Vragen van de leden Omtzigt (CDA), Stoffer (SGP), Voordewind (CU), Koopmans (VVD), De Roon (PVV) en Baudet (FvD) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over uitvoering van de motie-Van der Staaij c.s. over eenzijdige resoluties bij de VN (ingezonden 26 juli 2019).

Vraag 1

Kunt u bevestigen dat Nederland voor de resolutie «Situation of and assistance to Palestinian women» gestemd heeft in de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties?

Vraag 2

Is er, behalve deze veroordeling van Israel, nog enig ander land veroordeeld tijdens deze sessie voor het schenden van vrouwenrechten?

Vraag 3

Kunt u aangeven hoeveel resoluties in de VN-Mensenrechtenraad en in de Economische en Sociale Raad Israël veroordelen (in de afgelopen vijftien jaar) en hoeveel resoluties de vijf meest bekritiseerde landen veroordelen?

Vraag 4

Hoe vaak is bijvoorbeeld de situatie van vrouwen in Saoedi-Arabië, waar vrouwen zonder hun «male guardian» helemaal niets mogen, op de agenda geplaatst en hoe vaak is dat land veroordeeld?

Vraag 5

Acht u dit proportioneel?

Vraag 6

Hoe heeft de regering elk van de twee punten van de aangenomen motie-Van der Staaij c.s. (34 775, nr. 44), uitgevoerd in de VN-organen waarin Nederland vertegenwoordigd is, daar waar die motie de regering in 2017 opriep om

  • (1) in VN-verband actief stelling te nemen tegen lidstaten in VN-organisaties die disproportioneel agenderen tegen Israël, en

  • (2) zoals de Nederlandse regering eerder gedaan heeft, onrechtvaardige resoluties af te wijzen?

Kunt u bij beide agendapunten voorbeelden geven?

Mededeling

Deze vragen dienen als aanvulling op vragen van het lid Stoffer over het bericht «UN Singles Out Israel as World's Only Violator of Women's Rights; Iran, Saudi Arabia & Yemen Among the Voters».

Naar boven