Kamervragen zonder Antwoord

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVraagDatum indiening
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-20212020Z17359

Vragen van het lid Van Nispen (SP) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het interview met de broer van een kroongetuige (ingezonden 28 september 2020).

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het interview met de broer van kroongetuige Nabil B.?1

Vraag 2

Wat is uw reactie op de constatering dat de broer van kroongetuige Nabil B. een hoogoplopend conflict heeft met het openbaar ministerie (OM) over zijn beveiliging, en het bericht dat zijn advocaat het werk neer dreigt te leggen, dat hij zich onveilig voelt en zich niet serieus genomen voelt door het OM?

Vraag 3

Hoe kan het dat het nieuws over de kroongetuigedeal bekend is gemaakt nog voordat de beveiliging van familieleden geregeld was, terwijl expliciet en herhaaldelijk gewaarschuwd was voor de risico’s?

Vraag 4

Hoe ver strekt de zorgplicht van de staat als familieleden van kroongetuigen buiten hun schuld gevaar lopen?

Vraag 5

Erkent u, net als de verantwoordelijke bij het OM, dat de mening van de familie van de kroongetuige zwaarder meegewogen had moeten worden? Hoe moet deze erkenning opgevat worden? Wordt hiermee nu erkend dat er fouten zijn gemaakt?

Vraag 6

Welke gevolgen zou deze erkenning moeten hebben voor wat betreft de huidige omgang met de familieleden, maar ook voor eventuele toekomstige gevallen?

Vraag 7

Op welke wijze wil het OM dit in toekomstige gevallen verbeteren, zoals gesteld wordt in het artikel in de Volkskrant? Wat wordt bedoeld met de opmerking «Maar het maatschappelijk belang speelt ook mee bij de afweging»?

Vraag 8

Wat vindt u er van dat door een hoge politiefunctionaris die belast is met de beveiliging van de familie in een gesprek tegen de broer van de kroongetuige zegt «Jullie zitten gewoon in een soort experiment»?

Vraag 9

Bent u bereid zelf met de familieleden van de kroongetuige te spreken om hen te horen hoe het met hen gaat, hoe zij de afgelopen tijd hebben ervaren en wat hen dwars zit? Zo nee, waarom niet?

Vraag 10

In hoeverre werd en wordt altijd eerst een inschatting gemaakt of de betrokkenen wel te beveiligen zijn, voordat een deal tussen OM en kroongetuige wordt gesloten?

Vraag 11

Vindt u in algemene zin dat, naast inschattingen van veiligheidsrisico’s bij naasten van personen met wie een deal wordt gesloten, ook overwegingen die te maken hebben met (beperkte) capaciteit bij de diensten die uiteindelijk voor bescherming en beveiliging moeten zorgen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?

Vraag 12

Wat is op dit moment de exacte stand van zaken met de capaciteit bij deze diensten?


X Noot
1

Volkskrant, 26 september 2020