Vragen van het lid Ronnes (CDA) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
over het bericht dat dorpen leeglopen omdat de bouwprojecten niet loskomen (ingezonden
20 mei 2019).
Vraag 1
Kent u het bericht «De dorpen lopen leeg omdat de bouwprojecten niet loskomen»1?
Vraag 2
Deelt u de conclusie dat het planaanbod voor woningbouw de komende jaren ontoereikend
is om het woningtekort weg te werken, zoals blijkt uit een studie van het Economisch
Instituut voor de Bouw (EIB)? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke acties gaat u nemen
om het tij te keren?
Vraag 3
Herinnert u zich uw woorden: «Zachte plancapaciteit, harde plancapaciteit… uiteindelijk
moet het gewoon omgezet worden in woningen. Dat is waar mensen op zitten te wachten»?
Zo ja, op welke wijze wilt u uw woorden concretiseren?
Vraag 4
Is het voor u een verrassing dat vooral Zuid-Holland en Utrecht te weinig bouwprojecten
op stapel hebben staan, nu blijkt dat Zuid-Holland 61.000 woningen in harde plannen
voor de periode 2019–2024 heeft staan, terwijl er 105.000 woningen nodig zijn en Utrecht
29.000 woningen hard gepland heeft en er 49.000 nodig heeft?
Vraag 5
Deelt u de conclusie dat de ambitie om 75.000 woningen per jaar te bouwen nooit wordt
gehaald als er niet snel meer plannen bij komen nu blijkt dat er tot 2025 plannen
zijn voor 300.000 woningen, terwijl er 450.000 woningen nodig zijn, terwijl de helft
van die plannen nog niet in bestemmingsplannen is opgenomen?
Vraag 6
Herkent u het signaal van gemeenten dat het capaciteitstekort het grootste knelpunt
is voor woningbouw bij gemeenten? Zo ja, op welke wijze kan het Rijk behulpzaam zijn
bij dat probleem?
Vraag 7
Herkent u ook het knelpunt dat het niet botert tussen de provincies en de gemeenten,
waarbij de strakke programmering en contingentering van de provincies de gemeenten
in de weg zit? Zo ja, op welke wijze kan het Rijk behulpzaam zijn bij dat probleem?
Vraag 8
Herkent u ook het signaal van provincies die vinden dat gemeenten te snel de provincie
als hindermacht aanwijzen, terwijl ze zelf het afgesproken aantal te bouwen woningen
niet halen? Zo ja, op welke wijze kan het Rijk behulpzaam zijn bij dat probleem?
Vraag 9
Deelt u de kritiek van het EIB dat de drang om zoveel mogelijk binnenstedelijk te
bouwen, zoals de Ladder Duurzame Verstedelijking voorschrijft, de bouw van woningen
remt, nu blijkt dat in de regio’s waar de druk op de woningmarkt groot is meer dan
80 procent van de geplande woningen zich binnenstedelijk bevindt en dat soort plannen
vaker wordt vertraagd of helemaal niet door gaan? Zo nee, waarom niet?
Vraag 10
Deelt u de conclusie dat de dwang om vooral binnenstedelijk te moeten bouwen leidt
tot «zelfcensuur» waarbij ontwikkelaars met bouwplannen voor eengezinswoningen buiten
de dichte bebouwing er weinig heil in zien om daar werk van te maken? Zo ja, wat zou
een passende reactie van uw zijde daarop zijn?
Vraag 11
Herkent u de conclusie van het EIB dat vanwege de Ladder Duurzame verstedelijking,
de provincies bewust kiezen voor een klein planaanbod om zo de plannen sneller «Raad
van State-proof» te krijgen? Zo ja, deelt u dan de conclusie dat het stuitend is dat
daardoor schaarste wordt gecreëerd, hetgeen weer leidt tot stijgende prijzen van woningen?
Vraag 12
Is het niet wonderlijk dat zowel het EIB als ook ABF Research grote moeite hebben
om een goed overzicht te krijgen van wat er precies in de pijplijn zit? Ziet u mogelijkheden
om die informatie sneller en eenduidiger te ontsluiten?
Vraag 13
Wilt u reflecteren op hetgeen Jos Feijtel, die actief is in uw aanjaagteam woningbouw,
stelt dat het nodig is dat er in plaats van planoptimisme juist planrealisme moet
komen? Zo ja, op welke wijze kan het Rijk behulpzaam zijn bij dat probleem?
Vraag 14
Hoe beoordeelt u de kwaliteit van de data die worden aangeleverd door provincies en
gemeenten, aangezien we al bijna RWW twee jaar bezig zijn om goed inzicht te krijgen
in de bouwopgave versus bouwcapaciteit (uitgesplitst in hard en zacht)? Is deze inmiddels
zodanig ingericht dat het inzicht eenduidig is en van voldoende kwaliteit?
Vraag 15
Wanneer kan de volgende ABF rapportage inventarisatie bouwkwaliteit verwacht worden?
Vraag 16
Kunt u gedetailleerd aangeven wat de stand van zaken is ten aanzien van de uitvoering
van de motie Ronnes/Koerhuis over daadwerkelijk overprogrammeren in harde plancapaciteit
(Kamerstuk 32 847, nr. 456)?
Vraag 17
Wilt u deze vragen beantwoorden voor het AO Bouwopgave van 5 juni 2019?