Vragen van het lid Palland (CDA) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over deeltijd-WW. (ingezonden 26 februari 2021).

Vraag 1

Herinnert u zich nog dat de Kamer op 29 september 2020 de motie van de leden Palland en Tielen over voorbereiden van deeltijd-WW of een variant hiervan heeft aangenomen?1

Vraag 2

Heeft u ook signalen ontvangen van werkgevers die pleiten voor een structurele/permanente deeltijd-WW-regeling, waarmee bij een volgende economische tegenslag bedrijven geholpen kunnen worden om zoveel mogelijk banen te behouden?

Vraag 3

Deelt u de mening dat het nuttig zou zijn om over een vaste deeltijd-WW-regeling te beschikken na het aflopen van de NOW-regeling dan wel zo kort mogelijk daarna? Zo ja, hoe werkt u hieraan?

Vraag 4

Hoeveel capaciteit en ruimte binnen het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) zijn nodig om voornoemde motie te kunnen uitvoeren, indachtig uw opmerking in het debat over het derde steunpakket voor bedrijven en werknemers op 24 september 2020 dat het UWV tot het aflopen van de NOW-regeling «geen capaciteit en geen ruimte» heeft om de motie uit te voeren?2 Is de verwachting dat die capaciteit na 30 juni 2021, de datum waarop de NOW-regeling afloopt, meteen beschikbaar zal zijn?

Vraag 5

Zo nee, kan er door het UWV worden opgeschaald om zowel lopende als nieuwe beleidsvoorstellen van kabinet en Kamer te kunnen blijven uitvoeren, en te voorkomen dat de wetgever wordt lamgelegd?

Vraag 6

Welk traject en tijdspad heeft uw ministerie op dit moment voor de uitvoering van de motie in gedachten?

Vraag 7

Hoe gaat u het bedrijfsleven, werkgevers en werknemers, bij dit proces betrekken?


X Noot
1

Kamerstuk 35 420, nr. 130

X Noot
2

Handelingen II, vergaderjaar 2020–2021, nr. 6.

Naar boven