Vragen van de leden Kröger en Westerveld (beiden GroenLinks) en Piri (PvdA) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs over het voortduren van het gebrekkige onderwijsaanbod voor kinderen in asielopvangvoorzieningen (ingezonden 1 februari 2023).

Vraag 1

Herinnert u zich uw antwoorden op eerder gestelde vragen over het gebrekkige onderwijsaanbod voor kinderen in asielopvangvoorzieningen1? En herinnert u zich uw toezegging om met elkaar in gesprek te gaan over het belang van onderwijs voor vluchtelingkinderen2?

Vraag 2

Is er inmiddels een duidelijker beeld van hoeveel kinderen onderwijs mislopen? En kunt u aangeven of u beiden al gesproken heeft over het belang van goed en passend onderwijs op het juiste niveau onderwijs voor vluchtelingkinderen en over het zicht van leerplichtige asielkinderen? Zo ja, wat is er concreet uit dit gesprek gekomen?

Vraag 3

Hoe wordt uitvoering gegeven aan de aangenomen motie over de voorrangspositie voor kinderen (en hun familie) bij overplaatsing van grootschalige locaties naar stabiele, veilige en kleinschalige asielopvang3? Klopt het dat nog steeds gezinnen met kinderen in (crisis) noodopvangvoorzieningen geplaatst worden terwijl zij vanwege hun kwetsbaarheid voorrang moeten krijgen bij overplaatsing naar veilige en stabiele asielopvang? Zo ja, waarom?

Vraag 4

Klopt het dat op verschillende reguliere asielopvanglocaties met name alleenstaande mannen worden geplaatst, terwijl die locaties wel zijn ingericht voor de opvang van en onderwijs aan kinderen en het risico bestaat dat reguliere onderwijsvoorzieningen en gekwalificeerd onderwijspersoneel, ondanks een enorme behoefte, verloren gaan?

Vraag 5

Klopt het dat kinderen nog steeds, soms wel 6 tot 7 maanden, verstoken blijven van onderwijs door continue verhuizingen tussen (crisis)noodopvangvoorzieningen? En klopt het dat leerlingen met speciale onderwijsbehoeften erg lang moeten wachten op passende onderwijsondersteuning? Bent u, kort en goed, met ons van mening dat kinderen niet in een crisisnoodopvang horen? Zo ja, wat is uw beleidslijn bij gemeenten die bij een aanbod voor crisisnoodopvanglocaties bedingen dat alleen gezinnen met kinderen zullen worden geplaatst? Zo nee, waarom niet?

Vraag 6

Bent u bereid om te bezien of de ervaringen van gemeenten en onderwijsinstellingen met het opzetten van onderwijsvoorzieningen voor Oekraïense kinderen aanknopingspunten bieden voor onderwijsvoorzieningen voor de bredere groep asielkinderen? Bent u bereid om overleg te zoeken met (vertegenwoordigers van) gemeenten en onderwijsinstellingen om te kijken hoe hun ervaringen en wensen kunnen worden geadresseerd?

Vraag 7

Bent u bereid om gemeenten die tijdelijke voorzieningen aanbieden om vluchtelingkinderen een vorm van onderwijs te bieden financieel te ondersteunen? Zo nee, waarom niet?

Vraag 8

Bent u bereid om kinderen en hun onderwijsbehoefte een hogere prioriteit te geven binnen het plaatsingsbeleid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en rekening te houden met de noodzaak van plaatsing in reguliere locaties en het beschikbare onderwijsaanbod? Zo nee, waarom niet?

Vraag 9

Bent u met ons van mening dat oplossingen op korte termijn dringend gewenst zijn? Zo ja, welke maatregelen neemt u zich voor om de druk op het onderwijs voor kinderen van asielzoekers ten spoedigste te verminderen?

Vraag 10

Bent u het met ons eens dat naast tijdelijke oplossingen ook structurele oplossingen dringend gewenst zijn? Zo ja, is er al meer duidelijkheid over de plannen? Hoe gaat u voorkomen dat de tijdelijke landingsplaatsen die sommige gemeenten hebben opgezet om in ieder geval iets te kunnen bieden een structureel karakter krijgen?

Vraag 11

Is het mogelijk om gezien het grote belang van onderwijs aan alle kinderen deze vragen met spoed te beantwoorden?


X Noot
1

Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2022–2023, nr. 830.

X Noot
2

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 30 november 2022, over Onderwijs aan vluchtelingen po/vo/mbo/ho (Kamerstuk 19 637, nr. 3022).

X Noot
3

Gewijzigde motie-Koekkoek c.s. (Kamerstuk 19 637, nr. 2889).

Naar boven