Vragen van het lid Omtzigt (CDA) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de uitkomsten van het nieuwe pensioencontract bij een blijvend lage rente (ingezonden 22 oktober 2019).

Vraag 1

Kunt u aangeven wat de huidige rentecurve is (onder het advies van de Commissie Parameters)1 waartegen pensioenfondsen straks premies moeten berekenen?

Vraag 2

Wilt u bij «het nieuwe contract» uit het SER-advies over het pensioenstelsel doorrekenen wat een werknemer aan pensioen opbouwt indien hij 27%2 van zijn pensioengevend salaris mag inleggen? Kunt u dan per leeftijdscohort (van vijf jaar) aangeven hoe hoog het (maximale) opbouwpercentage zou zijn per jaar?

Vraag 3

Klopt het dat het maximale opbouwpercentage bij een middelloonregeling nu 1,875% bedraagt? Bent u bekend met het feit dat de president van de Nederlandsche Bank, dhr. Knot, in de Kamer bij het gesprek op 23 september (en elders) gesteld heeft dat: «We moeten accepteren dat die lage of negatieve rente nog zeer lang bij ons zal zijn»?

Vraag 4

Hoeveel pensioen (in percentage van het gemiddelde loon en het eindloon) bouwt een deelnemer op onder «het nieuwe contract» indien hij zijn hele leven onder het nieuwe contract opbouwt tegen de huidige rentecurve (looninflatie: 3%, prijsinflatie: 2%, gemiddelde indexatie van pensioenrechten: 1%)?

Vraag 5

Is er sprake van een koopkrachtig pensioen voor nieuwe generaties onder «het nieuwe contract» en de huidige rentecurve?

Vraag 6

Heeft u berekeningen over wat de nieuwe pensioencontracten als uitkomsten zouden kunnen hebben? Zo ja, kunt u die dan per ommegaande allemaal met de Kamer delen?

Vraag 7

Kunt u deze vragen een voor een en binnen twee weken beantwoorden en in ieder geval voor het VAO pensioenonderwerpen?


X Noot
1

Advies Commissie Parameters, 6 juni 2019

X Noot
2

FD, 6 september 2019, «Maximale pensioenpremie in nieuwe stelsel op circa 27%».

Naar boven