Vragen van de leden Kostić en Teunissen (beiden PvdD) aan de Ministers van Infrastructuur
en Waterstaat, van Klimaat en Groene Groei en van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid
en Natuur over dierlijk vet in biobrandstof (ingezonden 31 juli 2024).
Vraag 1
Wat vindt u van de ontwikkeling dat bijna de helft (46 procent) van het vet dat afkomstig
is uit de slachtindustrie wordt benut voor de productie van biobrandstof, zoals geschetst
in de berichten «In biobrandstof zit veel dierlijk vet. Niet groen, stelt de Vegetariërsbond»
en «Biodiesel: wel vet, niet cool»?1 2
Vraag 2
Ziet u hierin net als de vragensteller de twee grote risico's, namelijk dat transport
steeds afhankelijker wordt van de schadelijke vee-industrie en dat het indirect de
vraag naar palmolie voor onder andere cosmeticaproducten aanwakkert, wat weer leidt
tot ontbossing? Zo nee, waarom ziet u die risico's niet? Zo ja, hoe wilt u deze risico's
ondervangen?
Vraag 3
Wat vindt u ervan dat voor een vlucht van Parijs naar New York het vet van 8800 dode
varkens nodig is? Vindt u dit een wenselijke ontwikkeling? Zo ja, waarom?
Vraag 4
Waarom stimuleert u met certificaten aan leveranciers het gebruik van dierlijk vet
van varkens, koeien en kippen in biodiesel? Op welke manier voorkomt u dat hiermee
indirect de vee-industrie in stand blijft?
Vraag 5
Deelt u de mening dat een lock-in effect, waarbij biodiesel-producenten afhankelijk
worden van dierlijk vet en de productie van dierlijk vet daardoor nodig blijft, moet
worden voorkomen? Hoe gaat u een dergelijk lock-in effect tegen?
Vraag 6
Op welke wijze voorkomt u dat, door het verstrekken van certificaten voor het gebruik
van dierlijk vet in biodiesel, ook de vraag naar palmolie voor cosmetica en andere
producten toeneemt, en daarmee de ontbossing, afname van de biodiversiteit en de uitstoot
van broeikasgassen toeneemt?
Vraag 7
Deelt u de mening dat het zeer onwenselijk is dat het gebruik van meer biodiesel op
basis van dierlijk vet op deze manier leidt tot méér ontbossing, biodiversiteitsverlies
en klimaatopwarming? Zo nee, waarom niet?
Vraag 8
Bent u bereid, gezien de bovenstaande schadelijke effecten, geen certificaten meer
te verstrekken voor biodiesel op basis van dierlijk vet? Zo nee, waarom niet?
Vraag 9
Wat is uw reactie op het bericht dat er te weinig controles zijn op de miljoenen vaten
frituurvet die vanuit Azië naar Europa komen, waarbij waarschijnlijk flink wordt gefraudeerd
door nieuwe palmolie te verkopen als gebruikt frituurvet, bijvoorbeeld in Maleisië,
zoals geschetst in «Run op gebruikt frituurvet, fraude ligt op de loer»?3
Vraag 10
Hoe gaat u ervoor zorgen dat er geen frituurvet in Nederland wordt geïmporteerd dat
afkomstig is van nieuwe palmolie, aangezien 72 procent van alle gebruikte frituurolie
en daarop gebaseerde biobrandstoffen die vanuit Maleisië naar de Europese Unie (EU)
worden geïmporteerd, binnenkomen via Nederland en dat Nederland daarmee Europa’s grootste
doorvoerhaven is van dat gebruikte frituurvet?
Vraag 11
Wat is uw reactie op SkyNRG, één van de grootste handelaren van «duurzame vliegtuigbrandstof»
in Nederland, dat stelt dat er inderdaad zorgen zijn over de import uit Azië, maar
dat het systeem van certificering op zich goed werkt?
Vraag 12
Gaat u met SkyNRG in gesprek over hun verantwoordelijkheid om het frauderen met frituurvet
tegen te gaan? Zo nee, waarom niet?
Vraag 13
Deelt u de mening dat biodiesel, gemaakt van het vet van dode dieren of van frituurvet,
geen duurzame en toekomstbestendige oplossing is voor de transport- en mobiliteitssector?
Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke alternatieven ziet u voor zich?
Vraag 14
Deelt u de mening dat minder spullen en mensen over de wereld slepen de meest effectieve
manier is om het gebruik van brandstoffen terug te dringen? Zo ja, welk beleid maakt
u hierop? Zo nee, waarom niet?