Vragen van de leden Van der Werf, Bamenga (beiden D66) en Boswijk (CDA) aan de Minister
en de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken over het verbieden van hulporganisaties
in Gaza en de Westelijke Jordaanoever (ingezonden 31 december 2025).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van recente berichtgeving, waarin wordt gemeld dat Israël tientallen
internationale hulporganisaties, waaronder Artsen zonder Grenzen, Save the Children,
CARE en Oxfam Novib, per 1 januari de toegang tot Gaza en de Westelijke Jordaanoever
ontzegt? Wat is uw beoordeling van deze ontwikkeling?
Vraag 2
Deelt u de kwalificatie van landen als het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Canada,
Noorwegen en Japan dat de humanitaire situatie in Gaza opnieuw is verslechterd en
inmiddels als catastrofaal moet worden aangemerkt? Zo ja, welke consequenties verbindt
u daaraan? Zo nee, waarom niet?
Vraag 3
Bent u bekend met de open brief van de Ministers van Buitenlandse Zaken van onder
meer Frankrijk, Canada, het Verenigd Koninkrijk, Japan en Noorwegen, waarin Israël
wordt opgeroepen het besluit terug te draaien om humanitaire hulporganisaties te weren
uit Gaza? Waarom heeft Nederland zich tot op heden niet bij deze verklaring aangesloten
en bent u bereid dit alsnog te doen? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Vraag 4
Acht u het aanvaardbaar dat hulporganisaties die levensreddende medische zorg, voedselhulp
en onderdak bieden, hun werkzaamheden moeten staken terwijl miljoenen Palestijnen,
met name in de winterperiode, afhankelijk zijn van deze hulp? Welke risico’s ziet
u hierbij voor ondervoeding, ziekte, hongersnood en onderkoeling, gezien het feit
dat veel mensen in provisorische tentenkampen leven die al meerdere overstromingen
en noodweer hebben moeten doorstaan?
Vraag 5
Deelt u de zorg dat deze Israëlische maatregelen tot gevolg kunnen hebben dat naar
schatting één op de drie zorginstellingen in Gaza moet sluiten en dat de humanitaire
hulpverlening grotendeels kan instorten? Zo ja, welke stappen acht u noodzakelijk
om dit te voorkomen?
Vraag 6
Welke concrete stappen zet u op dit moment, bilateraal of in EU-verband, om te voorkomen
dat de toegang van hulporganisaties per 1 januari daadwerkelijk wordt stopgezet en
om ervoor te zorgen dat levensreddende humanitaire hulp doorgang kan blijven vinden?
Vraag 7
Hoe beoordeelt u het nieuwe Israëlische registratieproces voor humanitaire ngo’s,
waarbij organisaties uitgebreide personeels- en familiegegevens moeten aanleveren
en kunnen worden afgewezen op basis van politieke uitingen van individuele medewerkers?
Vraag 8
Deelt u de opvatting dat deze registratie-eisen de humanitaire hulp politiseren en
daarmee strijdig zijn met de humanitaire beginselen van neutraliteit, onafhankelijkheid
en onpartijdigheid? Zo nee, waarom niet?
Vraag 9
Hoe beoordeelt u de nieuwe Israëlische wetgeving tegen de United Nations Relief and
Works Agency for Palestine Refugees in the Near East (UNRWA) in het licht van de bindende
uitspraken van het Internationaal Gerechtshof, waarin expliciet is vastgesteld dat
Israël verplicht is de werkzaamheden van UNRWA te faciliteren en niet te belemmeren?
Acht u deze wetgeving verenigbaar met het internationaal recht?
Vraag 10
Deelt u de opvatting dat het uitsluiten van UNRWA van de VN-Conventie inzake Privileges
en Immuniteiten, het afsluiten van water, elektriciteit en communicatie en het dreigen
met onteigening van VN-eigendom een ernstige schending vormt van de verplichtingen
van Israël als VN-lidstaat en een gevaarlijk precedent schept voor de bescherming
van VN-organisaties wereldwijd?
Vraag 11
Bent u bereid deze kwestie met urgentie te agenderen binnen Europa en in VN-verband
om gezamenlijk druk uit te oefenen, opdat humanitaire hulp niet verder wordt belemmerd?
Welke concrete stappen heeft u hiertoe reeds ondernomen?
Vraag 12
Welke gevolgen heeft het weren van een aanzienlijk deel van de hulporganisaties volgens
u voor de naleving door Israël van zijn verplichtingen onder het internationaal humanitair
recht, waaronder de plicht van een bezettende macht om humanitaire hulp toe te laten?
Vraag 13
Kunt u toezeggen de Kamer op zeer korte termijn te informeren over de inzet van Nederland
in de komende dagen en weken, gezien de acute deadline van 1 januari en de directe
gevolgen voor honderdduizenden mensen die afhankelijk zijn van humanitaire hulp?