Vragen van het lid Schutz (VVD) aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
over het bericht «Vechtpartijen, vernielingen en vrouwen die worden lastiggevallen:
reljeugd teistert treinreizigers in Zeeland» (ingezonden 20 januari 2026).
Vraag 1
Deelt u de mening dat openbaar vervoer veilig moet zijn en dat iedereen te allen tijde
zonder angst moeten kunnen reizen, vooral juist en vooral ook meisjes en vrouwen?1
Vraag 2
Deelt u de mening dat reizigers zich niet zouden moeten hoeven aanpassen aan het gedrag
van een overlastgevende groep en dat NS-personeel het werk niet onder druk, met gevoel
van onveiligheid moet hoeven uitvoeren?
Vraag 3
Sinds wanneer is deze overlast op het Zeeuwse spoor en stations ontstaan? Om hoeveel
incidenten gaat het? Of is het beeld structureel?
Vraag 4
In hoeverre neemt de problematiek toe, niet alleen in aantallen meldingen, maar ook
in de ernst van het gedrag? En wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen incidentele
verstoringen en structurele overlast door dezelfde groepen? Hoe is het beeld in de
rest van het land?
Vraag 5
In hoeverre zijn deze dadergroepen bij politie en NS in beeld? Wordt er gewerkt met
een persoonsgerichte aanpak van veelplegers, bijvoorbeeld via vervoersverboden in
het openbaar vervoer, gebiedsontzeggingen of andere interventies die verder gaan dan
het steeds opnieuw reageren op incidenten? Welke rol nemen gemeenten in het proces?
Vraag 6
Hoe houdbaar is de goede tijdelijke maatregel om extra toezicht en het meereizen van
politie voort te zetten?
Vraag 7
Welke structurele, voortdurende maatregelen ziet u om de sociale veiligheid ín de
trein voor reizigers en personeel te verbeteren, aanvullend op maatregelen op stations?
Vraag 8
Hoe effectief is het recent geïntroduceerde noodnummer waarmee reizigers de conducteur
kunnen bereiken bij bedreigende of vervelende situaties? In welke mate voelen conducteurs
zich veilig genoeg om zelf in te grijpen wanneer zij bericht worden over een bedreigende
of vervelende situatie? Hoe effectief is dit noodnummer en wat is de reizigerservaring
hierop? Is dit noodnummer ook gebruikt bij deze overlastgevende situaties in Zeeland?
Vraag 9
Overweegt u, of de NS, nog andere, aanvullende veiligheidsmaatregelen, bijvoorbeeld
het implementeren van niet alleen een noodnummer maar ook een noodknop in de treincoupés?
Kunt u de Kamer meenemen in mogelijkheden die u en de NS overwegen?
Vraag 10
Zijn bij u nog andere effectieve voorbeelden bekend van maatregelen in het buitenland
waar vergelijkbaar overlast in het openbaar vervoer is teruggedrongen? En vooral maatregelen
die wij in Nederland nog niet toepassen? Zo ja, welke lessen kunnen daaruit worden
getrokken voor Nederland?
Vraag 11
Hoe effectief blijken de camera's aan boord van de trein bij het registreren en opvolgen
van de overlast? Zijn daar verbeteringen mogelijk en denkbaar? Wat is daarvoor nodig?
Vraag 12
In welke mate kunnen slimme AI-camera's om, binnen de kaders van de AVG, onwenselijke
gedragingen, vrij van persoonskenmerken, te detecteren, vast te leggen en te verwerken
de oplossing zijn? Kan dat ook in de trein? Zijn deze camera's effectiever dan de
huidige?
Vraag 13
Deelt u de mening dat de pakkans aanmerkelijk verhogen preventief werkt? Wat is uw
standpunt en – voor zover bekend – van de NS hierover?
Vraag 14
Indien cameratoezicht goed wordt ingezet, is er ruimte om raddraaiers en overlastgevers
te herkennen en een (tijdelijk) reisverbod op te kunnen leggen? Kunt u uw antwoord
toelichten?
X Noot
1De Telegraaf, 11 januari 2026, «Vechtpartijen, vernielingen en vrouwen die worden
lastiggevallen: reljeugd teistert treinreizigers in Zeeland» (Vechtpartijen, vernielingen
en vrouwen die worden lastiggevallen: reljeugd teistert treinreizigers in Zeeland
| De Telegraaf)
X Noot
1De Telegraaf, 11 januari 2026, «Vechtpartijen, vernielingen en vrouwen die worden
lastiggevallen: reljeugd teistert treinreizigers in Zeeland» (Vechtpartijen, vernielingen
en vrouwen die worden lastiggevallen: reljeugd teistert treinreizigers in Zeeland
| De Telegraaf)