Vragen van het lid Erkens (VVD) aan de Ministers van Economische Zaken en Klimaat
en voor Klimaat en Energie over de strategische autonomie van Nederland op het gebied
van de energietransitie (ingezonden 23 mei 2023).
Vraag 1
Hoe definieert u strategische autonomie op het gebied van de energietransitie? Welke
technieken en welke grondstoffen vallen daar volgens u in ieder geval onder?
Vraag 2
Deelt u de mening dat het van belang is om onze strategische autonomie op het gebied
van de energietransitie te versterken? Wanneer zou volgens u de strategische autonomie
van Nederland op het gebied van de energietransitie in gevaar zijn? Welke kwantitatieve
en kwalitatieve parameters gebruikt u daarbij?
Vraag 3
Bent u ervan op de hoogte dat volgens het Internationaal Energieagentschap (IEA) China
op dit moment de grootste producent is van alle grote schone technologieën en ook
de gehele productieketens hiervan domineert? Hoe apprecieert u dit? Welke risico’s
brengt dit met zich mee voor de strategische autonomie van Nederland?
Vraag 4
Kunt u aangeven wat de huidige en wat de voorspelde afhankelijkheid van China en andere
niet-Europese landen is op het vlak van de eindproducten die noodzakelijk zijn voor
de energietransitie? Kunt u daarbij in ieder geval ingaan op zon-pv, wind, elektrolyse,
batterijtechniek, warmtepompen, en kabels voor netinfrastructuur?
Vraag 5
Kunt u per kritieke grondstof aangeven wat onze afhankelijkheid is? Welk aandeel komt
daarvan uit China en welk aandeel is direct of indirect in handen van China in andere
landen?
Vraag 6
Wat is volgens u het gewenste Nederlandse aandeel in de raffinage en bewerking van
deze kritieke grondstoffen die noodzakelijk zijn voor de energietransitie? Wat is
hierin het Europese aandeel? Wat is het aandeel van China?
Vraag 7
Kunt u uiteenzetten welke eindproducten en productieprocessen u cruciaal acht voor
de Nederlandse strategische autonomie op het gebied van de energietransitie? Hoe zorgt
u ervoor dat deze sectoren en processen in Nederland worden behouden dan wel worden
aangetrokken? Welk beleid is er al?
Vraag 8
Welke rol speelt volgens u de Europese Unie in de strategische autonomie van Nederland?
Is het bijvoorbeeld volgens u acceptabel als Nederland compleet afhankelijk is van
technieken of grondstoffen van andere EU-landen?
Vraag 9
Hoe gaat Nederlandhaar aandeel leveren aan de Europese ambities om die afhankelijkheid
van China omtrent de energietransitie te verminderen? Deelt u de mening dat Nederland
hier ook haar verantwoordelijkheid moet nemen, bijvoorbeeld als het gaat om lokale
productie van duurzame producten zoals elektrolyser, batterijen, windmolens die nodig
zijn voor de energietransitie?
Vraag 10
Hoe ziet u de mogelijke opbouw van mogelijke strategische reserves van kritieke grondstoffen
die nodig zijn voor de energietransitie in nationaal en in Europees verband?
Vraag 11
Welke onderdelen zijn er volgens u binnen strategische autonomie, zolas mijnbouw,
recycling, raffinage, maakindustrie? Op welke van deze onderdelen van strategische
autonomie heeft u al beleid? Welk beleid is dat? Waar ziet u lacunes in het huidige
beleidsinstrumentarium om de strategische autonomie te vergroten?
Vraag 12
Welk bestaand financieel instrumentarium wordt gebruikt om de strategische autonomie
te versterken, zoals innovatiesubsidies of middelen om bedrijven aan te trekken? Zijn
er hiervoor voldoende financiële middelen? Waar zitten nog lacunes in het bestaande
financiële instrumentarium?
Vraag 13
Ziet u mogelijkheden om via publieke aanbestedingen meer te gaan sturen op Nederlandse
en Europese productie in het kader van de energietransitie? Welke mogelijkheden biedt
de Europese Unie hiervoor? Gaat de net-zero industry act meer ruimte bieden hiervoor?
Hoe en wanneer gaat u dit verwerken in uw eigen aanbestedingsbeleid?
Vraag 14
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden?