien jaar trends of trendbreuken
waar te nemen? En, zo ja, welke zijn dat en wat valt hier aan ten grondslag?
Vraag 11
Welke verwachtingen heeft het OM voor de komende jaren ten aanzien van het aantal
vervolgingen, sepots en strafbeschikkingen?
Vraag 12
Wat heeft het OM concreet nodig om de komende jaren meer strafzaken daadwerkelijk
te kunnen vervolgen?