Kamervragen zonder Antwoord

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVraagDatum indiening
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-20192019Z15115

Vragen van het lid Koerhuis (VVD) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het energielabel voor woningen (ingezonden 15 juli 2019).

Vraag 1

Kent u het artikel «Stiekem duur energielabel»?1 Wat is uw reactie op dit artikel?

Vraag 2

Kunt u nader aangeven waarom u in uw brief van 28 juni jl.2 aangeeft dat de gewenste functie van het energielabel in de afgelopen jaren is veranderd en op basis waarvan concludeert u dat sprake is van een steeds sterkere vraag naar een nauwkeurigere bepalingsmethode en indicator?

Vraag 3

Hoe verhoudt uw conclusie over de veranderde behoefte ten aanzien van het energielabel zich tot het onderzoek van Kantar public3 uit 2017, uitgevoerd in opdracht van uw ministerie, waarin het volgende geconcludeerd wordt: «Het is onrealistisch om te veronderstellen dat de effecten van het definitieve energielabel zijn te isoleren. Er spelen namelijk ook veel andere factoren een rol die woningeigenaren stimuleren om over het onderwerp energiebesparing na te denken (.).»?

Vraag 4

Welk beleid hanteert u ten aanzien van het testen van bijvoorbeeld een herziene aanvraagprocedure? Hoeveel testpersonen worden er normaliter gebruikt?

Vraag 5

Wat vindt u ervan dat de testgegevens waarop de conclusie in uw eerder genoemde brief is gebaseerd, afkomstig zijn van een praktijktest met een vragenlijst op slechts zes testpersonen4?

Vraag 6

In hoeverre is bij het onderzoek meegewogen dat er allerlei smartphone apps bestaan en verder ontwikkeld worden die in staat zijn afstanden te meten en/of bijvoorbeeld geometrische vormen te herkennen? Indien dit is meegenomen, waar blijkt dit uit de rapportage die u aan de Kamer gezonden heeft?

Vraag 7

Welke andere vervangende methoden voor een vragenlijst om op een doe-het-zelf-manier een betrouwbaar beeld te genereren van de energieprestatie van een gebouw zijn onderzocht? Is bijvoorbeeld meegenomen dat gegevens uit een monitoringssysteem voor zonnepanelen een vervangende bron van informatie voor bepaalde vragen kan zijn?

Vraag 8

In hoeverre zijn de onderzoeksresultaten, op zes respondenten, een uitkomst van de voorgelegde vragenlijst? Deelt u de verwachting dat een andere vragenlijst, met daarin de door de onderzoekers voorgestelde verduidelijkingen, tot een andere uitkomst leidt?

Vraag 9

Welke invloed heeft het aanpassen van de labelklassen op de onderzoeksuitkomsten, aangezien de onderzoekers aangeven hier aannames over te hebben gedaan omdat er nog geen duidelijkheid is over de nieuwe labelklassen?

Vraag 10

Kunt u aangeven wat het verschil in afwijking is tussen het huidige vereenvoudigde energielabel en het vereenvoudigd energielabel in de NTA 8800 methode? Klopt het beeld dat ook in de nieuwe methode ca. 90% van de labels een afwijking heeft van maximaal 1 stap5?

Vraag 11

Wat is het gemiddelde energieverbruik dat gekoppeld is aan een specifiek energielabel voor een woning? In hoeverre verandert dit in de nieuwe berekeningsmethode?

Vraag 12

Kent u de omschrijving van het energielabel op de overheidswebsite https://www.energielabel.nl/woningen/: «Het energielabel geeft aan hoe goed een woning is geïsoleerd en hoe zuinig installaties zijn. De energierekening hangt ook af of je zuinig stookt, hoeveel warm water je gebruikt, hoeveel apparaten je hebt en hoe intensief je die gebruikt. In soortgelijke woningen met eenzelfde energielabel kan daarom het energieverbruik toch verschillend zijn.»?

Vraag 13

Kunt u aangeven wat in uw ogen een «soortgelijke woning» is, welke inzichten u heeft over de wijze waarop huizenkopers een beslissing nemen en welk niveau van nauwkeurigheid van een energielabel hierbij passend is?

Vraag 14

Kunt u aangeven welke onderdelen van het bestaande energielabel6 volgens u vervangen zouden moeten worden? Op welke wijze heeft u hierbij bestaande inzichten over keuzegedrag van bijvoorbeeld de WRR7 betrokken?

Vraag 15

Hoeveel informatie kan een energielabel in uw ogen bevatten voor dit instrument zijn functie als toegankelijk informatiemiddel verliest? Welk onderzoek heeft u hiernaar laten uitvoeren?

Vraag 16

Wat is het verschil in kosten tussen het aanvragen van een vereenvoudigd energielabel bij RVO en het laten opmaken van een energielabel door een externe adviseur?

Vraag 17

Welke afwijking in nauwkeurigheid acht u acceptabel, gezien het feit dat energielabels op een grovere (ordinale) schaal worden gerangschikt en niet op een exacte (metrische) schaal?

Vraag 18

Wat zijn de exacte minimumeisen die in Europese richtlijnen zijn neergelegd ten aanzien van het energielabel (energiecertificaat) en welke implementatietermijnen voor omzetting naar nationale wetgeving horen hierbij?

Vraag 19

Deelt u de mening dat het wenselijk is om toe te werken naar een digitaal woningdossier? Welke stappen neemt u om op termijn naar een digitaal woningdossier toe te werken, waardoor eenvoudig en goedkoop bouwkundige informatie beschikbaar is voor de eigenaar?

Vraag 20

Kunt u deze vragen één-voor-één en voor het VAO Energiebesparing/Proeftuin aardgasvrije wijken/Bijna-energieneutrale gebouwen (BENG-eisen) beantwoorden?


X Noot
2

Kamerstuk 30 196 nr. 667

X Noot
3

Kamerstuk 30 196, nr. 563, bijlage

X Noot
4

Kamerstuk 30 196, nr. 667, bijlage, zie p. 51 in de pdf-versie.

X Noot
5

Kamerstuk 30 196, nr. 667, bijlage, zie figuren p. 42 in de pdf-versie

X Noot
7

WRR-rapport Met kennis van gedrag beleid maken (rapport nr. 92, 2014)